De familie Roelse

Kaart van de buitenplaats Het huis te Molenbaix onder de gemeente Grijpskerke, aankomende den heer C. Vis, 1:2000, door K. Roelse Lz Cornelis Vis (1788-1853) was griffier van de Staten van Zeeland en eerste voorzitter van de ZLM – Zeeuws Archief, Polder Walcheren 1511-1870, nr. 2710

Nogal wat generaties Roelse zijn verbonden geweest aan de polder Walcheren. Zo was Louris Willem Roelse (1767-1847) ondercommies in de Vijfambachten. Hij woonde met zijn vrouw Maria Stephanus[dochter] Gabrielse (ca. 1769-1847) in Westkapelle waar ook hun zonen Stephanus Roelse (1794-1860) en Kornelis Roelse (ca. 1809- 1844) werden geboren. Beide zonen zouden ambtenaar bij de polder Walcheren worden. Hun werk voor de polder zal betekend hebben dat ze kaarten niet alleen konden lezen, maar ook tekenen. Kornelis heeft les gevolgd aan de Teeken Akademie. Hij ontving in 1826 een prijs als primus in de 2e afdeling van de 3e klas naar prent. Het jaar erop kreeg hij een aanmoedigingsprijs in de 3e klas, wat gezien moet worden als een troostprijs voor de tweede uit een klas die op een haar na de hoofdprijs heeft gemist. Van zijn oudere broer Stephanus zijn dan wel geen vermeldingen bekend, het lijkt logisch dat hij lessen heeft gevolgd. 

Stephanus huwde in januari 1815 Clara Huibregtsen (ca. 1793-1860). Toen het echtpaar rond 1821 van Vlissingen naar Middelburg verhuisde, was geen van hun 4 kinderen meer in leven. Van de negen zwangerschappen die volgden, eindigden er 3 met de geboorte van een levenloos zoontje en twee kinderen stierven na enkele maanden. Drie dochters en een zoon, werden volwassen. Stephanus Roelse werd in 1859 bij de oprichting van de Middelburgsche Maatschappij van Stoomvaart, die driemaal per week een dienst op Rotterdam onderhield, in de driekoppige directie benoemd. Al een jaar later kwam hij te overlijden. Zoon Lourus Willem (1832-1885) trad in meerdere opzichten vaders voetsporen. In elk geval volgde hij lessen aan de Teeken Akademie, want in 1847 werd hij primus in de 5e (laagste) klas bouwkunde. Tot landmeter werd hij beëdigd in 1849 en zo klom hij verder op tot opzichter in algemene dienst van de polder Walcheren. In augustus 1870 nam hij ontslag en werd directeur bij de stoomvaartmaatschappij waar zijn vader aan de wieg had gestaan. Het huwelijk met Maatje den Haan (1847-1904) zou kinderloos blijven.

Kornelis Roelse trouwde op de eerste dag van april 1830 met Pieternella Johanna Cramer (ca. 1810-1884). Ook in dit gezin woonachtig in Vrouwenpolder en later in Zanddijk-Buiten, was de kindersterfte hoog: van de 8 kinderen stierven er 4 als zuigeling. Hendrik Hermanus (1831-1872) koos een andere richting dan zijn vader. Hij volgde lessen aan de Teeken Akademie en werd in 1849 primus in de 2e klas en in 1851 primus in de 1e klas naar pleister. Daarmee was zijn tekenopleiding voltooid. Een bewijs voor zijn tekentalent is een geaquarelleerd zeegezicht met schepen, dat zich in privébezit bevindt. Toch werd dit niet de richting waar hij roem mee zou verwerven. Hij legde zich in 1852 toe op de fotografie, die zich sinds de uitvinding van Nièpce in 1826, sterk ontwikkeld had. Halverwege de 19e eeuw was het maken van daguerreotypieën vooral voor portretten zover ontwikkeld, dat Roelse na de techniek onder de knie te hebben gekregen, aan de Dam Zuidzijde een eigen atelier kon openen. Hij zou de eerste zijn in Middelburg die in de fotografie zijn middel van bestaan vond. Later toen er met negatieven werd gewerkt, kon hij van een opname meerdere afdrukken maken en verkopen. Regelmatig legde hij activiteiten vast en stelde hij zijn camera op voor bekende gebouwen in Middelburg, waaronder verschillende die de afbraakwoede uit de 19e eeuw niet overleefden. Dankzij Hendrik Hermanus Roelse hebben we daar de foto’s nog van.

