Jacobus Sonius voor afbraak en opbouw

‘De oude kraan van den zuidzijde van den Dam te zien’. Gezicht vanaf de Smallekade en Zuidzijde van de Dam op de Noortdzijde van de Dam. Anonieme tekening, gedateerd 1790-1799. In 1868 werd het herstel van de Smallekade en het dwarsgedeelte van de Dam voor ƒ 21.389 gegund aan Jacobus Sonius – Zeeuws Archief, Collectie KZGW ZI-II-0778
‘De oude kraan van den noordzijde van den Dam te zien’. Gezicht op de Smallekade en Zuidzijde van de Dam. Anonieme tekening, gedateerd 1790-1799. In 1868 werd het herstel van de Smallekade en het dwarsgedeelte van de Dam voor ƒ 21.389 gegund aan Jacobus Sonius – Zeeuws Archief, Collectie KZGW ZI-II-0779

De metselaar Jacobus Sonius is al eens voorbijgekomen als compagnon van timmerman P.J. van Puffelen (1828-1886). De maatschap nam in 1857 de afbraak van de oude en de bouw van een nieuwe kerk te Arnemuiden voor zijn rekening. Die bedroeg ƒ 9.500. Tussen juni 1857 en juli 1858 was er afbraakmateriaal van de kerk te koop volgens advertenties in de Middelburgsche Courant

Jacobus Sonius (1798-1886) trad in de voetsporen van vader Pieter Sonius (ca. 1766-1808), metselaar in de Kromme Weele en gehuwd met Anna Maria Sterk (ca. 1760-1832). In 1820 kreeg Jacobus op de Teeken Akademie een zilveren medaille uit het legaat van Daniel Steven Schorer als aanmoedigingsprijs in de 1e klas bouwkunde. Een teken dat hij qua kunde gewaagd was aan de primus in de bouwkunde van dat jaar Hermannus Johannes Haaksman (ca. 1795-1864). Niet verwonderlijk dat in 1828 een bouwkundige tekening in Oost-Indische inkt van Sonius op jubileumtentoonstelling werd opgehangen. Hij was toen niet alleen al getrouwd (1826) met Willemina Esther van Heulen (ca. 1792-1834), maar ook al vader van Anna Maria (1828-1866) èn eigenaar van het pand De Roode Zee in de Langeviele (nu nr. 3). Uit dit huwelijk werd ook Pieter Sonius (1830-1912) geboren waarover later meer. In 1834 stierf eerst zoontje Willem vlak na de geboorte en 2 dagen later moeder Willemina Ester. Het jaar daarop huwde hij Pieternella Adriana de Winter (1807-1896) uit Zierikzee met wie hij in 1836 een zoon kreeg, Pieter Cornelis die naar Noord-Amerika vertrok en daar steenhouwer was. 

Van 1841 tot 1856 fungeerde Jacobus Sonius als een van de vijf tegenschatters, aangesteld door de gemeente Middelburg, om in het geval van bezwaren tegen aanslagen van de belasting op de huurwaarde, het aantal vensters, deuren en haardsteden een uitspraak te doen. Blijkbaar werd zijn kennis gewaardeerd en werd hij in 1856 aangesteld als Rijks-schatter wat een promotie was. Een verzoek uit 1862 om in aanmerking te komen voor de functie van opzichter bij wat later gemeentewerken ging heten als opvolger van C. Krijger, werd echter niet gehonoreerd. 

Sonius had in 1853 bij zijn ‘metselaars-affaire ook het timmerwerk gevoegd’, waardoor hij een volwaardige aannemerij bestierde. Tot de succesvolle door de stad gegunde aanbestedingen behoorde in augustus 1855 het plaatsen van de benodigde stellingen ‘rond den grooten en de kleine torens’ van het raadhuis voor ƒ 570. De herstelwerkzaamheden werden later dat jaar evenwel aan een ander gegund. In 1860 mocht Sonius 25.000 ‘straatkijen’ leveren voor ƒ 50,50 per 1000 stuks, wat de prijs per steen op ruim een stuiver bracht. In 1868 verzorgde de firma voor ƒ 21.389 het herstel van de Smallekade (Zuidzijde Dam) en het dwarsgedeelte van de Dam.

