De familie Ovaa maakt zich nuttig

In het Middelburg van de tweede helft van de negentiende eeuw ontstonden verschillende initiatieven om op verantwoorde manier tot vermaak en ontspanning te komen. Daar was de Zeeuwse hoofdstad uiteraard niet uniek in. Leidende figuren uit de stedelijke samenleving staken de koppen bij elkaar en een waaier aan verenigingen ontstond, naast eerbiedwaardige gezelschappen als het Zeeuws Genootschap, sociëteit De Vergenoeging en andere. Op allerlei manieren werd geprobeerd de bevolking uit de kroeg te houden en wat nuttigs te laten doen. 

Zo was er de Vereeniging voor Volksvermaken die in 1866 en 1868 tentoonstellingen organiseerde in het stadhuis. Particulieren werden opgeroepen om voor de duur van de tentoonstelling werk aan te leveren. Timmerman Jacob Abraham Ovaa wilde eigen werk aanleveren, wat door de samenstellers niet op prijs gesteld werd. Ovaa vermoedde dat zijn sociale status hier bij de heren bestuursleden zwaarder woog dan zijn artistiek kunnen. Jacob Abraham was in 1823 geboren als zoon van timmerman Johannes (Jan) Ovaa en Sara de Vlieger. Zowel vader als zoon behoorden tot de betere leerlingen van de Teeken Akademie. Vader Jan (ca. 1796-1876) ontving tussen 1815 en 1821 prijzen in de bouwkunde, in dat laatste jaar was hij zelfs de primus in de bouwkunde.

Bij het vijftigjarige bestaan van de academie in 1828 behoorde Jan tot de oud-leerlingen van wie werk werd tentoongesteld in Museum Medioburgensis. In de catalogus komt onder nr. 71 ‘Eene Bouwkundige Teekening, in Oost-Ind. Inkt’ van hem voor. 

Zoon Jacob Abraham (1823-1890) blonk ook uit in de bouwkunde en ontving prijzen in 1842 en 1843 en werd aan het eind van het afsluitende jaar 1844 tot primus uitgeroepen. Dat deze timmerman toch wel wat kon blijkt uit de twee grafische werken uit 1868 van de Vlissingse poort. Jongere broer Marinus (1827-1901) moet ook goed kunnen hebben tekenen, zonder dat bekend is of hij dit op de academie heeft geleerd. 

In de in 1865 opgerichte Werkmans-Vereeniging kwamen ‘nuttige oefeningen en uitspanning, bevordering [van] stoffelyke en zedelyke welvaart’ samen met bijstand bij ziekte of overlijden. De Middelburgsche Courant deed uitgebreid verslag van de negende Algemene Vergadering op 3 maart 1875. Er was een sociëteit (in de Koepoortstraat) waar kranten gelezen konden worden, een bibliotheek, een zangvereniging en tekenonderricht. De leiding hiervan was in handen van Jacob Abraham en die werd daarin bijgestaan door zijn broer Marinus. In 1877 volgden 36 personen tussen de 12 en 40 jaar gedurende de winter op drie avonden de lessen. Dat aantal liep in de jaren daarna wat terug en na 1880 is er geen melding meer van de ‘Teekeninrichting’. Vermoedelijk voorzagen de Burgeravondschool en de Ambachtsschool inmiddels in de opleidingsbehoefte. Marinus zou nog lang de penningmeester van de vereniging blijven.

Op 30 juli 1890 overleed Jacob Abraham ‘smartelijk na langdurig lijden’. Op 28 augustus daaropvolgend werd de gemeente voor de Oudheidskamer een ‘schilderstukje van de brand in de Langedelft en Burcht’ aangeboden van de hand van ‘Ovaa’. In de catalogus uit 1910 staat het werk keurig vermeld als ‘Gezicht van den brand van de woonhuizen in de Langedelft, hoek Burgt, 1857’ van Ovaa. Hoe zag het eruit? Was het van Jacob Abraham? Het is niet meer na te gaan.

