Stadstekenklas tekent de Lange Jan

Op donderdag 12 mei 2022 bezocht de stadstekenklas van Middelburg, groep 6 van Basisschool het Talent, de Lange Jan. Onder leiding van de stadstekenaars bestudeerden ze de toren vanuit allerlei perspectieven. Van onderaf, met stadstekenaar Boris Peeters beklommen ze de Lange Jan en tekenden het uitzicht. En met stadstekenaar Christien van Driel bestudeerden en tekenden ze de toren zelf. Zie hieronder een verslag met foto’s van de enthousiaste leerlingen van de stadstekenklas.

Stadstekenklas 2021/2022, groep 6 van Basisschool het Talent, op de groepsfoto in de torenkamer van de Lange Jan waar de klas onder leiding van stadstekenaar Boris Peeters het uitzicht tekende – foto’s: L. Labeur
Zicht op het stadhuis – foto: L. Labeur
Chessa en haar stadhuis in wording – foto: L. Labeur
Ahirea tekende het zicht op de Gasthuiswerk – foto: L. Labeur
Finn B. tekende de Abdij – foto: L. Labeur
Stadstekenaar Christien van Driel geeft een toelichting op haar werk
Fleur tekent de Lange Jan, ondanks de beperkte ruimte op het blad – foto: L. Labeur
Nog een Ahirea, zicht op Lange Jan – foto: L. Labeur
Kees en de Lange Jan – foto: L. Labeur

Speurtocht naar de uitverkorenen van 1817

B.C. Heeröldt (1799-1877), Een jonge boerin van Walcheren, ca. 1820-1840 – Zeeuws Archief, KZGW ZI-III-0906

Wie was Johannes Adams? De prijswinnaar van de zilveren medaille in de afdeling prent en pleister in 1817 is een raadsel. In de jaren ervoor behoorde hij niet tot de prijswinnaars en ook nadien werd niets van hem vernomen. Zelfs in het jubileumboek Om prijs en plaats is hij buiten de lijst van leerlingen gevallen. 

Dat maakte wel nieuwsgierig hoe dat met de andere winnaars van 1817 zit. Over de winnaar van de gouden medaille Jacob Beverland (1785-1864) heb ik eerder al geschreven. Van de winnaar van de tweede zilveren medaille in de afdeling bouwkunde Jacobus Bos (1796-1859) is duidelijk dat hij na in 1818 nog primus te zijn geweest in de voetsporen van zijn timmerende vader trad.

Bij de boekgeschenken werd Bastiaan Cornelis Heeröldt (1799-1877) als eerste genoemd. Hij was de beste leerling in de 2e klas naar pleister en zou dat in 1818 in de 1e klas herhalen. Talent had hij, want in 1825 werd zijn tekening naar levend model als beste beoordeeld. In de jubileumtentoonstelling ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan in 1828 werd werk van hem geëxposeerd. 

Voor de predikantenzoon en latere predikant Petrus Johannes Koolhaas (Ophemert 1801-Haarlem 1833) was er in 1817 een aanmoedigingsprijs (accessitprijs) in de 2e klas, achter Heeröldt. Het jaar ervoor had hij in dezelfde klas de 1e prijs gekregen. De selectiecommissie zal het gezien zijn stand nodig gevonden hebben, nu hij dezelfde klas nog eens had gedaan, hem met een tweede prijs in de vorm van een aanmoedigingsprijs toch enigszins te laten stralen. Artistiek zal hij het tegen Heeröldt wel hebben afgelegd. 

In de 2e klas naar prent ging de prijs naar Dirk de Munck (ca. 1800-1857) die huisschilder werd. Charles Modera (1801-1890) winnaar in de 3e klas naar prent had een Waalse predikant als opa. Zijn vader Jan Adriaan zal van de ontwikkelingen na 1795 geprofiteerd hebben: hij schopte het tot president van de rechtbank in Middelburg. Charles deed het kalmer aan en werd rijksontvanger in achtereenvolgens Haamstede, St. Laurens en Domburg. 

Blijkbaar moest ook hier in de 3e klas naar prent een echt talent recht gedaan worden. Huibregt Ooms (ca. 1803-1830) kreeg een ‘bewijs van bevrediging’, waarna in de volgende jaren nog drie prijzen zouden volgen. Net als zijn vader was hij goud- en zilversmid, maar zijn talent zal hij door zijn vroege dood maar beperkt botgevierd kunnen hebben.

