
Leendert Pieter Sohier Serlé kreeg in 1828 een aanmoedigingsprijs in de 3e klas naar prent. Een aanmoedigingsprijs was een troostprijs voor de nummer 2, dus dat maakt nieuwsgierig naar de primus in die klas. Dat blijkt Louis Henri Cadet te zijn, die op zijn beurt in de jaren 1824, 1825 en 1826 ook een aanmoedigingsprijs kreeg. In 1828 en 1829 mocht hij zich eindelijk primus noemen, waarvan de laatste keer in de 2e klas naar pleister was. Zijn werkzame leven bracht hij vervolgens als ambtenaar door, zonder veel sporen na te laten.
Wie de familiegeschiedenis wil volgen moet wel wat doorzettingsvermogen hebben. Dat begint al bij zijn geboorte. Blijkbaar is die buiten de administratie gevallen, zodat vader Pierre Joseph Cadet (1775-1850) op 11 november 1828 (na een rechterlijke uitspraak) aangifte deed van de geboorte van zijn zoon op 8 mei 1811. De vrijwilliger die het register in onze tijd heeft overgetypt zag dat jaartal niet en noteerde 1828 als geboortejaar. Dan de moeder. Ook dat heeft de vrijwilliger(s) veel problemen gegeven. In de gedigitaliseerde bestanden van de burgerlijke stand komt ze voor als Maria Magdalena Fornus, Tomis, Fornis en Tornis, allemaal begrijpelijke interpretaties van op en neer gaande lijnen van de sierlijke handschriften van de ambtenaren die vele letters kunnen voorstellen. Die laatste variant Tornis is de juiste, althans zo spelde de Middelburgsche Courant haar naam in de advertentie die de echtgenoot plaatste bij haar overlijden op 2 februari 1829. Ze had een lang ziekbed gehad en was 48 jaar en 7 maanden oud geworden. Een rekensom leert dan dat ze van juli 1780 was.
Ze liet behalve Louis Henri nog een kind na. Dat was Francina Maria Waccogne, geboren in Middelburg in 1805. Hoe zat dat? Maria Magdalena was afkomstig uit Den Haag en in januari 1805 in de Zeeuwse hoofdstad met Pierre François Waccogne (in vele spelvarianten) getrouwd. Al op 17 maart daaropvolgend stierf hij, 33 jaar oud, waardoor hun kind zonder vader ter wereld kwam. In mei 1809 trouwde de weduwe met de in de buurt van Yperen geboren kamerbewaarder (de typist las: kamerbehanger) Pieter Joseph Cadet. In modernere bewoordingen: conciërge bij de provincie.
Vader Pieter Joseph ging in 1831 een tweede huwelijk aan met Johanna Paltina de Lepelaar (1793-1833). Eind juli 1832 werd een zoontje geboren dat slechts enkele dagen oud werd. Een tweede zwangerschap eindigde op 23 november 1833 met zowel de dood van het kind als de moeder.
Louis Henri huwde in 1838 Johanna Apolonia van den Broecke (1813-1876) met wie hij 2 zonen kreeg: Henri Louis (1843-1916) en Jean Louis (1844-1917). De laatste is zeker naar de Teeken Akademie geweest. Hij ontving in 1856 een getuigschrift, waarna hij het zowel in 1857 als 1858 tot primus schopte in respectievelijk 2e en 1e klasse naar prent. Hij heeft zijn actieve leven in het leger gediend, terwijl zijn oudere broer luitenant ter zee werd. Tja, met de naam Cadet …
Tenslotte om het genealogische plaatje compleet te maken. Louis Henri trouwde een tweede keer met Helena Johanna Frederiks (1839-1915) eind 1876. Na zijn overlijden in 1885 vertrok ze 10 jaar later naar Den Haag, waar ook haar (niet veel jongere) stiefzonen met hun echtgenotes woonden.
Arnold Wiggers


