De metselaars Jan Jacobus en Willem Cornelis van Heulen

Hans Hermann (J.E.R. Herrmann)(1858-1942), De Middelburgse vleeshal, 1887. Olieverf op doek. Vers vlees werd in de vleeshal verkocht, het slachten gebeurde elders. Het naambordje links vermeldt R[obertus] Meertens. Vader en zoon (beiden Robertus) waren vleeshouwers. Vader ging in 1889 failliet.

Van de 4 kinderen van Willem van Heulen die in 1821 de erfenis mochten verdelen, was Jan Jacobus de enige zoon. Zijn geboortedatum kennen we uit de huwelijkse bijlagen die hij en zijn bruid Johanna Zegers (Bergen op Zoom 1798-1871) bij hun huwelijk in 1818 moesten overleggen. Dat wil zeggen, voor de Nationale Militie was hij op 4 april 1793 geboren en volgens het geboorteregister van de Nederduits-gereformeerde (hervormde) kerk op 20 september. Dat laatste zal eerder kloppen, omdat daar ook bij staat dat hij op 29 september gedoopt is. Uit het Certificaat van de Nationale Militie komen we in elk geval te weten dat hij 5 voet en 3 duim groot was wat neerkomt op nog geen 1 meter 60, bruin haar en bruine ogen had en geen bijzondere kenmerken. Al met al goedgekeurd en niet opgeroepen. 

Ondertussen had hij aan de Teeken Akademie lessen in de bouwkunde gevolgd, wat hem goed afging, getuige de uitverkiezing tot primus in de 4e klas in 1810. Het verwondert dan wel om in de Middelburgsche Courant van 10 november 1818 te lezen dat hij een ‘Affaire als Vleeschhouwer’ is begonnen. Geen slagerij zoals tegenwoordig. Vleeshouwer, slachter of slager waren beschermde beroepen. Verkoop van (vers) vlees gebeurde tot 1900 alleen in de vleeshal naast het stadhuis. Geslacht werd op andere plaatsen, die alle onder controle van ambtenaren stonden. Geconserveerd vlees (gedroogde en gerookte worsten, hammen en dergelijke) was wel in winkels te koop.  

Ruim een week later is de trouwerij van Jan Jacobus (vleeshouwer) en Johanna (particuliere). De eerste van hun 5 zonen, Willem Cornelis, werd op 13 november 1819 in de Korte Noordstraat geboren, in 1822 zoon nummer 2 op de Lange Burg wijk B 11 en nummer 3 in 1829 iets verderop in de straat. Bij die aangifte gaf Jan Jacobus op dat hij winkelier was en bij zoon nummer 4 in 1835 en 5 in 1838 noteerde de ambtenaar ‘metselaar’. In zijn overlijdensakte in oktober 1860 werd hij timmerman genoemd, wat beter aansluit bij zijn Teeken Akademie-opleiding dan slachter.

De oudste zoon Willem Cornelis van Heulen (1819-1871) bezocht net als vader en grootvader de Teeken Akademie. Ook hij werd onderscheiden en wel in 1839 toen hij primus in de 3e klasse bouwkunde werd. Toen hij op gevorderde leeftijd op 17 juni 1857 de weduwe Engeltje Huisman (1827-1911) trouw beloofde, was er van dit paar een dossier ‘huwelijkse bijlagen’. Daaruit valt op te maken dat Willem Cornelis kleiner dan zijn vader was (nog geen 1 m 50) en blauwe ogen had. Van beroep was hij metselaar, wat zijn vader destijds ook was. 

Engeltje was weduwe van de winkelier Gillis Haccou (1821-1855) met wie ze twee kinderen had. Samen kregen Willem Cornelis en Engeltje 5 dochters van wie er 3 volwassen werden. In 1858 stond het gezin ingeschreven in Vlissingen, waarschijnlijk voor een grotere, tijdelijke metselklus. In september 1859 waren ze terug in Middelburg. Toen werd Jannetje van Heulen geboren, in de Latijnseschoolstraat waar halfbroer en -zus Haccou en haar oudere zusje Johanna Engeltje ook het levenslicht zagen. Het laatste adres in Middelburg was op de Molenberg, waar in 1865 de jongste dochter geboren werd en kort daarop stierf. Vervolgens ging het gezin naar Den Haag, waar metselaar Willem Cornelis op 24 januari 1871 overleed. Zijn weduwe volgde hem op de laatste dag van maart 1911 als Scheveningse. 

Arnold Wiggers

Latijnse Schoolstraat 8. Een van de adressen waar Willem Cornelis van Heulen heeft gewoond. Foto: Arnold Wiggers 18-09-2025