Arnold Wiggers

Jacob Abraham Ovaa, Vlissingse poort (buitenzijde, met doorkijkje in de Vlissingsestraat), 1868. Tekening in kleur, 33 x 36 cm – Zeeuws Archief, KZGW ZI-II-0364b
Jacob Abraham Ovaa, Vlissingse poort (binnenzijde; vanuit Vlissingsestraat), 1868. Tekening in kleur, 33 x 36 cm – Zeeuws Archief, KZGW ZI-II-0364a

Boris’ beeldentuin

Rondom de Gedenknaald 1817 – Boris Peeters 2022

Wat gebeurt er nu precies in de beeldentuin van Boris Peeters (Stadstekenaar 2022)? Zien we het rechthoekige beeld en dito sokkels iets moois hebben met het afgeronde beeld? En wat wil het insect? De beschouwer mag het zelf verzinnen. We gaan op zoek naar de originelen.

Centraal in Boris’ tuin staat de Gedenknaald ter ere van de opening van het nieuwe havenkanaal richting Veerse Gat uit 1817. Het ontwerp is van J.P. Bourjé (1774-1834) dat in wat gewijzigde vorm in natuursteen is uitgevoerd en al ruim 200 jaar geschiedenis aan zich voorbij heeft zien trekken bij de Spijkerbrug, de ingang van de Nieuwe Haven. 

Links staat het Bevrijdingsmonument van Oswald Wenckebach (1895-1962). Het beeld is van brons en de sokkel van natuursteen. Het werd op 6 november 1950 onthuld op zijn plek in het parkje aan de Groenmarkt. Op deze sokkel regel 3 en 4 uit het 13e couplet van het Wilhelmus: 

1-2 Seer prinslick was ghedreven – Myn princelick ghemoet,

3-4 Standvastich is ghebleven – Myn hert in teghenspoet.

Iets verder, op de Nieuwe Burg, staat de Gestolde herinnering van Sigurdur Gudmundsson (Reykjavik 1942). Het beeld werd op 17 mei 1990 onthuld door prinses Juliana, 50 jaar na de catastrofale stadsbrand, waar het zwart marmeren monument naar verwijst. De onthulling hing nog aan een zijden draadje of liever aan juiste gaten. Bij het plaatsen bleken die verkeerd geboord, waardoor de steen niet met de sokkel verbonden kon worden. Het is toch op tijd goed gekomen.

Sinds 2 juli 2005 wil Middelburg best laten zien dat alle welvaart in de tijd van de Republiek en daarna ook een keerzijde kent. Het Slavernijmonument memoreert dat het nog tot 1863 duurde voordat de slavernij officieel werd afgeschaft. Op 1 juli wordt jaarlijks met Keti Koti op de Balans bij het monument die gebeurtenis herdacht en alle ellende die de slavernij bracht. Het beeld is van Hedi Bogaers (1956-2006) die in Zierikzee werkzaam was. Het beeld is uit graniet opgetrokken, waarbij het rood symboliseert dat hart en het bloed dat zwart en wit verbindt. 

En dan die bij die geen bij is. Het abstracte beeld zonder titel staat in de Korte Delft ter hoogte van de Reigerstraat. Het is een brons van Theo Maassen (Apeldoorn 1942) en één van de beelden die in 1978 in de toen van (auto)verkeer vrijgemaakte Lange en Korte Delft werden geplaatst.

Boris’ beeldentuin is in een oplage van 10 stuks in de handel gebracht. Een gesigneerd, genummerd en door de Teeken Akademie gewaarmerkt exemplaar (A3) is verkrijgbaar voor € 75 via www.teekenakademiemiddelburg.nl 

Arnold Wiggers

Anno 1560 volgens Christien van Driel

‘Over een nacht ijs gaan’ is niet aan te bevelen. Bouwen zonder goed te funderen ook niet. Wie door de binnenstad van Middelburg loopt ziet links en rechts nogal wat ramen en deuren die weliswaar keurig in de gevel passen, maar allesbehalve haaks zijn. Blijkbaar is bij de bouw al iets misgegaan en heeft men de kozijnen, de deuren en de ramen aan de verzakking aangepast. Het lijkt erop dat in de meeste gevallen het proces gestopt is, want grote scheuren zie je niet. Wat zal de oorzaak geweest zijn? Waarschijnlijk is een oude waterloop bij de bouw over het hoofd gezien en was het gebouw al zover opgetrokken dat afbraak en herbouw uitgesloten waren toen het begon te verzakken. 