In de bouwkundeafdeling ging de prijs in de 2e klas naar Gerrit Vroone (ca. 1800-1854), die timmerman werd, na in 1819 de afdeling bouwkunde als primus afgesloten te hebben. Jan Eliza van Beaumont (1805-1834) was de winnaar in de 3e klas bouwkunde. Hoe zijn carrière verlopen zou zijn als hij niet zo jong was gestorven? Zijn vader had een timmerbedrijf en handelde zo nu en dan in huizen. Bij het overlijden was hij opzichter bij de waterstaat.

En onder aan de lijst is er weer een raadsel. Wie was Johannes François Warnau? Hij won in 1817 in de 4e klas bouwkunde en het jaar erop in de 3e. Op geen enkele manier is hij, ook niet onder naam varianten als Warnar, zoals hij in het jubileumboek voorkomt, terug te vinden. 

De teller van het aantal winnaars is met 1 gestegen en staat nu op 562.

Arnold Wiggers

B.C. Heeröldt (1799-1877), Een jonge boerin van Walcheren, ca. 1820-1840 – Zeeuws Archief, KZGW ZI-III-0905

De drie prijswinnaars Boudewijnse

Pieter Gaal, Gezigt van de zoutkeet De Hoop te Arnemuide, gewassen tekening, 1806. Pieter Gaal (1769-1819) was leerling, bestuurder en mogelijk leermeester aan de Teeken Akademie – Zeeuws Archief, KZGW ZI II 57

Jacob Boudewijnse werd in 1787 geboren. In 1801, 1803, 1805 en 1806 kreeg hij een prijs in de bouwkunde tijdens de jaarlijkse bijeenkomsten van de Teeken Akademie. In 1809 huwde hij Maria Wellen (Welle) met wie hij meerdere kinderen kreeg. Jacobus was timmerman en vermoedelijk had hij een aannemersbedrijf. Vanuit de Korte Noordstraat waar hij woonde sprokkelde hij zo links en rechts wat onroerend goed bij elkaar, wat hem een geziene Middelburger maakte. Hoe word je anders honorair lid van de Teeken Akademie? Bij de benoeming in dat jubileumjaar 1828 -de academie bestond 50 jaar- had hij zijn eerste benoeming in de kerkenraad al achter de rug, waarvan er nog meer zouden volgen. Hij overleed in 1846 en zijn vrouw in 1857. 

De oudste zoon Adriaan (ca. 1810-1847) won driemaal een prijs, waaronder die van primus in de 1e klasse bouwkunde in 1830. Hoewel hij als aannemer van publieke werken in het huwelijk trad, is hij ook zoutzieder geweest. Zijn vader Jacob speelde daarbij een belangrijke rol. Zoutzieder Willem Bernard van Deinse adverteerde tussen 1829 en 1832 in de Middelburgsche Courant met keetzout, grof en fijn (‘of zogenaamd Boter-Zout’). Vijftig pond of meer was af te halen in de zoutkeet in Arnemuiden, op de Dijk, wijk B nr. 58 of bij hem thuis op de Rouaanse kaai. Kleinere hoeveelheden waren bij de weduwe Van Deinse op de Londense Kaai te verkrijgen. In dat laatste jaar kocht hij de zoutkeet op nr. 59 waarmee hij tot zijn dood in 1839 actief bleef. En dat terwijl hij bij leven advocaat, procureur en griffier was. 

De zoutkeet op nr. 58 werd in 1832 overgenomen door Abraham van Eenennaam en Jacob Boudewijnse. Ook bij hen was 50 pond of meer bij de keet op te halen of werd zelfs bezorgd. Kleinere hoeveelheden waren vanaf 1833 te koop bij Adriaan in de Noordstraat D 70. Ook hier zal het zout een bijzaak zijn geweest. Na het overlijden van zijn vader Jacob zal Adriaan het (timmer)bedrijf en de zoutverkoop ter hand hebben genomen, doch niet voor lang. Op 18 november 1847 kwam hij te sterven. In het overlijdensregister werd hij timmerman genoemd, maar zijn vrouw Pieternella Johanna de Meijer liet in een advertentie weten de zoutziederij voort te zetten. 
Een tweede zoon, Steven Johannes (1812-1845), kreeg in 1830 een aanmoedigingsprijs in de 2e klasse bouwkunde. Hij vestigde zich als metselaar en steenhouwer en had zijn eigen ‘affaire’. Na zijn overlijden nam de firma Jacob Boudewijnse en Zoon de activiteiten van Steven Johannes over. Niet voor lang dus, want Jacobus moet toen al gekwakkeld hebben met zijn gezondheid en ook Adriaan zou niet lang meer te leven hebben. Met zout uit de zoutketen in Arnemuiden werd toen al niet meer geadverteerd.

