Boomkweker in de stad

Steendruk naar een tekening van J.F. Schütz, Nieuwe aanleg bij de Koepoort, 1850 – Zeeuws Archief, Collectie KZGW ZI-IV-110
Steendruk naar een tekening van J.F. Schütz, De Noordpoort en Buiten Cingel te Middelburg, [1850] – Zeeuws Archief, Collectie KZGW ZI-IV-0111

Van bloemperken en bomen in de straat tot parken en soms zelfs stadsbossen; het openbaar groen in een stad neemt vele vormen aan. En dat is helemaal geen nieuwe uitvinding. Voor stadsbestuurders was al snel duidelijk dat voor een leefbare stad groen onontbeerlijk was. Uit de 18e eeuw zijn Middelburgse verordeningen voorhanden waarin de ijverig schrobbende dames aan de kaaien opgedragen wordt geen (brak) water uit de haven te gebruiken, omdat dat de door de stad aangeplante boompjes ter ziele hielp. Een grote klapper werd gemaakt met het vervallen van de militaire functie van de bolwerken in 1842. Ze werden door Karel George Zocher (1797-1863) omgetoverd tot het langste stadspark van Nederland. 

Particulieren bezaten natuurlijk ook tuinen en die bij de Walcherse buitens namen parkachtige vormen aan. Voor al dat menselijk ingrijpen in de natuur was plantgoed nodig. Daarin voorzagen bloemisten en boomkwekers. Een zo’n boomkweker was Isaac le Clercq (1759-1830). In de Middelburgsche Courant van 16 oktober 1800 plaatste hij de volgende advertentie: ‘By J le Clercq, op den Burgt, en aan deszelfs Boomkweekery op de Noordweg, even buiten de Stad Middelburg, zyn voor het aanstaande plantsaisoen te bekomen, alle zoorten van Olme, Esse, Linde, Else en Populiere Plantsoenen, differente Fruitboomen in zoorten, en voorts het geen in een compleete Boomkweekery behoort.’ Zijn eerste vrouw Cornelia Sanders (ca. 1762-1804) schonk hem maar liefst 15 kinderen, waaronder 7 zonen van wie Cornelis (ca. 1799-1876) de jongste was. In 1818 vroeg Isaac voor hem vrijstelling van militaire dienst aan, vermoedelijk omdat Cornelis hem hielp in de boomkwekerij en hem ook zou opvolgen. Deze Cornelis was in dat jaar aan de Teeken Akademie primus in de 2e klas naar prent. Zonder dat het in de advertenties van vader Isaac of zoon Cornelis werd genoemd, is het aannemelijk dat zij ook tuinontwerpen maakten. Hun concurrenten vader en zoon Van de Putte met een kwekerij ‘vooraan op de Seisweg’ adverteerden er wel mee.  

In november 1829 nam Cornelis de boomkwekerij van zijn vader over. Op 1 juli 1830 huwde hij Suzanna Maria de Waal (ca. 1808-1832) die na de geboorte van haar tweede zoon stierf. Zijn tweede vrouw Pieternella Maria Mortier (1803-1835) stierf na de geboorte van haar levenloze dochter. Zijn derde vrouw Gerarda Wilmina Kleijn (ca. 1811-1900) werd tussen 1838 en 1847 7 maal moeder. Hij huwde haar in Boskoop, waar haar vader ook boomkweker was. Wonen deed het gezin in de Bogardstraat, daarna op het Hofplein. 

Op 27 december 1847 werd aan de Noordstraatweg de hofstede Onrust met ruim 15 bunder grond, boomkwekerij, bouw- en weiland verkocht. De advertentie in november waarin Le Clercq bomen aanbood tegen verminderde prijzen wordt hierdoor verklaarbaar. Bij de aangifte van zijn jongste kind geboren op 16 december 1847, staat Cornelis le Clercq te boek als ‘particulier’. Toch bleef Cornelis le Clercq bomen verkopen, eerst nog vanaf het Hofplein en vanaf mei 1849 vanuit de Brakstraat. Na 1850 adverteerde hij niet meer. Vanaf 1857 was hij als houtteller en koolweger in dienst van de stad.

Zijn zoon Dirk Leendert (1844-1891) volgde ook lessen aan de Teeken Akademie en kreeg in 1857 een getuigschrift. Hij zou huisschilder in Aardenburg worden. Hij huwde daar Catharina Pieters (1845-1910), weduwe van Bernard Johannes Cornelis Haaksman de Koster (1836-1888), eveneens huisschilder.

Arnold Wiggers