Arnold Wiggers

Foto H.H. Roelse, Gezicht op de Rouaansekaai te Middelburg met een afgemeerde raderboot van de Middelburgsche Maatschappij van Stoomvaart, ca. 1860 – Zeeuws Archief, HTAM nr. F-12
Foto H.H. Roelse, Werkzaamheden aan de kademuur ter hoogte van Dam Zuidzijde, ca. 1870. De foto moet van voor 1872 zijn, het sterfjaar van Roelse. Het werk voor het droogdok startte in 1875 – Zeeuws Archief, Collectie KZGW ZI-II-2344-2 (onderdeel van een album).

Stadstekenaar op het Molenwater

Arian Van Dijk, Zicht vanaf de veste richting Molenwaterpark, 09-03-2024

Een adres vinden op het Molenwater in Middelburg lijkt een peulenschil. Dat is het ook, voor wie weet hoe de nummering loopt. Op de stadsplattegrond van 1873, getekend na de aanleg van het Kanaal door Walcheren, is de Zuidsingel de Zuidsingel, maar de naam Molenwater staat alleen vermeld voor de straatwand met Burgerweeshuis tussen Koepoortstraat en Koepoort. Hoewel er een hele huizenrij stond om de hoek van de Noorpoortstraat waar nu het Molenwater begint te nummeren, draagt die op deze kaart geen straatnaam. De gracht daar was al gedempt en dat stuk werd wel aangeduid als Korte Heerengracht. Ook het ‘echte’ Molenwater was toentertijd eigenlijk al zo goed als zonder water: de muziektent stond er en het exercitieterrein was aangelegd. De noordkant kende wat kleine huizen, het 18e -eeuwse pakhuis en de toenmalige schouwburg. De gasfabriek en nog wat industrie zouden er verrijzen en aan het eind van de 19e eeuw een imposante rij aan herenhuizen.

De nummering loopt tegenwoordig vanaf de huisartsenpraktijk De Vleugelnoot (47) op tot 99 van de Schouwburg en dan 2 nummers voor de Koepoort (101 en 103). Vervolgens beginnen met een haakse hoek de nummers 105 tot en met 137. Een van de weinige pandjes met een even nummer (de Watertoren heeft 2a en de voormalige Militaire School nummer 4) zou snackbar het Smulhoekje kunnen zijn. Maar nee, wie een postadres zoekt, komt uit op Koepoortlaan 3 en is daarmee het enige adres aan deze laan! Op de tekening van stadstekenaar Arian van Dijk staat het metalen gebouwtje uit 2003, de opvolger van het houten ‘frietkot’ uit 1971 (1968 zeggen ze zelf op de website). Friet werd er in de buurt van de Schouwburg en Miniatuur Walcheren trouwens al ver voor 1968 verkocht. 

Links op de tekening de (ongeveer) blinde muur van Molenwater 105, waar tot in de vroege jaren ’70 nummer 103 tegenaan stond. Dat wat lagere pand brandde op de Eerste Kerstdag 1970 af, waarna het opgeruimd is. Het nummer werd (vermoed ik) na de restauratie van de Koepoort in 2018 aan een van de twee appartementen gegeven, die toen in het monument werden gecreëerd.

Hoek Molenwater / Nieuwe Oostersestraat te Middelburg. Het pand Molenwater 103 werd op 25 december 1970 door brand verwoest. Foto: maker onbekend – Beeldbank Zeeland recordnr. 123791

Op de originele invalshoek van de tekening van de stadstekenaar op de achterkanten van dit stukje Molenwater staat uiterst links de donkere zijkant van nr. 111. Ooit was dit een kaatsbaan en later het woonhuis van Johan Pieter Bourjé (1774-1834), succesvol leerling van de Teeken Akdemie. Uit de overgeleverde tekeningen in het Zeeuws Museum lijkt het dat hij een vanaf 1788 de lessen heeft gevolgd, mogelijk ook als prijswinnaar. Gegevens daarover ontbreken. Wel dat hij in 1793 de primus naar naakt levend model werd. Het schilderen heeft hij van Pieter Gaal (1769-1819) geleerd. Zelf prijswinnaar en dirigerend lid van de Teeken Akademie, zal hij de schilderlessen toch thuis verzorgd. Van Bourjé is een gezicht op het Molenwater, wat hij vanuit de woonkamer kan hebben gemaakt. Deze kunstenaar en wetenschapper in enkele zinnen schetsen, doet hem te kort. Wie hem nader wil leren kennen: hij heeft een sympathieke biografie in de serie Zeeuws Katernen van de hand van oud-voorzitter Albert Meijer uit 1992, met als hoofdtitel Frappante gelijkenissen.