Arnold Wiggers

Advertentie in de Middelburgsche Courant van 07-02-1833 voor zout van de keet te Arnemuiden – krantenbank.nl

Oud-bestuursleden Teeken Akademie

Voorzitter Arnold Wiggers bedankt Aagje Feltbrugge, Albert Meijer, Anja Zandee, Jan de la Hayze, Ko de Jonge, Klaas de Vos en Klazien Minderhoud voor de inzet van vele jaren. Er worden verhalen over projecten uit het verleden opgehaald – foto: L. Labeur

Op 24 april was er een afscheidsborrel met alle bestuursleden die sinds 2020 afgetreden zijn en oud dirigerend lid Jan de la Hayze. Een mooie gelegenheid om nog eens bij te praten over toen, nu en straks en hen te bedanken voor hun inzet.

Tijdens deze bijeenkomst met oud-bestuursleden werd tevens een uitbreiding van deze website gepresenteerd. De jongste geschiedenis van de Teeken Akademie is nu ook terug te vinden op het web. Uit het archief van Ko de Jonge is veel materiaal geschikt gemaakt om met het publiek te delen. U vindt de informatie hier en hier.

Een vrije KLEURPLAATs (2017)

Een zielige prijsband

Binnenkant voorplat met binnen het groene papieren rondje de restanten van het lakzegel

Ach en wee! Wat is er toch allemaal met je gebeurd? Dat zou je willen vragen aan de prijsband die onlangs bij Veilinghuis Korendijk onder de (digitale) hamer ging. Het uitgangspunt was mooi: een anatomiewerk op groot formaat met veel platen op degelijk papier uit 1838. De tekst in twee kolommen (Nederlands en Frans) uitgegeven te Brussel onder de (Nederlandse) titel Ontleedkunde toegepast op de beeldende kunsten, ten gebruike der teeken, schilder-en-beeldhouw-akademien. Auteur was E.-F. Verhas, hoogleraar op de Akademie van Teeken- en Bouwkunde te Dendermonde. 

Rug prijsband

Het moet een grote prijs zijn geweest bij de Algemene Vergadering op 14 augustus 1850. Voorzien van de gebruikelijke band met de medaillons op het voor- en achterplat. De schutbladen zijn in het prachtige blauwe marmerpapier dat zo vaak werd toegepast. En natuurlijk op de achterkant van het voorplat is centraal het rode lakzegel met de tekst ‘Vernuft en vlijt’ aangebracht. Tot slot zijn de sneden met een blauw kamstijfsel nog zwierig gedecoreerd. In één woord: Af.

Mogelijk was Marinus Quintus Mz. de winnaar. Hij was dat jaar de primus in de tweede klasse naar pleister en werd in het verslag in de Middelburgsche Courant als eerste boekwinnaar genoemd. Marinus was de zoon van Marinus Quintus en Elizabeth de Munk. Marinus senior was geboren in Burgh in het schoolmeestersgezin van Jan Quintus. Hij en zijn broer Andries werden ook schoolmeester: Marinus te IJzendijke en zijn jongere broer in Terneuzen. Op 14 november 1829 zag Marinus jr. het levenslicht. Op enig moment zal hij naar Middelburg gestuurd zijn om daar naar school te gaan. In elk geval bezocht hij de Teeken Akademie, waar hij in 1848, 1849 en dus ook in 1850 een prijs kreeg.

Zijn talent heeft hem niet behoed voor rampspoed. Op 26 februari 1856 om 5 uur ’s middags blies hij in Geel in de provincie Antwerpen zijn laatste adem uit; zonder beroep, ongehuwd en pas 26. 