Afsluitend nog een partij ‘afbraak’: pannen, vorsten, ribhout, vloer- en beschotdelen, deur- en lichtkozijnen, eiken balken en meer, alles gelegen op de Looierssingel bij het ‘Domburgsche Schuitvlot’ waarmee Jacobus Sonius op 14 februari 1867 in de krant adverteerde. Waar dat vandaan kwam? Het zijn de jaren dat grote buitenplaatsen werden gesloopt zoals Rhijnsburg in Oostkapelle en ook de eerste gebouwen tegen de vlakte gingen die het traject van het Kanaal door Walcheren in de weg stonden. 

Arnold Wiggers

Foto H.H. Roelse, ca. 1875-1876. Werkzaamheden aan het Droogdok ter hoogte van de Smallekade en Dam Zuidzijde, waar de firma van Jacobus Sonius in 1868 herstelwerkzaamheden aan de kades had uitgevoerd – Zeeuws Archief, Collectie KZGW ZI-II-2433/2

Snijders

Pieter Snijders was een tekenaar die in de tweede helft van de 18e eeuw in opdracht tekeningen maakte. Hij tekende de wandtapijten in de Abdij, familiewapens en ook speciale titelpagina’s. Veel weten we niet over hem. Eigenlijk niets: geen geboorte, huwelijks- of sterfdatum. De biograaf Frederik Nagtglas noemt hem in zijn Levensberichten ‘geen groot kunstenaar’. Nu zijn er onder de prijswinnaars van de Teeken Akademie drie met de achternaam Snijders, wat nieuwsgierig maakt of er een familierelatie is. 

Aarnout Johannes Cornelis Snijders (1815-1846) die in 1828 primus in de 4e klas naar prent werd blijkt een broer te zijn van Johannis Henderik (1828-1904) die in 1842 ook primus in de 4e klas naar prent werd. Beiden waren zonen van Jan Anthonij Snijders (1792-1848) en Sara Levina Barbet (1789-1833). Vader Anthony handelde in de drank en de tabak, eerst in de Langedelft, later op de Dam. Volgens Nagtglas was hij een welgesteld koopman, een mededeling in een lemma over een derde zoon Cornelis Jacobus (1820-1909). Deze geneesheer promoveerde in 1862 in Utrecht tot medisch doctor. Een zuster trouwde in de drukkersfamilie Altorffer, een ander trouwde Johannes Zip, de kassier van de Wisselbank. 

Zou Jan Anthonij dan de zoon zijn van Pieter Snijders? Nee. Jan Anthonij werd in Vlissingen geboren als zoon van Johannes Michael Snijders (overleden 1820) en Catharina Johanna Lindt (ca. 1755-1847). Deze Johannes Michael was in 1778 met attestatie uit Paramaribo in Vlissingen als lidmaat in de Nederduits Gereformeerde Kerk opgenomen. Een directe relatie met Pieter Snijders kan niet gelegd worden. 

Aarnout Johannes Cornelis Snijders huwde in 1837 Dina Catharina Zip, inderdaad, de zus van de kassier. In april 1837 kwam J.A.C. bij zijn vader in de firma die voortaan als Snijders & Zoon door het leven ging. Vijf kinderen waren tussen 1838 en 1845 in het gezin geboren, toen J.A.C. ziek werd en na ‘langdurig lijden … in den zoo jeugdigen leeftijd van 31 jaren [en] een gelukkige Echtvereeniging’ op 19 oktober 1846 kwam te overlijden.

Als vader Jan Anthony op 17 juni 1848 ook sterft, adverteert de familie dat de firma Snijders & Zoon voortgezet zal worden. De jongste zoon Johannes Henderik gaat ook likeuren fabriceren. Langzamerhand verschijnt zijn naam regelmatig in de krant. Eerst als voorzitter van het college van diakenen, dan in het bestuur van de Kamer van Koophandel. In 1866 wordt hij directeur bij het Zeeuws Genootschap en van tussen 1870 en 1894 zit hij vrijwel constant in de gemeenteraad, waar hij zich zeer actief betoont. Liberaal, met oog voor het platteland. Hij is jaren de algemeen secretaris van de Maatschappij tot bevordering van de landbouw en veeteelt in Zeeland. In 1879 volgt de benoeming tot commissaris in de Polder Walcheren en in 1880 wordt hij voor het eerst verkozen in de Provinciale Staten. Het Zuiden: Christelijk historisch blad beveelt hem 10 januari 1880 aan bij haar lezers. ‘Ware [hij] nog de grote handelaar in dronkenmakend vocht, wij zouden hem stellig onze stem weigeren’. In 1875 heeft hij immers zijn drankenhandel aan A.A. Mes Gz. overgedaan. Trouwen deed Snijders in Bergen op Zoom in 1853 met Anna Sophia van Rijssen (1825-1902). In 1903 huwde hij Dina Jacoba Ludikhuijzen (1858-1943). Kinderen waren er niet. 

