
Van de twee prijswinnende Teeken Akademie leerlingen Den Doop valt weinig te achterhalen, voornamelijk omdat hun werkzame leven zich niet in Zeeland afspeelde. We hebben Hubertus Adrianus Theodorus (1842-?) die in 1855 een getuigschrift kreeg in de 2e afdeling van de 3e klas naar prent (beginners) en in het in 1861 tot primus in de 2e klas naar prent schopte. Daarnaast zijn jongere broer Theodorus Wilhelmus (1847-1880) die primus naar ornament in 1862 was en het jaar daarop primus in de 2e klas naar prent. Uit de voornamen valt al te lezen dat de familie Den Doop katholiek was. De vader, ook Theodorus Wilhelmus geheten, was jaren secretaris van het R.C.-Armbestuur. Geboren in 1819 in Den Bosch zou hij in Middelburg 1876 sterven. Uit het in 1840 in Middelburg gesloten huwelijk met Johanna (Jans) van Kampen (1819-1894) kwamen 7 volwassen kinderen voort. Over de vader is wat meer bekend.
Van beroep was hij graveur van wiens hand ook nog enkele penningen bewaard gebleven zijn. Hij moet een goede reputatie gehad hebben, althans eind 1852 beval hij zich bij de heren burgemeesters aan als graveur voor de in 1853 verplicht geworden ambtsketting. Op 25 december 1852 berichtte de Middelburgsche Courant twee van dergelijke zilveren medailles gemaakt door graveur T.W. den Doop gezien te hebben (zonder te melden van welke gemeente) die zich door een ‘bijzonder accurate gravure’ [van het gemeentewapen en wellicht het Rijkswapen] onderscheidden.
Regelmatig adverteerde Den Doop in de plaatselijke krant met het kunnen leveren van alles wat met het ‘Kunstvak’ graveren van doen had, zoals wapencachetten, stempels en naam- en wapenstempels. Later ook koperen en zinken adresplaten (1857) en brievenstempeltjes à ƒ 2,50 of ƒ 3,- en gemeentestempels voor ƒ 6 à f 7,– (1861).
Toch lijkt het erop dat hij naast het graveren op de Balans (na adressen in de Walensingel, Vlasmarkt en Nieuwe Haven) daar ook een koffiehuis met sociëteitsfunctie exploiteerde, waar hij in elk geval in 1863 en 1865 reclame voor maakte.
Zijn bovengenoemde zoons en ook een derde, Adriaan Wouter (1855-1912), staan eveneens te boek als graveur. Hubertus Adrianus Theodorus vertrok naar Batavia. Daar zal hij spoedig overleden zijn, waarna zijn weduwe en een dochter naar Nederland kwamen. Later woonden de vrouwen in Vught waar de dan 20-jarige dochter in 1898 alleenstaande moeder werd. Twee jaar later schonk ze opnieuw het leven aan een zoon, van wie ook de vader onbekend was. Theodorus Wilhelmus jr. woonde en werkte in 1876 in Zwolle en zal eind 1879 naar Middelburg teruggekomen zijn. Samen met zijn broer Adriaan Wouter liet hij een ‘Voorloopig Bericht’ in de krant verschijnen waarin sprake is van de vennootschap Gebroeders Den Doop, Lithographen en Graveurs. Ze kondigden de komst van nieuwe machines en drukstenen aan in hun bedrijf in de Gortstraat, tot wel 105 x 75 cm, speciaal voor kaarten. De dood van de ongehuwde Theodorus Wilhelmus op 27 juni 1880 maakte een eind aan de gezamenlijke onderneming.
Adriaan Wouter den Doop zou er alleen mee doorgaan. Hij was immers voorheen ook al actief geweest in een eigen steendrukkerij in de Langeviele. Vanaf 1884 was hij met de drukkerij gevestigd in de Korte Burg. Tot een van zijn hoogtepunten van geproduceerd drukwerk behoorde de uitgave van de plattegrond van Middelburg uit 1887. In mei 1892 kondigde hij zijn vertrek naar Breda aan. De Middelburgse zaak werd voortgezet door de uit Berlijn afkomstige Carl Hopf, totdat deze in 1896 failliet ging.
Arnold Wiggers