En ook de (zijn?) prijs uit 1850 heeft zijn beste tijd inmiddels wel gehad. Uiteraard is de prijsopdracht -vermoedelijk al lang geleden- uit het boek verwijderd, zoals gebruikelijk was voor boeken die de handel ingingen. Het voorplat is losgeraakt. Waar het lakzegel zat, gaapt nu een gat. Menig blad is losgeraakt omdat de touwtjes in de rug geknapt zijn. Daarbij komt dat het boek waterschade heeft gehad, waardoor sommige bladen door kringen ontsierd worden en op de sneden ‘vervild’ zijn. Het zwierige blauw op de sneden is met moeite te zien. Een flardje van de rug met het titelschildje zat halverwege de kijkdagen nog vast, maar heeft de veiling niet meer op zijn originele plaats gehaald. We hebben weer een band aan ons bestand toegevoegd. Pijn doet het wel.

Arnold Wiggers

Omslag prijsband

‘Tekenen naar pleister’ met de stadstekenklas

Op donderdagmiddag 7 april 2022 kwam ook de andere stadstekenklas, groep 6 van basisschool het Talent, naar het Zeeuws Museum om de oude pleisterbeelden van de Teeken Akademie, die bewaard worden in het museum, te tekenen. Een fotoverslag.

De stadstekenklas op de foto en houdt de tekeningen van de pleisterkoppen omhoog.

Stadstekenklas CSW Van de Perre

Op donderdag 7 april bezocht stadstekenklas , klas vwo tto 2 van CSW Van de Perre, het Zeeuws Museum om te tekenen naar pleister. Hieronder een fotoverslag.

Kunstenaar en bestuurslid Leen van Duivendijk geeft een introductie over de pleisterbeelden van de Teeken Akademie, die bewaard worden door het Zeeuws Museum.
Er wordt aandachtig gewerkt.

Meer prijswinnaars: 1800

J. Callenfels P.W.zn, De Groote Markt en een gedeelte van den Stadhuis Toren te Sluis in Vlaanderer te Zien in het begin van het jaar 1827 – Zeeuws Archief, KZGW ZI II, 3198

De Krantenbank Zeeland maakt het niet alleen veel gemakkelijker om Zeeuwse kranten te doorzoeken, blijkbaar zijn er ook jaargangen opgenomen die voorheen niet beschikbaar waren. Zo liep ik tegen het verslag van de Algemene Vergadering van de Teeken Akademie (toen gespeld als Teeken-Academie) van 7 mei 1800 in de Middelburgsche Courant van de dag daarop aan.

Wie meedeed aan de prijsinschrijving deed dit onder een motto en niet onder zijn naam. De ‘bekeuring’ zoals de selectie hier heette, gebeurde dus anoniem door ‘daartoe aangezogte Mede-Kiezeren’. Na de keuring werden de enveloppen met winnende motto’s geopend, waardoor de winnaars bekend werden. Omdat de prijsboeken door de secretaris voorzien moesten worden van geschreven opdrachten, waren de winnaars ruim voor de vergadering bij het bestuur bekend en kon het stukje voor de krant alvast aangeleverd worden. Wie de prijsuitreiking zou doen, moest dan later nog ingevuld worden. Dat is de krant op 8 mei komischer wijze vergeten dus vinden we in het verslag dat …… de uitreiking deed met ‘gepaste aanspraken’. Wie dat was, zal dus wel eeuwig een raadsel blijven.

De winnaars waren:

Callenfels, Jacobus; naar het pleisterbeeld

Baare, Johannes Jacobus de; naar het pleisterhoofd 

Welle (Weele), Christoffel; 1e klas prent

Serlé, Johannes; 2e klas prent

Schinkel, Peter de; 3e klas prent

Roover, Jacobus de; 1e klas bouwkunde

Vergouwe, Johannes Pieter; 2e klas bouwkunde

Het waren jaren van doorlopende oorlogen en economische ellende, wat zijn weerslag op de academie had. Minder leerlingen en dan ook minder prijswinnaars. Doordat er zoveel jaargangen van de krant in de Franse tijd ontbreken, is alleen Jacobus de Roover in het jubileumboek van 2004 opgenomen. Hij had in 1795 al een prijs gewonnen naar prent. Een Jacobus de Roover, oud 22 jaar, werd in april 1800 begraven. Hij is de laatste met die naam in deze jaren. Dat zou betekenen dat hij de prijs nooit in ontvangst heeft genomen… 