En Anthonie Snijders die in 1863 een getuigschrift ontving? Hij kwam in 1846 in de Koestraat 14 ter wereld als zoon van de ongehuwde Jannetje Rika Snijders. Over haar afkomst is niets te vinden, dus is ook hier geen relatie met Pieter Snijders te leggen. Bij Anthonies huwelijk in 1882 te Leiden met Maria Helena Pieternella Blom (Middelburg 1845) staat aangetekend dat hij ‘huisverver’ was. Zijn vrouw overleed in 1917 te Haarlem. Anthonie stierf in het Oude Mannen- en Vrouwenhuis aan de Herengracht in 1929.

Arnold Wiggers

J.W. Gerstenhauer Zimmerman, Rotterdamsekaai. Albuminedruk ca. 1870. Het tweede huis van rechts zou het woonhuis van J.H. Snijders geweest zijn – Zeeuws Archief, HTAM F-4
Foto. Rotterdamsekaai, ca. 1930. Maker onbekend. Het vijfde huis van rechts (vanaf de Nederstraat) zou het woonhuis van J.H. Snijders zijn geweest – Beeldbank Zeeland recordnr. 7133

Rond een glansmolen en -steen

Kamerbehanger Karel Johan Wiessner (1825-1887) was in 1845 primus in de 1e afdeling van de 4e klas naar prent en twee jaar later bracht hij het tot primus in de eerste klas. Hij was de zoon van Charles François Wiessner (ca. 1800-1859), ook kamerbehanger en Jacoba Meulmeester (ca. 1793-1866). Op zijn beurt was deze Weissner de zoon van Anna Junier (?-1810) en horlogemaker Johan Frederik Wiessner (Wichsner) (ca. 1757-1840), geboren in Freiburg (Saksen). 

Advertentie uit de Middelburgsche Courant, 25 juli 1816 – Krantenbank Zeeland

Volgens de Middelburgsche Courant was Karel Frederik Wiessner in 1844 primus naar ornament. Vermoedelijk is hier een foutje gemaakt, want een Wiessner met deze voornamen komt in Middelburg dan niet voor. Wel een Frederik Karel. Laat dit nu de oudere broer van Karel Johan zijn, de eerstgeboren zoon uit 1823 en overleden zonder beroep, net 23 jaar oud. 

Geschilderd behang op doek was rond 1820 definitief ingehaald door een andere manier om muren te bekleden. Het bedrukte papier, soms bewerkt om op stof te lijken, met naturalistische of ornamentale patronen was goedkoper en makkelijker toe te passen. Lang werd met sjablonen en houtblokken gewerkt om het patroon over te brengen. Toen halverwege de 19e eeuw het papier ook machinaal kon worden bedrukt, waren rollen behang voor vrijwel iedereen bereikbaar. 

Karel Johan huwde 2 mei 1849 de in Oost-Souburg geboren Henderika Leduck (le Duc) (1826-1894). Van de 12 kinderen uit dit huwelijk bereikten er 4 de volwassen leeftijd, waaronder de oudste, als enige in Vlissingen geboren zoon Charles François (1850-1934). Wonen deed het gezin vanaf 1851 in de Sint Sebastiaanstraat L 147. 

Gevelsteen uit Dordrecht

In 1869 kruiste zich het zakelijke pad van Karel Johan Wiessner met dat van David Wilhelmus (1803-1883). David was een meubelmaker die in 1819 en 1821 primus in respectievelijk 4e en 3e klasse bouwkunde aan de Teeken Akademie was geweest. Hij was een zoon van de in Zwolle geboren Jan Hendrik Wilhelmus (?-1806) en Elizabeth de Herre (ca. 1770-1835). Deze laatste adverteerde in 1816 dat ze al 25 jaren in de Engelsche Glansmolen in de Seisstraat op Q 6 (=27) woonde en nu ze gescheiden was van haar 2e man, Reinier van Dyk, gewoon met haar zaak verder ging. Een glansmolen of k(a)landermolen was een soort mangel waarmee papier, stof en leer tussen rollen glanzend geperst werd. Naar haar dood zette David Wilhelmus vanaf 1836 het bedrijf voort. Ook voor klanten op de Bevelanden, want in de Goessche Courant beval hij zich aan voor ‘alle soorten van Chitsen op nieuw te Wasschen en te Glansen, ook Dekens en Behangsels.’ 

