De grote bedijker I.L. van Wuijckhuise

Engelbertstraat, Hertogin Hedwigepolder. Foto: Wim Helm, 28 augustus 1975 Een van de polders, bedijkt door I.L. van Wuijckhuise – Beeldbank Zeeland, Recordnr. 61638

Hoeveel leerlingen van de Teeken Akademie zouden een polder naar zich vernoemd gekregen hebben? En dat ook nog bij leven! Izaak Levinus van Wuijckhuise overkwam het. Geboren in Aardenburg op 25 oktober 1844 uit het tweede huwelijk van hoefsmid Johannes Jacobus van Wuijckhuise (1811-1851) met Francina Versprille (1815-1853) werd hij vroeg wees. Op 16-jarige leeftijd vertrok hij naar Middelburg, waar hij onder de hoede van de gemeentearchitect Cornelis Krijger (1830-1876) kwam. Naast het onderricht dat hij van Krijger kreeg, volgde hij ook lessen aan andere opleidingen. Vanaf het seizoen 1861-1862 tot en met 1864-1865 heeft hij met succes aan de Teeken Akademie en de inwonende Industrieschool lessen bijgewoond. In 1862 kreeg hij een getuigschrift en in 1863 een medaille als primus in de 1e klas bouwkunde én een prijs op de Industrieschool. In 1864 kreeg hij alleen van de Industrieschool een prijs. Mogelijk liet hij dat jaar de Teeken Akademie schieten en concentreerde hij zich op het diploma gezworen landmeter. In 1865 ontving hij zowel de grote zilveren medaille van de koning als primus in de bouwkunde als opnieuw een prijs van de Industrieschool. Het zou hem ook in de rest van zijn leven niet aan erkenning ontbreken 

Zijn eerste ervaringen met bedijkingen deed hij op als opzichter bij de bedijking van de Elisabethpolder bij Biervliet. Na zijn huwelijk in 1867 met Maatje Dingemanse (1845-1923) zal hij in de avonduren gewerkt hebben voor de middelbare acte rechtlijnig tekenen en perspectief. Na het behalen van dat diploma werd hij aangenomen op de Burgeravondschool, de opvolger van de Teeken Akademie. Hij bleef tot 1903 ‘met veel liefde’ lesgeven, heet het in zijn necrologie. Tussen 1870-1874 was hij opnieuw in dienst van de Middelburgse gemeentewerken waar hij onder meer verantwoordelijk was voor ontwerp en bouw van de (toenmalige) Koningsbrug. Vanaf 1 januari 1874 trad hij in dienst van ’s Lands Domeinen in Zeeland waar hij het tot hoofdopziener zou brengen. 

In de beginjaren kreeg hij als opzichter bij de Domeinen de opdracht de oesterpercelen in de Oosterschelde in kaart te brengen. De nauwkeurigheid ervan bracht hem soortgelijk werk in de Zuiderzee bij Wieringen. De verschillende bedijkingsprojecten van schorren (buitendijks dus Rijkseigendom) die hij als opzichter begeleide, brachten hem zoveel kennis en ervaring dat hij vanaf 1896 de plannen maakte voor de vele bedijkingen in vooral Zeeuws-Vlaanderen en Zuid-Beveland. Onder zijn leiding werden de Koninginnepolder (1893), Anna Mariapolder (1896), Koningin Emmapolder (1897), Mosselpolder (1899), Kanaalpolder (1900), Völckerpolder (1903), Hedwigepolder (1904), herdijking van de Bathpolder (1906), Van Dunnépolder (1907), Prins Hendrikpolder (1907) en Hogerwaardpolder (1912) gerealiseerd. Voor de polder die in 1911 gereedkwam werd door de eigenaren de naam Van Wuijckhuisepolder voorgedragen, wat door de provincie werd overgenomen. Als kers op de taart werd hij in 1912 benoemd tot ridder in de orde van Oranje-Nassau. In 1915 ging hij met pensioen.

De laatste jaren van hun leven woonde het echtpaar Van Wuijckhuise op de Herengracht 118. Van hun 6 kinderen werden er 5 (eentje net) volwassen. Maatje stierf 8 juni 1923 en Izaak Levinus op 30 november 1928. De Middelburgsche Courant wijdde 5 december een necrologie aan hem. 

Arnold Wiggers

Middelburg. Houtkaai met Koningsbrug. Prentbriefkaart ca. 1900. Ontworpen door I.L. van Wuijckhuise en onder zijn toezicht gebouwd – Beeldbank Zeeland, Recordnr. 13017