Arnold Wiggers

J.P. Bourjé, Gezicht van het Molenwater te Middelburg, getekend vanuit Molenwater 111, 1802. Gewassen tekening in kleur, 44,5 x 60 cm – Zeeuws Archief, Collectie KZGW ZI-II-2445

De jongens Hertogs

Middelburgsche Courant, 04-01-1868 – Krantenbank Zeeland

Op 30 december 1830 na het middageten toog stadsvroedvrouw Margaretha Hardijzer naar het Stadhuis om aangifte te doen van een geboorte. De dag ervoor had ze in de Bellinkstraat een gezonde jongen op de wereld helpen zetten. Met het kind en de moeder, Suzanna de Graaf (1798-1884), ging het goed. De vader? Die was onbekend, dus vandaar hààr gang naar de burgerlijke stand. Het kind werd Cornelis Adrianus genoemd. Ze had gezelschap van schoenmaker Cornelis de Graaf, de grootvader van het kind en van Martinus Hertogs. Wat deed deze in 1806 in Bergen op Zoom katholiek gedoopte bakkersknecht hier? Temeer daar bleek, toen de akte opgesteld en voorgelezen was, dat hij niet kon schrijven. 

Huwelijksakte Martinus Hertogs en Suzanna de Graaf, 02-08-1832. Detail – Zeeuws Archief, Zeeuwen Gezocht

Martinus stond op 2 augustus 1832 weer voor de ambtenaar, nu om met Suzanna de Graaf te trouwen. De aap komt dan uit de mouw: gezamenlijk verklaarden ze dat Cornelis Adrianus hun natuurlijk kind was. Wat zou een eerder huwelijk in de weg hebben gestaan? Suzanna was bij de geboorte van de zoon 32 en Martinus 24. Meerderjarig werd je bij 25, dus had hij toestemming van zijn ouders nodig. Zijn vader was in 1810 overleden. Mogelijk was zijn moeder daarna uit beeld geraakt. Ook de verwarring van voornamen, Adriana bij de doop en Johanna Koolen in de memorie van successie in 1810, kan er voor gezorgd hebben dat ze zoekgeraakt is in de administratie. Hoe dan ook, er moest in 1832 nog een koninklijke goedkeuring aan te pas komen om dispensatie te krijgen voor het ontbreken van een toestemming of een bewijs van overlijden van zijn moeder. En nu staat er wel een handtekening van Martinus onder!

Na Cornelis Adrianus (1830-1901) volgden Adriaan Anthonij (1833-1909), Pieter Franciscus (1835-1891), Levinus Dirk (1838-1911) en 3 jonggestorven kinderen. Vader Martinus Hertogs klom van bakkersknecht op tot beëdigt koolmeter (meter door schatting van de hoeveelheid steenkool). Moeder Suzanna die bij haar huwelijk nog als naaister te boek stond, moet al snel daarna als kamerbehangster in hun huis aan de Turfkaai een eigen zaak begonnen zijn, die ze in 1868 overdroeg aan haar jongste zoon Levinus Dirk. Deze had zijn opleiding aan de Teeken Akademie gevolgd, waar hij in 1855, 1861 (niet in Om prijs en plaats) en 1864 onderscheiden werd. Hoewel hij bij zijn huwelijk in 1866 met Johanna Huyssoon nog kamerbehanger was, verlegde hij zijn werkzaamheden naar vooral bedden en matrassen. 

De broer boven hem, Pieter Franciscus, volgde ook lessen aan de Teeken Akademie en werd in 1857 en 1858 onderscheiden. Hij zou daarna al snel naar Rotterdam verhuizen, waar hij als timmerman de kost verdiende. Adriaan Anthonij, de tweede zoon, werd in 1850 naar ornament onderscheiden en een jaar later primus in de 5e klas bouwkunde. In 1857 huwde deze schrijnwerker (meubelmaker) Jacomijna Blom (1835- Leiden 1883) en het stel beproefde zijn geluk in Rotterdam. Daar werden 2 kinderen geboren, waarna ze in 1866 weer naar Middelburg teruggingen. Een triest jaar: niet alleen hun zoontje stierf, ook het in juni geboren dochtertje. De daarna geboren 2 meisjes zouden niet volwassen worden. In 1877 ging het echtpaar uit elkaar. Adriaan Anthonij hertrouwde in 1878 Maria Louisa Tapper (1848-1924) met wie hij nog 7 kinderen kreeg, waarvan de laatste in 1890. Of Cornelis Adrianus, de oudste broer, lessen aan de Teeken Akademie gevolgd heeft, is onbekend. Hij zou als ambtenaar de kost voor zijn gezin verdienen. 

