Hoe het de zonen Van Velthoven verging

Lange Noordstraat 56 waar tussen 1842-1845 M.C. van Velthoven-Ridderbos haar winkel in damesartikelen had – Foto: Arnold Wiggers 08-10-2024

Na het bedrijfsfiasco van Jacobus Johannes van Velthoven met zwager Wilhelm Abraham Born werd zoon Jacobus (1818-1875) per januari 1841 opgenomen in de zaak J.J. van Velthoven & Zoon, die hij na het onverwachte overlijden van zijn vader eind dat jaar per 1 januari 1842 ging leiden. In oktober van dat jaar trad hij in het huwelijk met Maria Christina Ridderbos (1812-1851), weduwe Charles Dornickx, een zeeman die in 1841 te Batavia was overleden, van wie zij twee zoontjes had. Maria Christina was winkelierster in Vlissingen en verplaatste haar zaak in damesartikelen en -mode naar de Lange Noordstraat in Middelburg. 

Trok Vlissingen of stootte Middelburg af? In december 1844 berichtte Jacobus in de Middelburgsche Courant dat hij naast een zaak in Vlissingen ook zijn timmerbedrijf in Middelburg op oude voet bleef voortzetten. Per 1 april 1845, zo adverteerde hij in de Vlissingsche Courant, was hij gevestigd aan het Groenewoud, waar M.C. van Velthoven-Ridderbos ook haar damesmodezaak had. Vermoedelijk waren de broers Anthonie (1821-1900) en Philippus van Velthoven (1823-1890) inmiddels ook in het bedrijf aan het Molenwater. Daar wijst een advertentie uit 1849 op waar sprake is van het bedrijf Weduwe J.J. van Velthoven & (meervoud) Zonen. Voor drie timmerende zonen zal te weinig ruimte geweest zijn, zodat Jacobus naar Vlissingen vertrok. 

Met het timmerbedrijf Van Velthoven aan het Molenwater (Zuidsingel) bleef het niet lang goed gaan. Op 5 augustus 1854 stierf de weduwe J.J. van Velthoven, Anna Maria Cornelia Stemme (1793-1854). Haar jongste zoon Philippus kwam op enig moment op het dievenpad en liep in 1855 tegen de lamp. Voor diefstal uit een gesloten kelder door ‘inklimming’ werd hij veroordeeld tot 5 jaar tuchthuis. Die zal hij niet volledig hebben uitgezeten hebben, want in februari 1858 werd hij aangenomen op de Rijksmarinewerf in Vlissingen als huistimmerman 2e klasse. In 1866 volgde een overplaatsing naar Den Helder waar hij in 1868 Neeltje Boll (1825-1903) huwde en in 1890 kinderloos overleed.

Ook Anthonie heeft de zaak aan het Molenwater niet voorgezet. Toen hij op 26 augustus 1857 op 35-jarige leeftijd de 10 jaar oudere Johanna Louwina Warnes (1812-1895) tot bruid nam, stonden beiden te boek als ‘particulier(e)’. Die ‘e’ in haar achternaam behield ze haar hele leven, terwijl de rest van de familie Warnas heette, zoals haar broer Marinus Warnas (1813-1877) die met Anthonies zuster Maria Adriana getrouwd was. Vanaf 1861 mocht hij zich trouwens officieel Koolhaas Warnas noemen. Ook het echtpaar Van Velthoven-Warnes stierf zonder nageslacht. Het nichtje (van twee kanten) Diderika Andresina Johanna Louise Timmermans, geboren Koolhaas Warnas (1851-1928) werd in 1900 de enige erfgename, waardoor de kinderen van Jacobus het nakijken hadden.

Jacobus van Velthoven zou in 1853 met Minolda Catharina Korssen (1823-1866) een tweede huwelijk aangaan. Naast de 2 kinderen uit het eerste huwelijk werden uit deze verbintenis nog 4 kinderen volwassen, van wie er geen in Zeeland bleef. Ergens voor 1865 stopte ook Jacobus met timmeren en vond emplooi bij de marine als bewaarder. Na voor de tweede keer weduwnaar te zijn geworden, vond hij in 1870 Maria Meijer (1835-1925) zijn derde echtgenote. Hij stierf onverwacht in 1875 in Amsterdam, waar verschillende kinderen uit zijn eerste twee huwelijken woonden. 

Arnold Wiggers