
Met Johannes Jacobus van der Harst zitten we midden in de apothekerstak van de familie Van der Harst. Het stukje over zijn wel en wee kan kort blijven: Hij werd nog geen 23 jaar oud.
Waar zat hij in de sterk uitgedijde familie in de negentiende eeuw? Viskoopman Leendert van der Harst (1756-1829) en zijn oudste zoon Leendert junior (dat wordt ook diverse malen officieel aan zijn naam toegevoegd) (1787-1835) waren winkeliers. Leendert jr. was getrouwd met Catharina Geertruy van den Bosch (ca. 1787-1854). Vier van hun kinderen (allen zonen) werden volwassen en de jongste Johannes Jacobus (1823-1887) zou de eerste apotheekhouder in de familie worden. Hij nam de apotheek van A.G. de Wolf gevestigd in 2 panden op de Pottenmarkt (nr 3 en 5) per 1 mei 1847 over en wist er de best beklante van Middelburg van te maken. J.C. de Man wees er in zijn biografie van Van der Harst nog eens op dat dat bepaald geen peulenschil was, gezien het getal van 24 apotheken in 1868.
Eenmaal zelfstandig huwde Johannes Jacobus in 1848 met de smidsknechtendochter Hendrika Pieternella Geldof (1830-1887). Tussen 1849 en 1853 werden drie kinderen geboren. De oudste, Leendert Karel (1849-1925), zag op Pottenmarkt 5 het levenslicht en zou de apotheek tot nog grotere bloei brengen. Hij liet de gevels van de historische panden restaureren die in mei 1940 verloren gingen. De tweede zoon was de jonggestorven Johannes Jacobus (1851-1874) waarover straks meer. Een derde kind Suzanna Maria stierf in augustus 1853 veertien dagen na haar geboorte. Dan duurde het tot 1861 voordat het wiegje, nu op nr. 3, weer gevuld zou worden. Opnieuw een Suzanna Maria die jong stierf (22 jaar) net als de in 1868 geboren Anna Wilhelmina (17 jaar). Jan Cornelis (1866-1928) werd ook apotheker in Middelburg. Hij kocht de apotheek De Blaecke De Ligny & Zoon aan de Kortedelft en zette de zaak onder die naam voort.
Johannes Jacobus junior was 15 jaar oud toen hij in 1866 primus in de tweede klas naar prent werd. Een opleiding aan de toen nog bestaande Latijnse school (voorloper van het gymnasium) heeft hij niet gevolgd. J.C. de Man weet te melden dat hij zeer getalenteerd was en medicijnen had zullen studeren. Toch noemt hij geen inschrijving aan de Middelburgse Geneeskundige School. Wel zal hij bij een apotheker in de leer zijn geweest. In elk geval werd hij in zijn overlijdensacte hulpapotheker genoemd. De oorzaak van zijn vroege verscheiden was volgens De Man de tering.
Arnold Wiggers