Arnold Wiggers

Onder meer op Turfkaai 15 en 21 hebben leden van de familie Hertogs in de 19e eeuw gewoond – Beeldbank Zeeland (ZB Bibliotheek van Zeeland) recordnr. 14873

Dordrecht – Middelburg

Abraham van Strij (1753-1826) naar Meindert Hobbema, Landschap met meertje en enkele boerderijen (naar A Stormy Landscape) (1800). Aquarel – Privécollectie (VS)
Abraham van Strij (1753-1826) naar Meindert Hobbema, Landschap met meertje en enkele boerderijen (naar A Stormy Landscape) (1800). Aquarel – Privécollectie (VS)

Het Dordrechts Museum heeft nog tot 1 september de tentoonstelling ‘Gebroeders Van Strij. Van schets tot schilderij – 250 jaar Pictura’ (www.dordrechtsmuseum.nl). Als bijzondere nevenactiviteit wordt in de geest van de oprichters van Pictura een aantal kunstschouwen georganiseerd. Conservator Sander Paarlberg stimuleert met gloedvolle betogen de ca. 20 deelnemers om goed te kijken naar de tekeningen uit de beginperiode van Pictura, die hij op verantwoorde wijze van hand tot hand laat gaan. 

Het Teekengenootschap Pictura werd in de herfst van 1774 opgericht, waarmee het 4 jaar ouder is dan de Teeken Akademie. Pictura is een genootschap dat oorspronkelijk makers en verzamelaars bijeenbracht om eigen of verworven werken te ‘schouwen’, dus (laten) zien en bepraten. Later ontwikkelde het zich tot een kunstenaarsvereniging, waar ook teken- en schilderlessen werden gegeven. Het tekenen naar model vindt nog steeds plaats. De Teeken Akademie werd opgericht om jongens te scholen om zo de kwaliteit van artistiek en toegepast werk te verhogen. Na een voltooide scholing (naar prent en pleister) werd naar model getekend, waar in 1840 een einde aan kwam. Het schilderen is aan de academie nooit onderwezen. Talenten gingen vooral naar de academie in Antwerpen.

De tentoonstelling toont vooral werk van de gebroeders Abraham (1753-1826) en Jacob (1756-1815) van Strij en dan vaak de combinatie tekening en het uiteindelijke resultaat in olieverf. Academiewerk is ook te zien, wat een beeld schetst hoe het ook in Middelburg geweest zou kunnen zijn. En er is een link met de Teeken Akademie: een aquarel van Abraham van Strij, getiteld ‘Landschap met meertje en enkele boerderijen’. Het meet 47,5 bij 61 cm en is gesigneerd en gedateerd 1800. Op de achterkant staat: ‘Na het Origineele Schilderij van M. Hobbema … 4 Aug 1800. Het genoemde Schilderij is berustende in het Museum of Teeken Akademie te Middelburg in Zeeland’. De Hobbema was in 1787 ontvangen als geschenk van Jacob Boogaard (Bogerd) met de bedoeling dat het als oefenmateriaal gebruikt zou worden. Secretaris Herklots wist in 1802 te melden dat leerlingen door de jaren vele uitmuntende kopieën in olie- en waterverf hadden gemaakt en blijkbaar ook bezoekende schilders, zoals Abraham van Strij. 

Zoals eerder hier al eens beschreven is, werd dat schilderij van Hobbema in 1805 uit geldnood verkocht. De dirigerende leden stelden zich tevreden met een kopie gemaakt door de behangselschilder Vermeulen uit het eind van de 18e eeuw. Veel waarde had die niet en is inmiddels uit beeld geraakt. Het origineel bracht destijds ƒ 3300 op en de verkoop werd al snel betreurd. In 1889 was de inschatting dat de waarde van het werk toentertijd richting honderdduizend gulden zou gaan. Na een omzwerving via Amsterdam, Parijs en Rome was het in die tijd eigendom van Richard Wallace (1818-1890). Bij het overlijden van diens weduwe in 1897 hing het in Hertford House in Londen en werd het met het overgrote deel van de kunstcollectie en het huis aan de Britse staat geschonken. In 1900 opende daar de Wallace Collection waar de Hobbema als ‘Stormy landscape’ te bewonderen is. Voor een originele interpretatie uit 1800 door Abraham van Strij kunt u tot 1 september dichter bij huis blijven: Dordrechts Museum.