Christien van Driel, Stadstekenaar 2022, heeft zo’n prachtgeval in een mooie aquarel in beeld gebracht. Kinderdijk nummer …, ja welk nummer heeft het pand eigenlijk? Buurman rechts heeft nummer 22 en lijkt het pand te ondersteunen. In Christiens beeldtaal heeft het wat weg van een oud krakkemikkig stel dat een uitstapje maakt. ‘Voorzichtig buurman, voorzichtig!’ Het huis links trekt zich niet zoveel van het stel aan en blijft buiten beeld. Dit huis draagt nummer 20. Hè? En dat huis ertussen dan? Geen (zichtbaar) huisnummer en behalve dat ook geen voordeur! Zou die aan het Balkengat zitten? 

De Kinderdijk is bebouwd na de aanleg van de Nieuwe Haven in 1540 en het bewuste pand zonder nummer zal in 1560 gereed zijn gekomen. Verzakkingen aan de Kinderdijk werden mogelijk ook in de hand gewerkt door de specifieke ligging tussen het water: aan de voorkant de Nieuwe Haven en aan de achterzijde een oorspronkelijk tot aan het Molenwater lopende gracht (het Balkengat is een restant). Het hele, behoorlijk zoute stelsel was dan ook nog eens onderhevig aan eb en vloed. 

Hebben de kaaien en dijken in dit stadsdeel namen die verwijzen naar handelsproducten of handelsplaatsen, de Kinderdijk vormt een uitzondering. De naam Kinderdijk verwijst naar de stadskraan, waarvan de werklieden kraankinderen werden genoemd. De kraan kon hijsen met behulp van spierkracht. Lang waren dat kleine mannen (‘kinderen’) die in een soort trommel liepen die de aandrijving vormde. 

Niet zichtbaar op de aquarel Anno 1560 is het verschil in bakstenen tussen de begane grond en de verdiepingen. De gevel zal op straatniveau in de 18e eeuw opnieuw opgetrokken zijn. Om de verwarring nog iets groter te maken, blazen de auto’s in het plaatje ook hun partijtje mee. Staan ze geparkeerd of staan ze ongewild tegen elkaar, een vorm van ongewenste ondersteuning? Kortom, een plaatje met diepgang, dat -zo blijkt uit de reacties- symbool staat voor alle soortgelijke panden in Middelburg en blijkbaar vertedering oproept. Het is me wat met oude pandjes. 

Een afdruk van de aquarel Anno 1560 van Christien van Driel (oplage 10 stuks) is verkrijgbaar via de site www.teekenakademiemiddelburg.nl voor € 35.

Arnold Wiggers

1560 – Christien van Driel 2022

Botanisch tekenen

Stadstekenklas 2022/2023 in het Zeeuws Museum – foto Leen van Duivendijk

Op 2 maart 2023 gaf Leen van Duivendijk tekenles aan de Stadstekenklas van dit nieuwe jaar; groep 6 van juf Marloes van basisschool het Talent uit Middelburg. Deze eerste les van het nieuwe seizoen van de Middelburgse Teeken Akademie wordt vaak gegeven door 2 kunstenaars die in het bestuur zitten van de Akademie: Liesbeth Labeur en Leen van Duivendijk.

De klas begon op zolder van het Zeeuws Museum, in de meer dan 900 jaar oude Abdij en zochten a.d.h.v. foto’s naar botanische werken in de Wonderkamers. Botanisch tekenen is een manier om al tekenend planten te bestuderen. Als je tekent zie je meer. Dit thema werd bedacht door een ander bestuurslid; bioloog Gerard Heerebout. Vervolgens ging de groep naar de afdeling Zeeland van het Zeeuws Museum. Daar werden enkele kunstwerken onderzocht door de leerlingen en besproken. Ook mochten ze hun lievelingskunstwerk aanwijzen. Zeer populair was Gerard Menken met zijn ‘landschaps-stapel’. Tenslotte gingen we naar de werkplaats van de textielafdeling. Daar hingen jasjes en kleden met botanisch design. De leerlingen kregen de opdracht om ook een stof te ontwerpen met plantenvormen; bladeren, planten, bloemen enz. De klas ging snel en zeer geconcentreerd aan het werk. Bezoekers van het museum merkten op: ’Wat een leuke klas en wat werken ze goed’. Uiteindelijk werden alle ontwerpen op de grond gelegd en ging de klas eromheen zitten om over het werk te vertellen. De tekeningen komen op de website van de Middelburgse Teeken Akademie en worden bewaard in het Zeeuws Archief voor de toekomst.