Advertentie uit de Goessche Courant, 12 september 1836 – Krantenbank Zeeland

Blijkbaar bleef hij ook meubelmaker, want nog in 1877 komt hij voor als schrijnwerker in de overlijdensakte van zijn derde vrouw, Wilhelmina Kraak (1805-1877). Van de 2 kinderen uit zijn eerste huwelijk met Cornelia Bouwense (ca. 1797-1831) werd een zoon volwassen. Met zijn tweede echtgenote Geertruida Johanna van de Wal (1798-1836) had hij 4 kinderen van wie de jongste zoon volwassen werd.

Glanssteen (gemaakt van glas), in 1897 geschonken door Charles François Wiessner aan het Zeeuws Genootschap. De hoogte is 14 cm, de diameter bedraagt 10 cm – Zeeuws Museum, Collectie KZGW G1708

In 1869 integreerde Karel Johan Wiessner de glansmolen in zijn werk als kamerbehanger, activiteiten die door zoon Charles François Wiessner werden voortgezet. In 1897 schonk hij een blijkbaar overbodig geworden glanssteen aan het Zeeuws Genootschap.

Arnold Wiggers

Kom tekenen tijdens de Culikaravaan

Ook dit jaar strijkt de Culikaravaan weer neer rond de Middelburgse Seismolen. Een prachtige locatie die vraagt om getekend te worden, zeker als de foodtrucks opgesteld staan. Zaterdagmiddag 10 augustus kunnen geïnteresseerden onder begeleiding van Christien van Driel, Stadstekenaar 2022, zelf aan de slag. Iedereen kan meedoen, geoefend of ongeoefend en jong en oud. Ontdek de kunstenaar in jezelf. Wie zeker wil zijn van een plekje, moet zich opgeven bij info@teekenakademie.nl of aanmelden op de facebookpagina van de Urban Sketchers Walcheren. Naar de beste traditie van de Urban Sketchers is deelname gratis. We gaan er wel van uit dat deelnemers hun eigen tekenspullen meenemen en iets om op te zitten. 

We beginnen om 13.30 met de instructies en vervolgens kan iedereen aan de slag. Christien blijft natuurlijk in de buurt om te adviseren hoe je tekening nog beter kan. Om 16.00 verzamelen we al het gemaakte werk, bespreken het en dan wordt het tentoongesteld. Iedereen kan dan zien hoe leuk het is zelf iets te tekenen en hopelijk inspireert het anderen om ook eens het potlood ter hand te nemen.

Ondertussen en nadien kan iedereen genieten van al het lekkers dat ter plekke klaargemaakt wordt. 

Stadstekenaar Arian van Dijk zal er ook zijn. Bezoekers kunnen met hem kennismaken en aan het werk zien. Bestuursleden van de Teeken Akademie zijn er met een stand waar werk van de Stadstekenaars en boeken te koop zijn. Voor wie graag wil weten wat de Teeken Akademie zo al in de verkoop heeft, kijk eens op https://www.teekenakademiemiddelburg.nl/index.php/webshop/

Arnold Wiggers

Timmerman Jacobus Willemsen 

Advertentie uit de Middelburgsche Courant van 28 juli 1831 – Krantenbankzeeland.nl

We gaan via schilder en bakker Hoogvliet naar timmerman Jacobus Willemsen. Hoe dat in elkaar steekt? De oudste zusters Hoogvliet -Susanna Johanna Hoogvliet (1783-1825) en Neeltje Diederika (ca. 1786-1815) – huwden respectievelijk de Vlissingse apotheker Izaak Lagaay en de chirurgijn, later koster in Koudekerke, Abraham Rudolph Roth. De jongste zuster Antonia Susanna (1800-1872) trouwde op 1 juni 1820 de timmermansknecht Jacobus Willemsen (1798-1838), zoon van de herbergier Jacobus Willemsen en Jacoba Pieternella van Noorden. Jacobus jr. heeft zeker twee jaar bouwkunde aan de Teeken Akademie gevolgd. In 1815 was hij primus in de 4e klas, wat hij het jaar daarop ook in de 3e werd. Als timmerman was hij gevestigd aan de Hoogstraat I 130 ‘De Vergulde Lelij’, (nu 13), waar hij in 1833 adverteerde met ’Schuifkassijnen met schuiven en blinden’ en een ‘koppel portes-brisées, vermoedelijk afkomstig uit een uit- of afgebroken huis. 