Arnold Wiggers

(met dank aan de heer en mevrouw Teulings en Sander Paarlberg)

M. Hobbema, Stormy landscape – Wallace Collection, Londen

Prijs voor Jong Zeeuws Tekentalent 2024

De inschrijving voor de tweede editie van de Prijs voor Jong Zeeuws Tekentalent staat weer open. Tot 1 mei kan iedereen tussen de 15 en 25 jaar zich inschrijven om mee te dingen naar de prijs van € 500 en een historisch verantwoorde legpenning met inscriptie. De prijs is ingesteld door de Ridderschap van Zeeland en de Teeken Akademie. Beide instellingen hebben kunstbevordering hoog in het vaandel staan en denken met de prijs een bijdrage te kunnen leveren. Voorwaarde voor inschrijving is wel dat de deelnemer een aantoonbare relatie met Zeeland heeft.

Zoals Kian Wisse, de winnaar van de prijs in 2023. Kian volgt een kunstopleiding in Dendermonde. De jury was vorig jaar onder de indruk van zijn werk. We waren benieuwd hoe het met hem ging. Als antwoord stuurde hij een beoordeling door zijn docent, waarin zinnen als: ‘Kian heeft voor mij het interessantste schetsboek. Ik kijk altijd gefascineerd naar zijn tekeningen van ideeën en losse voorwerpen.’ En: ‘Met verschillende potloden, arceringen en schriftuur heeft hij het gevoel van stedelijke ruimtelijkheid mooi weergegeven.’ De docent nodigt hem uit eens op een groot blad te gaan werken met verschillende technieken. Zo’n mooie beoordeling (er staat nog veel meer positiefs in) geeft aan dat de juryleden in 2023 het juist zagen: een Tekentalent. 

Inschrijven kan door het formulier op de site www.teekenakademiemiddelburg.nl in te vullen (vergeet de binding met Zeeland niet te vermelden) en met maximaal 3 van een maakdatum voorziene afbeeldingen van tekeningen naar info@teekenakademiemiddelburg.nl op te sturen. De inzendtermijn sluit op 1 mei. Daarna gaat een vakjury naar de inzendingen kijken. De naam van de winnaar wordt op 8 juni bekend gemaakt. 

Arnold Wiggers

Waar het allemaal begon

Arian van Dijk, Balans, 09-03-2024

Stadstekenaar 2024 Arian van Dijk zat afgelopen 9 maart met zijn tekenstift en papier op de hoek waar de St. Pieterstraat op de Balans uitkomt. Een originele hoek om het pleintje vast te leggen. Meestal staat de gevel van de St. Jorisdoelen centraal of de Abdijpoort, die beide op de tekening ontbreken. Eigenlijk is de zijde die we zien de meest originele. De Abdijpoort is wel oud, maar de depotruimten (de zo goed als blinde muren) links ervan van voorheen het Rijksarchief en nu het Zeeuws Museum zijn dat niet. Daar stonden voor de brand van 1940 huizen, die overigens in die vorm daar toen ook nog niet zo lang stonden. Ze waren het product van de grote Abdijrestauratie uit het eind van de 19de eeuw. Het pand St. Jorisdoelen draagt wel trots 1582 als bouwjaar, maar is in 1970 als een feniks uit de as herrezen. In de jaren ’60 was hier een keurig onderhouden grasveldje. 

Toch zou Leendert Bomme (1727-1788), de eerste secretaris van de Teeken Akademie met vertwijfeling naar de tekening hebben gekeken. ‘Waar is de Waag en waar is het kantoor van de Commercie Compagnie?’ Hij was immers een van de directeuren van de handelsmaatschappij, die in die dagen volop op Afrika en de koloniën in de West handelde en de grootste transporteur van tot slaaf gemaakten in de Republiek was.

Het ligt voor de hand dat de naam Balans voor het plein komt van de stadswaag die hier stond. Wegen was een serieuze zaak in een tijd waarin er nationaal al geen eenheid in maten en gewichten was. Het was een recht dat de stad toekwam en geld opbracht. Vroeg in de 16e eeuw verrees er tegenover de Abdijpoort een apart waaggebouw. Het huis pal achter de Waag werd in 1720 ingericht als kantoor van de toen opgerichte Commercie Compagnie. Hoe het precies eruitgezien heeft, weten we niet. Erg groot zal het niet geweest zijn, want de twee panden ter rechterzijde op de hoek met de Wagenaarstraat die er nog wel staan werden door de onderneming ook als kantoor gebruikt voor een handvol kantoorpersoneel inclusief conciërge (klusjesman). Imposant en representatief al evenmin. Voor vergaderingen van de directeuren werd uitgeweken naar de St. Jorisdoelen. Bovendien werd achter het Commerciehuis in 1730 een magazijn gebouwd dat goed bereikbaar moest zijn, wat dan toch door het hoofdgebouw plaatsgevonden zal hebben. De fraaie poort zal daar een restant van zijn.