Van geen enkele prijswinnaar uit 1800 is een tekening of een ander aandenken aan hun opleiding aan de Teeken Akademie bewaard gebleven. Wel is er zeker een tekening van Jacobus Callenfels (ca. 1783-1852) uit 1827 van Sluis bekend en mogelijk een tweede. Jacobus werd ca. 1783 in Middelburg als zoon van Pieter Willem Callenfels en Maria Susanna Lombard geboren. In 1806 huwde hij Adriana Baden (ca. 1780-1841). Op 3 mei 1810 liet hij in de krant weten dat hij metterwoon vertrok van de Haringplaats E 107 in Middelburg. Hij huis hield hij blijkbaar aan tot 1829, toen het begin januari verkocht werd. Vermoedelijk vestigden de echtelieden zich in Sluis, waar hij behalve huisschilder dus ook vrij werk maakte. Beiden overleden in deze stad. 

Christoffel Welle komt in de archieven ook voor als schilder en overleed op 38-jarige leeftijd in 1822. Johannes Serlé zal vermoedelijk koopman zijn geweest, terwijl Johannes Pieter Vergouwe als timmerman zijn brood verdiende. Van de overige winnaars is (nog) geen informatie gevonden.

De stand staat nu op 558 met naam bekende winnaars. Er volgen er meer.

Arnold Wiggers

(Volgens beschrijving) J.W. Callenfels G.W. zn, Het Stadhuis van Sluis in Vlaanderen 1826. Zeeuws Archief, KZGW ZI II, 2211. Mogelijk werk van J. Callenfels P.W. zn.

Timmerman Van Puffelen

Ter gedachtenis der vijf-en-twintigjarige echtvereniging. Welkomlied – Beelbank Zeeland rec. nr. 12282

Wat is dat toch met sommige achternamen? Neem nu Van Puffelen. Als je enthousiast vertelt dat Van Puffelen in alle klassen die hij op de Teeken Akademie doorliep de eerste prijs kreeg en tenslotte in 1852 de grote zilveren medaille, beschikbaar gesteld door de koning, moet je rekening houden met ongeloof bij de gesprekspartner. ‘Van Puffelen? Ha, ha, daar trappen wij niet in.’

Eind negentiende eeuw worden kranten opgeleukt met rubriekjes als ‘anecdoten’ en ‘allerlei’ die eindeloos putten uit standaardgrappen die kriskras door het land identiek opduiken. Nogal eens gaat het over Van Puffelen, die dan weer de handige jongen of de slimmerik uithangt, dan de gevatte of juist de slome student of matroos. Van Zwabberen en Van Rinkelen komen in die rol ook voor, namen die veel gezochter lijken. Want Van Puffelen is gewoon een veel voorkomende achternaam, vooral in het negentiende-eeuwse Middelburg. 

Terug naar de feiten: tussen 1845 en 1848 werd kleermakerszoon Pieter Johannes van Puffelen (1828-1886) echt viermaal onderscheiden voor zijn topprestaties in de lessen bouwkunde, waarna in 1852 als kroon op zijn studie de medaille volgde. In de zomer van 1848 zal hij zijn feitelijke opleiding afgesloten hebben en op 27 december van dat jaar trouwde hij Anthonette Gernler (1829-1892). Zijn oudere broer Jacobus Adrianus volgde, net als neef Karel Marinus, in de jaren ’40 tekenlessen op de Teeken Akademie. Over beiden later meer. 

Timmerman Pieter Johannes zal een goed vakman geweest zijn en mogelijk een succesvol ondernemer. Het lijkt erop dat hij met J. Sonius, een metselaar, is gaan samenwerken. Hun wordt de aanbesteding gegund van de afbraak van de oude kerk en de bouw van een nieuwe kerk in Arnemuiden in mei 1857 voor ƒ 9.500, –. Prompt adverteerden beide heren later in de maand in de Middelburgsche Courant met allerhande moppen, andere stenen en houten ribdelen van verschillende boomsoorten in verscheidene maten. En brandhout. Daar ging de oude kerk…

En gestaag groeide het gezin. In 1870 werd het tiende kind Pieter geboren, dat wel niet veel van het feestgedruis ter gelegenheid van het zilveren huwelijksfeest in 1873 meegekregen zal hebben. Naast Pieter zijn dan nog 5 dochters en een zoon in leven, die hun ouders verrast hebben met een soort van feestgids met gezangen, gedrukt bij Altorffer. Weinig oorspronkelijks, wat de feestvreugde niet in de weg zal hebben gezeten.