Een oudere broer Johannes Cornelis (1791- ?) was ook timmerman. Mogelijk is hij geschoold aan de Teeken Akademie, wat door het ontbreken van bronnen moeilijk hard te maken is noch uit te sluiten valt. In 1825 werd hij in het Gasthuis opgenomen met een hersenziekte. Hij zal hersteld zijn, want toen zijn vrouw Cornelia Blaauwert met wie hij in 1810 getrouwd was op 21 november 1838 op 48-jarige leeftijd overleed, leefde hij nog. Daarna verdwijnt hij uit de archieven. Kinderen zijn er niet geweest.

Kinderen waren er wel in het huwelijk van Antonia Susanna en Jacobus Willemsen. In 1821 werd een zoontje geboren, dat in 1822 overleed. De dochter Dina Pieternella, geboren in 1823 zou wel volwassen worden en trouwen, maar was lang enig kind. Toen ze bijna 13 was, werd Jacoba Susanna geboren, die ook zou huwen en in Dordrecht terecht kwam. Moeder Antonia Susanna trok bij haar in en overleed aldaar in 1872. Een vierde kind -een jongetje- geboren in 1837 stierf anderhalf jaar oud in 1838.

Timmerman Jacobus Willemsen had een nevenberoep als gepatenteerd lijkdienaar, wat goedbeschouwd (ik denk aan de kisten) niet eens zo ver van zijn hoofdberoep timmerman afstond. In 1829 werd door koning Willem I het begraven in de stad verboden, waarop in Middelburg in 1830 de begraafplaats aan de Oude Havendijk in gebruik genomen werd. Blijkbaar was daar in de eerste jaren gedoe over, want verschillende ‘gepatenteerde lijkdienaars’ doen in advertenties in 1831 hun beklag, onder wie Willemsen. Nu naast de Joodse begraafplaats aan het Seisplein alleen nog één gemeentelijke Algemene Begraafplaats over was, ontspon zich blijkbaar een discussie of het bezorgen en begraven van een lijk niet exclusief aan de vanwege de stad aangestelde dienaren toekwam. Het zou nog tot 1 maart 1837 duren voordat een reglement op het begraven van lijken op de begraafplaats van kracht werd. Lijkdienaren werden door de stad aangesteld, waarbij het maximum op 12 werd gesteld met een reserve van 4 assistenten. Het aantal in te zetten dienaren werd per leeftijdscategorie gereglementeerd, mogelijk om excessen tegen te gaan. Voor een volwassen lijk werd het getal op 12 gesteld, met de mogelijkheid de reserve in te zetten, mocht het standaardgetal niet toereikend zijn. Het reglement werd in de krant gepubliceerd, gevolgd door een tarievenlijst, die een aardig inkijkje geeft in de begraafgewoonten destijds. Willemsen zou niet lang na het in werking treden zelf ter aarde worden besteld. 

Arnold Wiggers

‘Tarief voor Begrafenis-regten en lonen’, gepubliceerd in de Middelburgsche Courant van 1 maart 1837 – Krantenbankzeeland.nl

Schilder Hoogvliet en zijn bakkende broer 

Kees de Plaa, Middelburg, Schuitvlotstraat, 2006 In het pand rechts was zeker tussen 1811 en 1818 de bakkerij van J.C. Hoogvliet gevestigd – Zeeuws Archief, Collectie KZGW Historisch-topografische atlas Zelandia Illustrata, Collectie De Plaa

Werd in 1795 ‘Gelijkheid, Vrijheid en Broederschap’ door de (kleine) burgerij nog als vooruitgang gezien, door de vrijwel voortdurende oorlogsvoering en het tot stilstand komen van de overzeese handel draaide het uit op een economische ramp voor iedereen. De inval van de Engelsen in 1809 vormden de opmaat naar de Franse inlijving en bij het vertrek van hen in 1814 bleef een berooid land achter. De Teeken Akademie moest alle zeilen bijzetten om te overleven. Het aantal honoraire leden nam net als het aantal leerlingen sterk af. De boekgeschenken die jaarlijks werden uitgedeeld zagen er na 1806 een stuk eenvoudiger uit. Tekenen naar levend model werd van 1804 tot en met 1819 niet aangeboden en in 1813 werd helemaal afgezien van prijsuitdelingen. 