Leendert Bomme moet het waaggebouw goed gekend hebben. Of hij het was die de zolder ervan heeft voorgesteld als onderkomen van de Teeken Akademie is onbekend, maar op 2 november 1778 vond hier de eerste tekenles van de Teeken Akademie plaats. 

De 19de eeuw was vooral de eeuw van afbraak lijkt het wel. Dat begon in 1822 met de verkoop voor sloop van zowel de Waag als het Commerciehuis. In 1823 gingen ze voor de vlakte en ontstond de straatwand zoals de Stadstekenaar deze heeft vastgelegd. Ook het magazijn werd destijds verkocht en heeft sindsdien veel gebruikers en inmiddels ook bewoners gehad, waaronder het Centrum voor Beeldende Kunst als een soort echo van de waagzolder waar de Teeken Akademie begon.

Arnold Wiggers

De Waag en schuttershof te Middelburg. Kopergravure naar een tekening van Jan Bulthuis, ca. 1790-1792 – Zeeuws Archief, collectie KZGW ZI-II-0433

De laatste winnaar naar levend model

Afbeelding: Vlasmarkt, Middelburg. Na verschillende restauraties van deze panden draagt de trapgevel nu nummer 44. Het pand ernaast met in de lijst 1753 is in de jaren dertig van de 20ste eeuw omgenummerd naar 44, het geboortehuis van Isaac Hermanus Somon in 1816. Foto Rijksdienst Cultureel Erfgoed

Isaac Hermanus Somon (1816-1861) was in 1837 de laatste winnaar van de grote zilveren medaille vanwege de koning voor het tekenen naar het levend (waarschijnlijk gekleed) model. Een in huis opgeleid talent, want tussen 1830 en 1836 werd hij vier keer door de Teeken Akademie met eerste prijzen gelauwerd. 

Wie in de familiegeschiedenis duikt, komt wat vreemde wendingen tegen. Grootvader Isaac Somon (1770-1845), getrouwd met Geertruij van den Abeele (ca. 1773-1839), hield zich in de Franse tijd bezig met het huisvesten van soldaten en komt later voor als klerk van de griffie van het departementaal Gerechtshof. Hun zoon Pieter Dingenis (1793-1820) huwde Clara Francina Harmana Eggink (1794-1847). Hoe de in Dwingelo (Drenthe) geboren bruid in Middelburg terecht gekomen is, blijft onduidelijk. Mogelijk liep er een lijntje via de herbergier Hermanus Eggink en had ze daar een dienstje. Uit het huwelijk werd in 1814 Geertruij Johanna geboren en op 15 juni 1816 Isaac Hermanus. Het echtpaar woonde toen op de Vlasmarkt, nu nummer 44. Pieter Dingenis stond bij de aangiftes te boek als ‘agent de transport’ en als secretaris.

In 1819, Pieter Dingenis is dan 26, echtgenoot en vader van 2 kinderen, werd hij in Den Haag als militair ingeschreven en is naar Nederlands-Indië verscheept. Daar is hij al op 21 december 1820 te Weltevreden (Batavia) overleden. Clara Francina Harmana Eggink trad als weduwe van Pieter Somon op 15 oktober 1838 in het huwelijk met de een stuk jongere timmerman Isaak van den Abeele (1806-1876). Die bracht 2 kinderen uit een eerder huwelijk met Catharina Slaakweg mee, waaronder Lambertus Adriaan (1830- ?) die in 1847 op de Teeken Akademie primus naar ornament werd. Uiteindelijk werd hij scheepstimmerman en vertrok via Vlissingen (1855) naar Amsterdam (1867).

Hoe verging het nu Isaac Hermanus Somon? Hij huwde in 1849 de 25-jarige Maria Pieternella Harthoorn die veertien dagen na de geboorte van hun dochter in februari 1856 stierf. Uit zijn tweede huwelijk (1858) met Johanna Adriana Jansen (1828-1911) stamde Frederik Johannes Somon (1859-1939) die het tot een professionele (portret)schilder buiten Zeeland bracht. Isaac Hermanus Somon was vergulder en rijtuigschilder, eerst aan de Nieuwe Haven 31 en later op de Wal. Ergens moet hij hebben leren schilderen, aangezien hij in 1843 adverteerde voor lessen aan huis. Sterker nog, een ver familielid Eggink (dus van moederskant) liet deze eeuw ergens op een genealogische site weten een zelfportret van hem te bezitten. Wij houden ons aanbevolen (En: Eggink komt in mijn stamboom voor!)