Leen van Duivendijk

Stadstekenklas 2022/2023 in het Zeeuws Museum – foto Leen van Duivendijk
Stadstekenklas 2022/2023 in het Zeeuws Museum – foto Leen van Duivendijk
Stadstekenklas 2022/2023 in het Zeeuws Museum – foto Leen van Duivendijk

Stadstekenaars 2023

Donderdag 2 maart heeft Eduard Smit, wethouder met cultuur in de portefeuille, de namen van de stadstekenaars 2023 bekend gemaakt. In de sfeervolle voorhal van het historische stadhuis op de Markt kon hij niet 2 maar zelfs 3 mensen blij maken. Richard Dijkwel had zich net als in 2022 ingeschreven met zijn dochter Luna, inmiddels 8 jaar oud. Hun idee om samen naar Middelburg te kijken en te tekenen ging dit jaar in de categorie Liefhebbers met de eer strijken. Hun betrokkenheid bleek, want tijdens de plechtigheid legde Luna haar indrukken vast in het schetsboekje dat ze bijna altijd bij zich heeft.

In de categorie Beroeps ging de jury unaniem voor het idee van Janice Ys om actualiteit te mengen met het historische Middelburg. Ze werkt in verschillende technieken en maakt in haar werk het onzichtbare zichtbaar. Twee keer kijken dus om alle lagen in haar verhaal te zien. Janice is een relatieve nieuwkomer in het beroepsveld en we kijken met spanning naar haar werk uit.

Na de lovende woorden van Eduard Smit aan het adres van de Teeken Akademie en zijn bemoediging aan de stadstekenaars 2023 werden de contracten tussen de Teeken Akademie en de kunstenaars getekend. De editie 2023 wordt mogelijk gemaakt door een financiële bijdrage van het Prins Bernhard Cultuurfonds, het familiefonds Hurgronje en de gemeente Middelburg. 

We hopen de Stadstekenaars regelmatig in de stad te ontmoeten en hun werk in de diverse media te zien. Hoewel het ver weg lijkt, de afsluiting zal ook in deze editie van de Stadstekenaars in de vorm van een expositie in de Drvkkery plaatsvinden.

Janice, Luna en Richard heel veel inspiratie en nog meer tekenplezier toegewenst. 

Arnold Wiggers

Persbericht Stadstekenaars 2023

Op 2 maart 2023 werd het Stadstekenschap van Middelburg ondertekend. Van links naar rechts: Stadstekenaars-liefhebber Richard en Luna Dijkwel, Stadstekenaar Yanice Ys en de voorzitter van de Teeken Akademie, Arnold Wiggers – foto: Teeken Akademie

Het bestuur van de Teeken Akademie Middelburg heeft op 2 maart de Stadstekenaars 2023 aangesteld. Daarbij is het voorstel van de beide jury’s gevolgd. Wethouder Eduard Smit maakte donderdagmiddag in het Stadhuis op de Markt de namen bekend

Stadstekenaar categorie Liefhebber

Dit jaar waren er aanzienlijk minder inzendingen dan vorig jaar. De jury heeft unaniem gekozen voor de inzending waaruit de meeste betrokkenheid sprak met het onderwerp: Middelburg stad.

Bij alle tekenaars was het plezier in het tekenen duidelijk af te lezen. De uitverkorene gaf bovendien blijk van een voortgaande lijn van interesse in specifieke plekjes in Middelburg. We verwachten dat hij: Richard Dijkwel en dochter Luna (8 jaar oud) ook gaan tekenen op de wat minder voor de hand liggende plekjes van Middelburg.

Jury: Lucy de Graaf, Mick Jansen en Ramon de Nennie

Stadstekenaar categorie Beroeps

Het aantal inzendingen was met 11 stuks ongeveer gelijk aan de editie 2022. De keuze is gevallen op een relatief jonge en voor velen verrassende kandidaat: Janice Ys, vanwege haar eigen stijl met gemengde technieken, een opvallend plan om nu eens te tekenen wat je niet direct ziet en de meerdere lagen die ze in de tekeningen wil verwerken.

