
Zeg Van der Harst en menigeen in Middelburg of op Walcheren zal een link leggen met geneeskundigen, apothekers of het notariaat. Toch stond de stamvader iets dichter bij de doorsnee Walchenaar. In 1784 vestigde Leendert van der Harst zich op de Middelburgse Groenmarkt als viskoopman. Gezien zijn afkomst -geboren in Scheveningen- was dat beroep niet zo vreemd. Z’n assortiment bestond al vrij snel naast vis uit ‘Chinaas-appelen’ en citroenen, kastanjes en andere seizoensproducten zoals de inmiddels vergeten aardakers of aardmuizen, knollen van een lathyrusvariant die in Zeeland destijds nog wel verbouwd werden. Ook hammen en worsten werden aangeboden. Uit zijn huwelijk met Johanna le Duc (ca. 1762-1825) werden 8 kinderen geboren: 2 meisjes en 6 jongens, van wie er 4 eveneens een winkel begonnen. Vader en de zonen trokken gezamenlijk op, wat resulteerde in advertenties in de Middelburgsche Courant waar de clientèle geattendeerd werd op verschillende adressen in de stad waar bij een Van der Harst dezelfde producten gekocht konden worden.
De Teeken Akademie lag bij de tweede generatie niet zo op de route. Naast de 4 zonen die een winkel bestierden, volgden de andere 2 een opleiding tot kleermaker en schoenmaker. Onder de kleinzonen van Leendert (1756-1829) komen de eerste apothekers voor. Inmiddels was het aantal nazaten in de derde en vierde generatie fors opgelopen. Een drietal werd op de Teeken Akademie bekroond. In 1859 was dat Leendert Johannes van der Harst (1846-1897), zoon van Johannes Gerardus (1815-1897) en Johanna Hendrina Vlieger (1817-1879). Die was op zijn beurt een afstammeling uit de lijn van de tweede, zeer succesvolle zoon van Leendert en Johanna, Abraham (ca. 1788-1859), getrouwd met Maria Witte (ca. 1790-1871). Abraham was zeer succesvol in zaken en behoorde na 1850 tot de 100 hoogst aangeslagenen voor de belasting. Het vermogen van zoon Johannes Gerardus werd in 1897 op een kleine ƒ 190.000 bepaald, waarmee de sociale stijging van (een gedeelte) van de familie kleur krijgt.
Geboren werd Leendert Johannes op het adres C87 aan de Groenmarkt, waar ook zijn vader het levenslicht zag. Een oudere broer en zus werden geboren op C 88. Beide panden die later Lange Burg 59 en 61 genummerd zouden worden lagen schuin tegenover het grote pakhuis van de firmanten (broers) Johannes Gerardus en Jan Jacobus van der Harst (1823-1899) op de hoek van de Groenmarkt en Lange Burg, wijk B nr. 26.
Leendert Johannes ontving in 1859 een getuigschrift op de Teeken Akademie. Aan hem hebben zowel Nagtglas als De Man een lemma in hun Zeeuwse biografische geschriften gewijd. De meest uitgebreide en sympathieke levensschets is in het Nieuws Nederlandsch Biografisch Woordenboek uit 1911 te vinden. Ingeschreven in 1863 aan de Geneeskundige School in Middelburg (1822-1866) kon hij na de sluiting van de opleiding verder aan de net opgerichte Middelburgse HBS. Vervolgens ging hij naar de Farmaceutische School in Deventer, waarna hij in 1869 slaagde voor het staatsexamen apotheker. Onderwijl had hij een onderwijsbevoegdheid gehaald en werd hij aansluitend leraar aan de HBS in Utrecht. Vanaf 1873 tot zijn dood was hij aan de Veeartsenijschool aldaar verbonden. Een geboren docent die zijn gehoor wist te boeien met een ‘artistiek gemoed’ en zijn uitleg illustreerde met sierlijke tekeningen. Daar betaalde de Teeken Akademie zich dan uit! In 1884 promoveerde hij tot doctor in de farmacie. In het NNBW was Leendert Johannes opgeruimd, geestig, eenvoudig en altijd bereid tot hulp. De Man (die hem gekend heeft) typeerde hem toch wat anders: Een ‘eerzuchtige man’ op academisch niveau. ‘Zooals meer begaafde menschen, was ook hij prikkelbaar van natuur’. Zijn laatste levensjaren werden versomberd door suikerziekte, weet De Man nog te melden. Hij liet een weduwe en 2 zonen na.
Arnold Wiggers