Zijn gezondheid was slecht en zo belande hij in november 1860 in het Gasthuis en stierf op 3 februari 1861. Het dochtertje Cornelia Jacoba uit zijn eerste huwelijk verbleef toen in het Burgerweeshuis. Tijdens de ziekte van haar man en als weduwe voorzag Johanna Adriana in haar levensonderhoud als dienstbode. De betrekking bij jhr. mr. J.P. Boddaert in Oostkapelle liep eind 1869 op een klein drama uit. Er was verdenking van diefstal en haar aanstelling werd opgezegd. Bij het vertrek werd haar bagage gecontroleerd, waarin stukjes boter, thee, suiker, een mesje, een kippenei, 3 pennenhouders en een gele wollen lap werden aangetroffen die haar broodheer toebehoorden. De Middelburgsche Courant sprak er schande van: ƒ 90 ’s jaars en dan zoiets! De rechter veroordeelde haar voor diefstal ter waarde van ƒ 2,55 en een halve cent tot 2 maanden eenzame opsluiting en betaling van alle kosten. 

Arnold Wiggers

Stadstekenaars 2024

Merel van Rens, Zicht op Veere (2023)

Het bestuur van de Teeken Akademie Middelburg heeft op 29 februari de Stadstekenaars 2024 aangesteld. Daarbij is het voorstel van de beide jury’s gevolgd. Wethouder Eduard Smit maakte donderdagmiddag in het Stadhuis op de Markt de namen bekend

MEREL VAN RENS stadstekenaar Middelburg 2024 in de categorie liefhebber.

De jury heeft uit 5 inzendingen gekozen voor de tekenaar die de meeste nieuwsgierigheid naar het tekenwerk op basis van het plan oproept. Iemand met een sterke en sociaal onderbouwde visie op het tekenen van Middelburg als haar stad. Een tekenaar die zin heeft op de minder voor de hand liggende plekjes in Middelburg te gaan tekenen, of zoals ze zelf verwoord: ‘de klassiekers én de underdogs, de rauwheid én de natuur’.
Een kandidaat die potentie heeft om te groeien en nieuwsgierig maakt naar wat uit haar stadstekenaarschap voort gaat komen.

Jury: Lucy de Graaf, Agnes den Hartogh en Mick Jansen

ARIAN VAN DIJK stadstekenaar Middelburg 2024 in de categorie beroeps.

De jury had dit jaar slechts 3 inzendingen te beoordelen, die alle van goede kwaliteit waren. Gekozen is voor Arian van Dijk, omdat hij zich al bewezen heeft als tekenaar van straatscènes in verschillende steden. Zijn plan van aanpak voor het in beeld brengen van Middelburg is helder: ‘het oude en nieuwe Middelburg met alles wat daarbij hoort: de bebouwing, mensen, dieren, transportmiddelen, bewegwijzering, straatmeubilair, bomen, reclames; alles wat de stad ademt, roert, beweegt en symboliseert’. 

Het plezier en de kunde is erg groot. Vooral waar het losjes en snel geschetst is.

We kijken uit wat deze stadstekenaar het komende jaar gaat doen. 


Jury: Monika Dahlberg, Ramon de Nanni en Nanda Runge

Wisseling van de wacht: nieuwe Stadstekenaars in aantocht

Panorama Torenvliedt Middelburg – Yanice Ys Stadstekenaar Middelburg 2023

Op 29 februari nemen we feestelijk afscheid van Janice Ys en Richard & Luna Dijkwel als Stadstekenaars 2023. We kijken terug op een succesvolle tentoonstelling in de Drvkkery. Als opwarmer voor de nieuwe stadstekenaars nog een kleine selectie. 

Dezelfde bijeenkomst in het Stadhuis aan de Markt dient ook om een nieuw seizoen in te luiden. Wethouder Eduard Smit zal dan de namen van de Stadstekenaars 2024 bekend maken. Opnieuw zal dan een Stadstekenaar in de categorie Beroeps worden benoemd en een Stadstekenaar in de categorie Liefhebber. Wordt vervolgd.