De jury is heel benieuwd wat ze het komend jaar gaat tekenen, met een open blik kijkend naar Middelburg: Middelburgse geschiedenis verbinden met hedendaagse, maatschappelijke onderwerpen. Haar werk is overtuigend genoeg om haar uit te nodigen om Middelburg op haar wijze te verbeelden en zodoende de inwoners een andere blik op hun omgeving te bieden.

Jury: Monika Dahlberg, Tamara Dees en Marinus van Dijke

Wat kwettert daar in de boom?

Kunst op straat met dame-in-strandstoel – Boris Peeters 2022

Wat als beelden in de openbare ruimte met elkaar in discussie gingen? Boris Peeters, Stadstekenaar 2022, heeft op zijn eigen wijze naar Middelburg gekeken en dat in een aantal prikkelende tekeningen vastgelegd. Heel Middelburg ziet hij als een levend geheel. Dat levert interessante mogelijkheden op. Beelden die her en der in de stad staan zijn op eigen kracht in een boom gekropen of gevlogen en verwonderen zich over de ander. De Stadstimmerman die normaal op de Vlissingsebinnenbrug steen aan het bewerken is, houdt zich nu aan een tak vast om de Jongens (links) en Meisjes (rechts) gade te slaan, die eindelijk de kans krijgen onderling te kletsen. Over de timmerman (1955) en de maker Peter de Jonge is hier eerder geschreven. De jongelui van Liesbeth Messer-Heijbroek (1914-2007) staan sinds 1957 op de Langevielebinnenbrug. Liesbeth Messer-Heijbroek, Amsterdamse van geboorte, volgde van 1935 tot 1939 een opleiding aan de Rijksacademie voor Beeldende Kunst in haar geboortestad. Na de Tweede Wereldoorlog woonde ze met haar man, architect Willem Messer, tot ongeveer 1973 in Vlissingen. Veel werk van haar waaronder mozaïeken, heeft binnen en buiten nieuwbouwprojecten door heel Zeeland een plaats gevonden. 

Wie trouwens op internet op de lijst met beelden in de openbare ruimte in Middelburg stuit, wordt aardig op het verkeerde been gezet. De 2 beelden zouden sinds 1956 op de brug staan, Mannen en Vrouwen heten en van brons zijn. Het zit iets anders. Bij de oplevering van de brug in 1956 was rekening met 2 beelden gehouden die de brug moesten verfraaien. Liesbeth Messer-Heijbroek en Philip ten Klooster werden door het gemeentebestuur gevraagd een ontwerp aan te leveren. In zijn nieuwjaarstoespraak 1957 maakte burgemeester Bolkenstein bekend dat de keuze op mevrouw Messer was gevallen. Op 14 oktober 1957 was het dan zover en werden de beelden plechtig onthuld. In het krantenverslag in de PZC wordt duidelijk waar we nu eigenlijk naar kijken. In de Kloveniersdoelen was destijds nog het militair ziekenhuis gevestigd en dat zou vertrekken. De gemeente dacht erover in het monumentale pand het gymnasium onder te brengen en in de aanloop daartoe (letterlijk) wilde men ‘iets schools’ op de brug. Gymnasiasten dus, gebogen over een boek. Geen Vrouwen en Mannen en van brons zijn ze ook niet: de bedoeling was natuursteen, wat door bezuinigingen -daar zijn we weer- niet haalbaar bleek, waardoor naar kunsthars is uitgeweken.  

Een tak lager in Boris’ tekening ligt een dame sinds 1977 in haar strandstoel. Guido Metsers modelleerde haar naar zijn inmiddels ex-vriendin Tanja, die daar niet langer blij mee was. Het beeld heette vervolgens Rebecca en nu Vrouw in ligstoel. Stond het eerst in de Lange Delft vlak bij de Markt, nu is het op de hoek Lange Delft-Segeerstraat te vinden. Oorspronkelijk van kunststof, is het beeld inmiddels van brons en een echte publieksmagneet. Dat moeten ze in Katwijk aan Zee ook opgemerkt hebben, want daar staat sinds 2005 een quasi kopie. Geheel naar de preutse tijdgeest draagt ze nu een badpak. O ja, ze is ook van stoel gewisseld. Wellicht dat daardoor Sjer Jacobs’ Kussend meisje Sofie van de Vismarkt (brons, 2001) nu eens goed naar de zittende dame kijkt om te zien wie ze voor zich heeft.