In 1808 waren er prijzen voor de tekenaars naar het grote pleisterhoofd en naar de kleine hoofden. Verder waren er 4 klassen bouwkunde waarvan de primussen onderscheiden werden. Blijkbaar was het niveau dat jaar hoog, of althans het verschil tussen de nummer 1 en 2 bij het pure tekenen niet groot. De directie vond goed dat de nummers 2 ook een prijs ontvingen. En zo kwam Gerardus Jacobus Hoogvliet aan een aanmoedigingsprijs voor zijn tekening naar het ‘Grote Hoofd’. 

Gerard Jacobus Hoogvliet (1793-1829) werd geboren in het gezin van Pieter Hoogvliet en Dina van den Akker. Vader Pieter was ziekenbezoeker in de Oostkerk naast ‘macquillier’, wat zich laat vertalen als (toneel)kapper of grimeur. In het gezin was een oudere zoon, Johan Cornelis (1785-1841) die bakker was op de hoek Schuitvlotstraat 20 / Korte Singelstraat 41. Dat hij de Teeken Akademie als leerling van binnen gezien heeft, is niet erg waarschijnlijk. Zijn levenspad is toch de moeite waard om hier te vermelden. Hij kocht dat pand kort na zijn huwelijk in 1811 met Rika Huijpe (1789-1824). Met haar kreeg hij 4 kinderen, van wie er 3 volwassen werden. Na een half jaar weduwnaarschap trad hij in juli 1824 in het huwelijk met Elisabeth Cornelia Kuijt (1791-1863). Hoewel de bakkerij in 1818 verkocht werd, stond Johan Cornelis bij dat tweede huwelijk nog te boek als broodbakker. Vervolgens komt hij voor als commies (belastingambtenaar). Eind 1825 is hij met zijn gezin in Nieuwerkerk ingeschreven en in 1830 in Sluis. Daar meldde hij zich dat jaar bij het uitbreken van de Belgische Opstand als vrijwilliger voor het korps Jagers. 

Johan Cornelis zal onder de wapenen gebleven zijn. Nog in 1836 moest hij als militair een dagje in Bergen op Zoom brommen, omdat hij met 3 anderen zonder toestemming ‘opstandige gewesten’ had bezocht. Elisabeth Kuijt is als wasvrouw en weduwe in Middelburg in 1863 overleden. In de akte staat dat haar man in Luik is overleden. Dat blijkt na enig zoekwerk Luyksgestel onder Eindhoven te zijn, waar hij op 25 augustus 1841 stierf. Dan wordt ook duidelijk dat Johan Cornelis na zijn dag in de cel naar Valkenswaard is vertrokken met vrouw, dochter en haar vaderloze kind. Als beroep staat commies aangetekend. Blijkbaar is het gezin nog wat verder de Kempen ingetrokken en in Luyksgestel terechtgekomen. 

Waar zijn broer vrijwillig het leger introk, werd Gerardus Jacobus in maart 1817 vanwege ‘incorrigibel slecht gedrag’ als kanonnier 6e bataljon artillerie met ontslag weggezonden. De schilder Hoogvliet komen we dan in 1824 weer tegen in de gevangenis vanwege diefstal. Nadien zal hij naar de Oost zijn gegaan. In 1827 werd hij schilder voor ƒ 16 per maand aan boord van de ‘Triton’ die in de archipel heen en weer voer. Zijn gezondheid was slecht en hij lag in verschillende hospitalen totdat hij op 13 maart 1829 zijn laatste adem uitblies terwijl het schip van Soerabaja naar Semarang zeilde.

Arnold Wiggers

Scheepsrol van het korvet ‘Triton’. Commandant kapitein-luitenant der zee W.A. van Dura, 1825. P. 233-234. Gerardus Jacobus Hoogvliet – Nationaal Archief Den Haag, Stamboeken marinepersoneel, scheepsrollen

Afscheid Stadstekenklas Middelburg /Arnemuiden

Stadstekenklas van het schooljaar 2023/2024, groep 8 van Basisschool de Oleanderhof uit Arnemuiden voor de kerk op de Markt – foto: L. Labeur

Vandaag, dinsdag 25 juni 2024, hebben we met een informele presentatie, afscheid genomen van de Stadstekenklas van het schooljaar 2023/2024, groep 8 van basisschool de Oleanderhof uit Arnemuiden.