Arnold Wiggers

Kapoen- Yanice Ys Stadstekenaar Middelburg 2023
Richard & Luna Dijkwel actief in het voorjaar 2023 bij de Koepoort en de Kinderdijk – foto: Richard Dijkwel
Richard & Luna Dijkwel actief in het voorjaar 2023 bij de Koepoort en de Kinderdijk – foto: Richard Dijkwel

Hoe Huijbertus Munters de Koorkerk redde

Zilveren tabaksdoos, door de Hervormde Kerk geschonken aan Huijbertus Munters voor zijn heldhaftig optreden in mei 1819 – Zeeuws Museum, Collectie KZGW, G1889

De bekendste van de drie generaties Munters (allen loodgieter), die door de Teeken Akademie onderscheiden zijn, is meteen de oudste. Hoe oud deze Huijbertus precies geworden is, blijft ietwat onduidelijk. De vroegste geboortedatum komt voor op een briefkaartje van G. ter Meule aan Frederik Nagtglas uit 1889. Ter Meule werkte op de Middelburgse secretarie en stuurde op verzoek van de sinds 1884 in Utrecht wonende Nagtglas met enige regelmaat biografische gegevens over Zeeuwen die een plek zouden vinden in zijn Levensberichten van Zeeuwen. Ter Meule heeft toentertijd de bronnen nog onder handbereik gehad: hij noteerde dat Huijbertus Munters 24 augustus 1768 uit het huwelijk van Johannes Munters en Jacoba de Bruijne was geboren. Bij het verschijnen van het Levensbericht in 1891 was dat geboortejaar (door een redactiefoutje?) een decennium opgeschoven: 1778. Huijbertus zelf gaf bij de volkstelling in 1812 de eerste mei 1775 als geboortedatum op. Toen hij in 1859 naar zijn dochter in Vlissingen verhuisde, werd dit bijgesteld tot de eerste mei 1776, zodat bij zijn overlijden op 23 oktober 1867 de ambtenaar van de burgerlijke stand in Vlissingen toch een respectabele 91 als leeftijd kon invullen.

Huijbertus huwde in december 1803 Margrieta Francina de Rover (ca. 1774-1859), weduwe van Izak van den Bos, met wie ze een zoon had. De firma Munters & Zoon zou in verschillende samenstellingen in Middelburg een begrip in het loodgietersvak blijven. Na Huijbertus en zijn zoon Johannes, kwamen diens zonen Huijbertus jr (1838-1921) en Johannes (1843-1887). De zoon van de eerste – Jan Pieter (1878-1920) – sloot de loodgietersdynastie in deze lijn af. Zijn 4 broers werden ambtenaar of leraar en 3 ervan trokken naar Holland. Alleen oudste broer Johannes (1877-1932) bleef op Walcheren als commies van de polder. 

Medaille (penning), door de gemeente Middelburg geschonken aan Huijbertus Munters voor zijn heldhaftig optreden in mei 1819 – Zeeuws Museum, Collectie KZGW, GM1716
Medaille (penning) door de Maatschappij tot het Nut van ’t Algemeen, departement Middelburg, op 8 augustus 1820 geschonken aan Huijbertus Munters voor zijn heldhaftig optreden in mei 1819 – Zeeuws Museum, Collectie KZGW, GM1711

Wat maakte Huijbertus nu zo bekend vergeleken met zijn door de Teeken Akademie ook onderscheiden zoon Johannes en kleinzoon Huijbertus jr.? Bij een onweer van 24 op 25 mei 1819 deed ‘een der blixem Stralen, brand ontstaan in het houte bekleedsel der groote loode Vangbak aan de Zuidzijde der Choorkerk’. Huijbertus woonde om de hoek op de Wal en was als spuitvoerder van de brandspuit in de Abdij op die vroege maandagmorgen de 25e mei snel ter plekke. Nagtglas weet in het Levensbericht te melden dat hij het waagde ‘zich van den toren naar de kapitale goot te laten afglijden’ en het brandende stuk hout wist los te rukken en in de met water gevulde goot uit te doven. Het eerste citaat komt uit een in de PZMC in 1934 aangehaalde brief van de kerkmeesters van 31 mei 1819 aan Munters. De brief ging vergezeld van een zilveren zaktabaksdoos voor de held met inscriptie. Het stadsbestuur schonk hem een zilveren medaille met een afbeelding van de door de bliksem getroffen kerk en ook een inscriptie aan de keerzijde. De Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen, departement Middelburg, vereerde hem in 1820 met de dubbeldikke zilveren medaille en een honorair lidmaatschap. 

Willemina Munters-Joosse, weduwe van commies Johannes, schonk in 1939 de tabaksdoos en de penning van de stad aan het Zeeuws Genootschap. De medaille van ’t Nut was in 1938 al aangekocht. In de collectie van het Genootschap bevindt zich ook nog de medaille vanwege de koning die Huijbertus jr. in 1861 als primus in de bouwkunde aan de Teeken Akademie ontving. Mooi om te weten dat naast de prijsbanden ook deze memorabilia uit de familie Munters bewaard zijn!

Arnold Wiggers

[Anoniem], Hulde aan de verdienstelijken H. Munters, [Middelburg], J. Moens, 1819 – ZB Bibliotheek van Zeeland PLA 58 E 14