Een gesigneerde en tot 10 stuks gelimiteerde afdruk van Boris Peeters’ tekening is verkrijgbaar via de Teeken Akademie. Zie 

Arnold Wiggers

Stadstekenaars 2022 uitgezwaaid

Stadhuis – Boris Peeters 2022

Een jaar lang mochten Christien van Driel en Boris Peeters zich Stadstekenaar van Middelburg noemen. Hoe zat het ook alweer? De Teeken Akademie wil met de stadstekenaars de tekenkunde (tekenkunst) bevorderen. Dat betekent dat kunstenaars de omgeving observeren en met een tekentechniek vastleggen. Daarbij werken zij naar een van te voren ingediend eigen projectplan. Door Middelburg als object te nemen, ontstaat werk dat herkenbaar is bij een breed publiek. Gedurende het jaar wordt links en rechts wat van het werk getoond, om uiteindelijk in een expositie te worden gepresenteerd. Na afloop blijft het materiaal beschikbaar voor de gemeenschap en maakt het onderdeel uit van de immense openbare verzamelingen afbeeldingen van de stad. De Teeken Akademie probeert recht te doen aan fair pay, wat inhoudt dat de vergoeding voor de kunstenaars in verhouding staat tot de inspanning.

Op zaterdag 4 februari zijn Christien en Boris in een geanimeerde bijeenkomst in de Drvkkery uitgezwaaid. Aan de wanden hing van 9 januari tot 20 februari hun werk, dat veel positieve reacties heeft uitgelokt. Het is voor kunstenaars en de Teeken Akademie een bijzonder jaar geweest. Alles was nieuw en dus een uitdaging. De stadstekenaars hebben een platform in De Middelburger gekregen, zodat ze bij velen op de mat vielen. Boris ondersteunde de stadstekenklas in de Lange Jan, die hij eerder al zo karakteristiek als Lange-Jan-Van Gent had neergezet. Christien maakte in urban sketching workshops de lol van het tekenen tastbaar: ruim 40 personen in alle leeftijdsklassen tekenden mee. 

Het hele project kon plaatsvinden door financiële ondersteuning van het Prins Bernard Cultuurfonds, het Familiefonds Hurgronje en particuliere schenkers. De Drvkkery stelde de expositiewanden beschikbaar. 

Van verschillende zijde is gevraagd of het werk dat in het kader van het stadstekenaarschap is gemaakt te koop is. Helaas, dat is het uit de aard van het project niet. We willen de originelen als erfgoed voor de gemeenschap bewaren. Wel zijn er afdrukken te koop. Van alle werken zijn in een oplage van 10 stuks afdrukken gemaakt op A3-formaat. Elk exemplaar is voorzien van een blinddruk TEEKEN AKADEMIE MIDDELBURG en door de kunstenaar gesigneerd en genummerd. De prijs voor een afdruk bedraagt € 75,00. Binnen Middelburg wordt een bestelling thuisbezorgd. Buiten Middelburg wordt € 7,00 verzendkosten in rekening gebracht. 

De afbeeldingen van de werken van Christien van Driel en Boris Peeters vindt u hier. Bestellingen kunnen via info@teekenakademiemiddelburg.nl geplaats worden.

Arnold Wiggers

Verse vis – Christien van Driel 2022

Vervenne en Vervenne

Dit stukje was bijna in de prullenbak beland, ondanks een prachtige vondst.

Pieter Adriaan Vervenne, Gezicht in een straat in het voormalige Begijnhof te Middelburg met op de achtergrond de Abdijtoren, 1830-1840. Tekening in kleur, h. 41; br 34 cm – Zeeuws Archief, KZGW ZI-II-0252

Wat ging er fout? 

Volgens de digitale toegang wordt in het Zeeuws Archief een tekening van P.A. Vervenne bewaard van een straatje in het voormalige Begijnhof uit de periode 1830-1840. Eigenaar is het Zeeuws Genootschap en het stuk behoort tot hun historisch-topografische atlas Zelandia Illustrata.

