Drie generaties Bosdijk (1)

Jacobus Bosdijk, ‘In de Walsche Kerk aan de noort zijde is dit graf keldertie bij de ontgraaving al zoo gevonden’. Tekening 1799 – Zeeuws Archief, Collectie KZGW, ZI-II-0634

Er gaat geen dag voorbij of ik zie gebouwen ontworpen door de Middelburgse stadsfabriek (stadsarchitect) Jan de Munck (1687-1768): Koepoort, IJkkantoor, Lutherse kerk (nu St. Augustinus) of zijn woonhuis aan de Zuidsingel. Ook bouwkundig werk van Teeken Akademie docent en landsarchitect van Zeeland Conrad Kayser (1750-1824) die voor 1786 geregeld voor Middelburg werkte, zie ik regelmatig: de orgelkas en de kerkbanken in de Oostkerk zijn door hem ontworpen, naast bijvoorbeeld het ‘Paleis op de Heerengracht’, het voormalige oude mannen- en vrouwenhuis. Des te vreemder dat van stadsfabriek Jan Bosdijk (1744-1808) niets spraakmakends aan te wijzen is. Sterker nog, ook van zijn zoon en kleinzoon, beiden ook in die functie aangesteld, zou ik zo geen gebouw weten te staan. Nu is tussen 1786 toen Jan in functie trad en 1838 toen zijn kleinzoon Pieter Cornelis er mee stopte in de stad meer gesloopt dan gebouwd. Beeldbepalende elementen als een aantal stadspoorten, de Waag op de Balans en de Noordmonsterkerk vielen onder de slopershamer, want de stad had geen geld voor onderhoud of herstel en zo brachten ze als tweedehands bouwmateriaal nog wat op. 

Jan Bosdijk werd op 11 november 1744 in Goes gedoopt als zoon van Jacobus Bosdijk en Wilhelmina de Graaf. Uit zijn in 1763 (hij was 18) gesloten huwelijk met Adriana Sophia de Graaf (1741-1804) kwamen twee zonen voort: Jacobus (1764-1831) en Johannes (1774-1845). Over zijn opleiding is niets bekend. De Teeken Akademie die in november 1778 van start ging zal het gezien zijn leeftijd niet geweest zijn. Op 1 oktober 1786 werd hij door de stad Middelburg aangesteld als ‘opper fabriyck’ (stadsarchitect) op een jaarsalaris van 600 gulden, waarnaast hij nog wat toelagen ontving voor onder meer toezicht op de stads zeewerken, waarmee het Havenkanaal en de havens bedoeld zullen zijn. Wonen deed hij in zijn ambtswoning in de Stadsschuur, waar hij op 13 augustus 1808 overleed. 

Voor de geschiedenis van de Oostkerk is Jan Bosdijk van grote waarde, omdat hij uit allerlei nu verloren gegane stedelijke rekeningen een overzicht gemaakt heeft van alle bouwkosten van het kerkgebouw. De ‘Beschrijving van de Oostkerk staande tot Middelburg in Zeeland’ droeg hij in 1800 op aan de toenmalige ‘Thezauriers’ (wethouders van Financiën). Gedrukt is het destijds nooit. We weten dat er zeker drie geschreven exemplaren zijn gemaakt, waarvan het exemplaar van de stad in 1940 in het stadhuis verbrandde. Een tweede bevindt zich in de ZB Bibliotheek van Zeeland en het meest uitgebreide is in het bezit van de Hervormde Gemeente (nu PKN). Die laatste is gebruikt voor de publicatie De Oostkerk (Goes 1997) waar het uitgetypte handschrift als bijlage is opgenomen. 

Noch Jacobus noch Johannes hebben een prijs op de Teeken Akademie gehaald, wat niet wil zeggen dat ze er geen lessen gevolgd hebben. Hier wreekt zich weer eens het ontbreken van bronnen uit die jaren dat ze mogelijk in de avonduren naar het gebouw in de Lombardstraat – Latijnse Schoolstraat togen om lessen te volgen. Voor Jacobus kunnen we het haast zeker stellen. Uit de periode dat hij zijn vader Jan assisteerde dateren een paar tekeningen die vakonderwijs doen vermoeden. Beide betreffen de Waalse Kerk in de Lange Sint Pieterstraat, ooit de kapel van het Begardenklooster (1492-1574). De tekening uit 1799 brengt een gevonden graf in beeld en die uit 1801 toont de plattegrond met de kerkbanken en de ligging van de geruimde graven. 

Arnold Wiggers

Jacobus Bosdijk, ‘Platte Gront Walsche Kerk met derzelver zitplaatzen en verlaate graf dompen volgens de roode lynen’. Tekening 1801 – Zeeuws Archief, Collectie KZGW, ZI-II-0630

Interieur Waalse Kerk, 1897. Richting St. Pieterstraat (westen). Fotograaf onbekend – Zeeuws Archief, Collectie KZGW ZI-II-0633b
Interieur Waalse Kerk, 1897. Richting oosten. Fotograaf onbekend – Zeeuws Archief, Collectie KZGW ZI-II-0633c