
Tussen de laureaten van de Teeken Akademie valt Bonaventura la Fort op vanwege zijn uiteindelijke beroep: schoenmaker. Waar de opleiding zeker vanaf 1840 steeds meer een technische beroepsopleiding werd, is de stof voor een schoenmaker niet erg voor de hand liggend. In elk geval viel de appel niet ver van de boom. Ook zijn vader Joannis (1777-1829) was schoenmaker. Eind augustus 1803 was deze in ondertrouw gegaan met Isabella Catharina Verhart (Verhaard) (ca. 1776-1844) en Bonaventura, geboren op 12 maart 1804, zou hun enig kind blijven.
Waarschijnlijk was Bonaventura een tekentalent en ging hij om dat talent verder te ontwikkelen naar de Teeken Akademie. Dat spreekt ook wel uit de jaren waarin hij onderscheiden werd. Hij werd primus in de 3e klas naar prent in 1823, toen hij al 19 jaar was, waarmee hij beslist tot de ouderen in die klas behoorde. Het schoenmaken zal hij al onder de knie hebben gehad. In de jaren daarop werd hij primus in de 2e en 1e klas naar prent en in 1826 primus in de 2e klas naar pleister. Bij het 50-jarig bestaan van de Teeken Akademie in 1828 waren 2 tekeningen van hem geselecteerd om in de jubileumtentoonstelling te worden geëxposeerd. De tekenmeesters waren overtuigd van zijn kunde, zoveel is duidelijk, anders had hij daar niet tussen de ‘grote namen’ van de academie gehangen.
Wat was er van hem te zien? Onder nummer 68 in de catalogus staat: ‘Andromaché bij den stervenden Hector, in zwart en rood krijt (naar [Mattheus Ignatius] van Bree [1773-1839])’ en onder 69: Belisarius met zijn’ Geleider, in craion, (naar [Jacques-Louis] David [1748-1825])’. Mogelijk dat bewerkingen van de originele werken als tekenvoorbeelden op de academie gebruikt werden. Helaas zijn de tekeningen noch ander werk van La Fort in openbare collecties aanwezig. Ook het oorspronkelijke werk van Van Bree is niet eenvoudig te vinden.
Het jaar erop -in 1829- overleed vader Joannis la Fort. Als enig kind kwam Bonaventura de hele erfenis toe die bestond uit een huis aan de Dam Zuidzijde en een pand in de Nederstraat. Dat laatste pand was tot 1822 het woon- en werkadres geweest en blijkbaar in eigendom gebleven. Met de memorie van successie is iets vreemds aan de hand. Pontificaal staat Bonaventura daar te boek als mr. schilder. Het huis aan de Dam zou het woonhuis van Bonaventura blijven, ook nadat hij in 1834 een huwelijk aanging met Margaretha van Stay, op 21 december 1809 in Bergen op Zoom geboren. De familie La Fort en de echtgenotes waren allen van katholieken huize.
Bij de aangifte van de 5 kinderen die op de Dam werden geboren staat als beroep van vader Bonaventura telkens schoenmaker. Nergens is sprake van schilder. Het oudste en het jongste kind stierven kort na de geboorte. Wat er verder met de familie gebeurd is, is uit de Nederlandse burgerlijke stand niet te destilleren. Na de aangifte op 20 juli 1846 van het overlijden van het jongste zoontje van 2 maanden, ontbreekt elk spoor. Emigratie naar de VS lijkt uitgesloten, want dat werd geregistreerd. Wellicht is het gezin naar België vertrokken, wat door het ontbreken van Middelburgse registers niet valt te verifiëren.
Arnold Wiggers