Wie was Pieter Adriaan Vervenne? Hij werd tussen 1841 en 1845 verschillende keren door de Teeken Akademie voor zijn tekeningen naar prent en pleister onderscheiden. Altijd goed voor nader Teeken Akademie-onderzoek. Eerst maar eens naar zijn afkomst kijken: in 1825 geboren als zoon van Hendrik Vervenne, schilder, en Maria Cornelia Geijp, een familie waar ook de nodige schilders in voorkomen. De voorwaarden voor tekentalent leken aanwezig. Hij huwde Wilhelmina Johanna Bos, met wie hij 6 kinderen kreeg, van wie er 3 als zuigeling stierven. Pieter Adriaan zelf werd ook niet oud. Hij stierf 4 januari 1864, van beroep schilder en 38 jaar oud. 

Maar wat staat daar linksonder? Onmiskenbaar gesigneerd P.J. Vervenne, naar alle waarschijnlijkheid Pieter Jacobus Vervenne (1858-1932), zoon van Huibregt Pieter Vervenne, winkelier, en Cornelia de(n) Hond (Dhont). Deze Vervenne heeft zijn werkzame leven als onderwijzer doorgebracht. De kans is groot dat hij het onderwijzersvak heeft geleerd aan de Normaalschool (voornamelijk avondonderwijs) die in 1859 van start was gegaan in de Lange Noordstraat. De Teeken Akademie zelf zal Pieter Jacobus niet bezocht hebben, maar het bestuur ervan was wel betrokken bij de oprichting van de onderwijzersopleiding. In 1877 ging de Rijks-Kweekschool van start, eerst in het Van de Perre-huis en later dat jaar in de Lange Noordstraat in het voormalige sociëteitsgebouw (dagopleiding). Mogelijk heeft Pieter Jacob ook hier lessen gevolgd. Hoe dan ook, ergens heeft hij goed tekenen geleerd.

De datering 1830-1840 van de tekening kan gezien de leeftijd van de maker niet kloppen, wat ook wel aan de kleding van de personen te zien is. De beschrijving kan ook nauwkeuriger. De oriëntatie is inderdaad richting het (voormalige) Begijnhof. De tekenaar zat op de Zuidsingel en tekende niet ‘een straat’, maar de Rozemarijnstraat. Zowel het pand links als rechts bij de ingang is tot op de dag van vandaag herkenbaar. Wellicht voor het effect heeft de tekenaar de Abdijtoren wat langer gemaakt dan hij in werkelijkheid vanuit dat gezichtspunt is. 

Van J.P. Vervenne is in elk geval naast de tekening nog een nieuwjaarswens uit zijn lagereschooltijd voor zijn moeder bewaard gebleven, mogelijk gelijk met de tekening in bezit van het Genootschap gekomen. De kwaliteit van de tekening van de Rozemarijnstraat maakt nieuwsgierig naar meer werk, dat jammer genoeg niet voorhanden is. Van het eigenlijke onderwerp van dit blog Pieter Adriaan Vervenne, is helemaal niets overgeleverd. Maar beiden zijn voor even aan de vergetelheid ontrukt.

Arnold Wiggers

Nieuwjaarswens voor C[ornelia] de Hond van haar zoon J.P. Vervenne, ca. 1870 – ZB Bibliotheek van Zeeland, Collectie Handschriften 5048 (KZGW

Rozemarijnstraat, Middelburg 31-01-2023 – Foto: A. Wiggers

Stormvloed in beeld

‘[In Vlissingen] steeg de hart verscheurende jammerkreet met een verdubbeld hulpeloos kermen en gillen, dat zich allerwegen deed hooren, van alle zijden ten hemel op, daar de nood ten hoogsten toppunte rees, de woedende Zee alles in hare vaart dreigde mede te slepen of te vernielen en het grimmend gevaar alle redding en uitkomst geheel scheen te verbannen, terwijl de tooneelen van verwoesting en ellende, die zich, toen de dageraad aanbrak en vervolgens, aan het oog vertoonden, alle verbeelding overtroffen.’

Aan het woord is dominee S. van Hoek die de stormvloed beschreef, die Zeeland en andere delen van Zuidwest Nederland in de nacht van 14 op 15 januari 1808 trof. IJselijke taferelen schetst hij. Hoe het water de binnenstad blank zette en vooral in de laaggelegen Paardenstraat en Palingstraat slachtoffers maakte, dat deel van de stad waar de bevolking door de economische malaise toch al zo was getroffen. Beschrijvingen van in bed verdronken vrouwen en kinderen, maar ook dappere reddingen. Zelfs de kat die uren op een richel boven de deur met de snuit boven water had gezeten en zo overleefde, kreeg een plaatsje in zijn boek Natuur- en geschiedkundige beschrijving van den verschrikkelijken watervloed tusschen den xiv en xv van Louwmaand MDCCCVIII dat later in 1808 in twee delen bij Loosjes in Haarlem verscheen. Maar liefst 31 slachtoffers waren er in Vlissingen te betreuren, die met naam en straat worden genoemd. Meerdere personen werden in een door de stad betaald massagraf bijgezet, om de toch al berooide nabestaanden kosten te besparen.