Een verjaardagskalender, vervaardigd door de Stadstekenklas en gevuld met tekeningen van het afgelopen jaar is voor 2 euro verkrijgbaar bij de Teeken Akademie. Zie onze webshop

Het afgelopen jaar tekende en etste de Stadstekenklas Arnemuiden. Dat is goed terug te zien in de verjaardagskalender die de klas heeft samengesteld. De (ondertussen afgebrande) steiger bij de Piet, de kerk op de Markt, de visleurster. We hebben met plezier met de Stadstekenklas uit Arnemuiden gewerkt en bedanken de meiden en zeker ook de jongens van harte voor hun tekeningen en etsen. Tijdens een afscheidsspeech benadrukte voorzitter Arnold Wiggers de waarde van het (blijven) tekenen. De tekeningen zullen bewaard blijven in het archief.

De gereproduceerde verjaardagskalender, vervaardigd door de Stadstekenklas en gevuld met tekeningen van het afgelopen jaar is voor 2 euro verkrijgbaar bij de Teeken Akademie. Zie onze webshop

Stadstekenklas stelt tentoon in Arnemuiden

Persbericht 17 juni 2024

Op dinsdag 25 juni 2024 aanstaande is er een feestelijke bijeenkomst op de basisschool de Oleanderhof in Arnemuiden. De Stadstekenklas sluit dan het jaar af. 

In het afgelopen jaar heeft de Teeken Akademie met de klas diverse malen een kenmerkend deel van Arnemuiden getekend. De kinderen uit groep 8 van de Oleanderhof waren dit jaar de Stadstekenklas. Arnemuiden is immers ook gemeente Middelburg. Voor de groep was hun woonplaats het favoriete tekenonderwerp. Op de Markt van Arnemuiden is getekend en de klas is ook naar Museum Arnemuiden geweest om daar met papier en potlood te werken. Daarnaast stond er een etsles op het programma.

Op 25 juni kunt u alle tekeningen samen zien. Er is een verjaardagskalender gemaakt door de leerlingen, die te koop is voor 2 euro. 

De Teeken Akademie stelt zich ten doel de tekengeschiedenis van Zeeland levend houden en tekenkunst vandaag te bevorderen. We bedanken de Stadstekenklas van harte voor hun deelname. U allen bent van harte welkom op dinsdag 25 juni, 14 uur, Pereboomweie 1 Arnemuiden.

 

Jong Zeeuws Tekentalent 2024: Lena van Beest

Jhr. A. van Doorn overhandigd namens de Ridderschap van Zeeland de geldprijs aan Lena van Beest – foto: L. Labeur

De jury had er een hele kluif aan. Maar liefst 26 inzendingen hebben Lucy de Graaf, Ko de Jonge en Giel Louws zorgvuldig bekeken. Grote verschillen in kwaliteit, originaliteit, presentatie en kwantiteit troffen ze aan. Een bijkomend lastig punt was het grote verschil in leeftijd. De jongste inzender telde 11 jaar en de oudste was een eindje in de twintig. Hoe beoordeel je dan de tekeningen op z’n merites? Juist deze spanbreedte heeft de jury bewust doen kiezen voor een tekenaar waarvan nog veel groei te verwachten valt. 

De mate waarin Lena van Beest op 16-jarige leeftijd al een heel palet van vaardigheden laat zien, heeft de jury mee laten wegen in haar keuze. Zij is een tekenaar die verschillende materialen toepast, durf en vaardigheid toont en gezien haar leeftijd een hoog niveau heeft. 

Lena schrijft in haar toelichting bij het ingezonden werk de dat ze niet zonder tekenen kan in haar leven en een proces-boekje bijhoudt. Ze hoopt altijd terug te kunnen keren naar Zeeland wanneer ze uitvliegt.

Namens de Ridderschap van Zeeland maakte jhr. Alarik van Doorn de winnaar zaterdagmiddag 8 juni op het buiten Moesbosch in Koudekerke bekend en overhandigde Lena een geldprijs van € 500. De Ridderschap heeft de prijs samen met de Teeken Akademie in het leven geroepen en staat hierna minstens nog 4 jaar garant voor de uitreiking ervan. Gerard Heerebout reikte vervolgens aan de winnaar een prijspenning uit. Deze replica naar een penning zoals deze vanaf 1791 werd uitgereikt aan de beste leerling kon worden gemaakt in samenwerking met het Familiefonds Hurgronje.