Arnold Wiggers

Ter gedachtenis der vijf-en-twintigjarige echtvereniging. Slotzang – Beeldbank Zeeland rec. nr. 12279

En de winnaar is …

Gewone zilveren medaille van ’s Konings wege, uitgereikt op 15-09-1841 in de 63e vergadering van de Teeken Akademie aan Jan Frederik Schütz als primus in de eerste klas naar pleister – Zeeuws Museum, Collectie Munten en Penningen KZGW, G1315

De meeste leerlingen van de Teeken Akademie zijn onbekend. Leerlingenlijsten zijn er niet. Of ze ooit bestaan hebben en in 1940 in rook zijn opgegaan? Mogelijk. Wat we wel hebben zijn verslagen van de jaarlijkse vergaderingen in vooral de Middelburgsche Courant. De beste leerlingen van elke klas werden erin opgesomd, samen met de jongens die een aanmoedigingsprijs kregen. In het jubileumboek Om prijs en plaats uit 2004 staat een alfabetische lijst van 552 prijswinnaars tussen 1778 en 1867, inclusief diegenen die later leraar werden. Het lijkt erop dat ongeveer 1 op de 5 leerlingen een prijs won, waardoor om het totaal aan leerlingen te berekenen 552 met 5 vermenigvuldigd kan worden. Stop. Niet alleen ben ik beter met woorden dan met getallen, belangrijker is dat de verslagen over minstens 15 jaar -vooral in de Franse tijd, maar ook 1818, 1819, 1845 en 1853- ontbreken, simpelweg omdat de jaargangen uit die jaren er niet meer of slechts gedeeltelijk zijn. 

Onderzoekers zijn ook maar mensen. Waar het zoeken in kranten nog lang tamelijk moeizaam met microfiche readers ging, biedt de Krantenbank Zeeland de spreekwoordelijke druk op de knop. Bijna dan. De prijsuitreiking in 1841 bleef destijds verborgen, mogelijk omdat de vergadering voor die jaren uitzonderlijk laat op 15 september plaatsvond en de winnaars niet de voorpagina haalde. Hoe dan ook, hier dan de winnaars van 1841:

Ragut, Johannes Pieter, primus bouwkunde (grote zilveren medaille van de koning)

Schütz, Jan Frederik, primus 1e klasse pleister (gewone zilveren medaille van de koning) 

Blom, Willem, primus 1e klasse bouwkunde (gewone zilveren medaille van de koning)

De volgende winnaars kregen boeken (titels zijn onbekend)

Moot, Gerardus, 2e klasse pleister

Fagel, Abraham, 1e klasse prent

Vervenne, Pieter Adriaan, 2e klasse prent

Sloover, Karel, 3e klasse prent

Lamaar, Engelbertus, 4e klasse prent

Wijtman, Theodorus, naar ornament

Jeras, Gerrit, 2e klasse bouwkunde

Lohoff, Hendrik Marinus, 3e klasse bouwkunde

Mulder, Jacobus, 4e klasse bouwkunde

Machenaud, Johannes, 5e klasse bouwkunde

Een accessit-prijs (aanmoedigingsprijs) uit het legaat van Daniel Steven Schorer was voor

Hendrix, Alexander, 1e klasse prent

Engelbertus Lamaar (over hem zijn geen gegevens bekend behalve het geboortejaar 1822), Theodorus Wijtman (schrijnwerker) en Johannes Machenaud (steenhouwer) zijn namen die toegevoegd kunnen worden aan de lijst van prijswinnaars in Om prijs en plaats (en op de site), ervan uitgaande dat Hendrik Marinus Lohoff dezelfde is als de timmerman Marinus Lohoff. Hij behoorde net als de overige winnaars tot de leerlingen die voor- of nadien nog prijzen wonnen en dus een plaats in het jubileumboek gekregen hebben. Van Schütz was uit een ander bron al bekend dat hij in 1841 een prijspenning had gewonnen: die is namelijk in het bezit van het Zeeuws Genootschap en bevindt zich in het Zeeuws Museum. 

Arnold Wiggers

Middelburgsche Courant 18-09-1841. Deel van het verslag van de 63e algemene vergadering op 15-09-1841 van de Teeken Akademie – Krantenbank Zeeland