Hoe beeldend ook het taalgebruik van Van Hoek, de behoefte aan beeldmateriaal van de ramp bij het publiek was groot. Daar werd in voorzien door 7 gravures als uitklapplaten toe te voegen. De rampbeelden van Vlissingen (4), Veere (1) en Kruiningen (2) werden vervaardigd naar tekeningen van Johannes Hermanus Koekkoek (1778-1851). In 1803 was hij gelauwerd aan de Teeken Akademie als primus in het tekenen naar naakt model. Koekkoek ontwikkelde zich tot een romantisch zeeschilder die teruggreep op voorbeelden uit de Gouden Eeuw èn hij is de stamvader van generaties schilders met de naam Koekkoek, waarvan zoon Barend Cornelis (1803-1862) de bekendste is. Hoewel het her en der in de literatuur als gegeven opduikt, is er geen hard bewijs dat vader of een van de vier schilderende zonen aan de Teeken Akademie tekenles gedurende de winter-avondklassen gevolgd hebben. Wel hebben J.H. en B.C. naar naakt model getekend, maar dit onderdeel kon gevolgd worden door een ieder die over voldoende kwaliteit beschikte, ook zonder opleiding aan de Middelburgse academie. Vader Johannes heeft in de behangselfabriek van Thomas Gaal gewerkt en zal daar zijn talenten verder ontwikkeld hebben, want Thomas Gaal was immers tekendocent aan de Teeken Akademie. En zoon Barend was op 13-jarige leeftijd al zo ver gevorderd dat er werk van hem te zien was op de expositie in de Teeken Akademie ter ere van het bezoek van Willem I in 1817. Wat had die in schoolbanken te zoeken?

Waar de originele tekeningen gebleven zijn is niet duidelijk. Intrigerend zijn drie foto’s uit het voormalige archief van Vlissingen die sterk lijken op gravures uit het boek, maar die beslist niet van de gedrukte versies gemaakt zijn. Naar de originelen?

Arnold Wiggers

Foto, mogelijk van het origineel van de tekening van J.H. Koekkoek die als gravure onder de titel ‘Gezigt naar de Kerkstraat, Steenen Beer en Dok te Vlissingen, 15 january 1808’ in het boek Natuur- en geschiedkundige beschrijving van den verschrikkelijken watervloed tusschen den xiv en xv van Louwmaand MDCCCVIII van S. van Hoek werd opgenomen – Zeeuws Archief, Fotocollectie Vlissingen nr. 8779
Foto, mogelijk van het origineel van de tekening van J.H. Koekkoek die als gravure onder de titel ‘Gezigt van de Palingstraat te Vlissingen op den morgen van 15 january 1808’ in het boek Natuur- en geschiedkundige beschrijving van den verschrikkelijken watervloed tusschen den xiv en xv van Louwmaand MDCCCVIII van S. van Hoek werd opgenomen – Zeeuws Archief, Fotocollectie Vlissingen nr. 8157
Gravure naar een tekening van J.H. Koekkoek, uit: S. van Hoek, Natuur- en geschiedkundige beschrijving van den verschrikkelijken watervloed tusschen den xiv en xv van Louwmaand MDCCCVIII (Haarlem 1808) – Zeeuws Archief, HTA Vlissingen nr. 1751
Foto, mogelijk van het origineel van de tekening van J.H. Koekkoek die als gravure onder de titel ‘Gezigt van de doorbraak der zeedijk en inlage en de polder van Kruiningen in den Nacht van 15 Januarij 1808’ in het boek Natuur- en geschiedkundige beschrijving van den verschrikkelijken watervloed tusschen den xiv en xv van Louwmaand MDCCCVIII van S. van Hoek werd opgenomen – Zeeuws Archief, Fotocollectie Vlissingen nr. 7686