Lena hoopt volgend jaar te slagen voor haar HAVO-diploma. Ze wil altijd blijven tekenen, maar de kunstacademie als vervolgopleiding ziet ze toch niet zo zitten. De wisselvalligheid van het leven als kunstenaar in financiële zin trekt haar bepaald niet aan. Ze is ook zeer geïnteresseerd in natuurkunde en scheikunde. In dat laatste vak wil ze verder om uiteindelijk kunstrestaurator te worden. Zoals ze dat zelf zegt: ‘Dan kan ik toch in de kunst verder met een stevige beroepsopleiding als achtergrond’. Slimme meid. Die komt er wel

We hopen dat Lena nog lag zal tekenen en in de toekomst nog veel werk zal laten zien, ook al is dat gerestaureerd werk van een ander. Dat ons steuntje daarbij geholpen mag hebben!

Arnold Wiggers

Lena van Beest (16) wint de Prijs jong Zeeuws tekentalent 2024, een prijs van de Ridderschap en Teeken Akademie Middelburg – foto: L. Labeur

Lena van Beest (16) wint de Prijs jong Zeeuws tekentalent 2024

Lena van Beest (16) wint de Prijs jong Zeeuws tekentalent 2024, een prijs van de Ridderschap en Teeken Akademie Middelburg – foto: L. Labeur

Persbericht 8 juni 2024

De door de Teeken Akademie en de Ridderschap van Zeeland ingestelde Prijs voor Jong Zeeuws Tekentalent heeft voor 2024 een winnaar: Lena van Beest.

De jury bestaande uit Lucy de Graaf, Ko de Jonge en Giel Louws heeft de 26 inzendingen zorgvuldig bekeken. Ze trof grote verschillen in kwaliteit, originaliteit, presentatie en kwantiteit. Het grote verschil in leeftijd, de jongste 11 jaar en de oudste in de twintig, heeft de jury bewust doen kiezen voor een tekenaar waarvan nog veel groei te verwachten valt. 

Voorzitter van de Teeken Akademie Arnold Wiggers maakt de winnaar van de Prijs jong Zeeuws tekentalent bekend – foto: L. Labeur

De mate waarin Lena van Beest op 16-jarige leeftijd al een heel palet van vaardigheden laat zien, heeft de jury mee laten wegen in haar keuze. Zij is een tekenaar die verschillende materialen toepast, durf en vaardigheid toont en gezien haar leeftijd een hoog niveau heeft. 

Lena schrijft in haar toelichting bij het ingezonden werk de dat ze niet zonder tekenen kan in haar leven en een proces-boekje bijhoudt. Ze hoopt altijd terug te kunnen keren naar Zeeland wanneer ze uitvliegt.

De overhandiging van de penning aan Lena van Beest door de penningmeester van de Teeken Akademie, Gerard Heerebout – foto: L. Labeur
De overhandiging van de prijs aan Lena van Beest door jhr. Alarik van Doorn namens de Ridderschap – foto: L. Labeur

Namens de Ridderschap maakte jhr. Alarik van Doorn de winnaar zaterdagmiddag 8 juni op het buiten Moesbosch in Koudekerke bekend en overhandigde Lena een geldprijs van € 500. De Teeken Akademie heeft aan de winnaar een prijspenning uitgereikt naar een ontwerp uit 1778. Deze replica naar een penning zoals deze vanaf 1791 werd uitgereikt aan de beste leerling kon worden gemaakt in samenwerking met het Familiefonds Hurgronje.

Toelichting bij de prijs

De Ridderschap van Zeeland stelt zich onder meer ten doel het culturele leven in Zeeland te ondersteunen. Samen met de Teeken Akademie, opgericht in Middelburg in 1778, is een project gestart ter bevordering van de tekenkunst in Zeeland: Prijs voor Jong Zeeuws Tekentalent. Beide instellingen willen hiermee een bijdrage leveren aan het bevorderen van het kunstleven in Zeeland.

De prijs beoogt jonge Zeeuwse tekentalenten te enthousiasmeren om hun aanleg verder te ontplooien. Met het naar buiten treden met werk wordt een extra trede genomen in een mogelijke carrière als professioneel kunstenaar. 

De prijs bestaat uit een bedrag van € 500 en een penning met inscriptie, zoals deze eind 18e eeuw aan de meest belovende leerlingen van de Teeken Akademie werd geschonken.