
Het Misverstand, zo heet tegenwoordig het pand op de hoek van de Koepoortstraat en de Verwerijstraat. Een huisnaam gekozen door een vertwijfelde eigenaar? 50 jaar geleden werd de lijstgevel met een plank over dwars op zijn plaats gehouden. Foto’s daarvan zijn te vinden op Beeldbank Zeeland, die helaas niet vrij te gebruiken zijn. Rond 1900 was aan de zijkant een grote geverfde reclame voor margarine aangebracht, die vervolgens langzaam afgebladderd is.
Zou Adriaan Hemert van Breda (1784-1835) al die keren dat hij bij de ‘Middelburgse strafinrichting’ (de gevangenis op de Kousteensedijk op de plek van de huidige Rechtbank) werd binnengebracht, dat ook een ‘misverstand’ hebben genoemd? In 1816 zat hij 5 weken voor belediging en in 1818 werd hij gegijzeld, mogelijk vanwege betrokkenheid bij diefstal, wat in 1819 op detentie uitdraaide. In 1823 bleef het bij een boete vanwege een overtreding ‘op het stuk der nieuwe maten en gewichten’. In dat jaar was er meer ellende. Op 3 april onstond een korte brand in zijn pand, wijk N 36, waaronder destijds Koepoortstraat 20 en de panden Verwerijstraat 2 en 4 werden begrepen. Het liep relatief goed af door het ingrijpen van de spuitgasten en hun brandspuiten.
Adriaan Hemert van Breda huwde in februari 1813 Johanna Christina Meijer (1790-1845). Op 4 december van dat jaar werd Lambert Cornelis geboren in de Koepoortstraat 20. In 1818 volgde een vrouwelijke tweeling en op 11 juli 1819 zag Johannes Frederik Adriaan het levenslicht. Van Breda had een stal in de Verwerijstraat en was bekend als (huur)koetsier. Daarnaast stond hij ook te boek als winkelier. In de Middelburgsche Courant zijn verschillende advertenties te vinden waarin hij gedroogd hout en bakkersmusters (takkenbossen voor ovenstook) aanbood, naast tarwebloem, varkensmesting (voer) en een stel paarden. Eind mei 1827 werd een openbare verkoping in zijn stal aangekondigd. Liefst 11 verschillende rijtuigen en een slede moesten aan de man worden gebracht. Aan trekkracht waren er 2 bruine werkpaarden (een ruin en een merrie), twee zwarte Gelderse merries en een gedresseerde bok met tuig en wagen. Verdere levende have bestond uit 2 vaarzen en 2 varkens.
Na zijn dood toen het bezit werd geïnventariseerd voor de successierechten, was er relatief veel onroerend goed, vooral in dezelfde buurt, dat verhuurd werd. Dat exploiteren van veelal kleinere woningen en werkplaatsen hebben zijn beide zonen voortgezet, mogelijk gezamenlijk. Beiden staan te boek als timmerman. Lambert Cornelis (1813-1889) kreeg aan de Teeken Akademie in 1840 een aanmoedigingsprijs in de 2e klas bouwkunde. Zijn jongere broer Johannes Frederik Adriaan (1819-1898) was duidelijk de meer getalenteerde. Jaarlijks won hij in de jaren 1837-1840 in de klassen bouwkunde prijzen en in 1843 zelfs de medaille als primus bouwkunde. Van een aannemerij van de een, de ander of samen is geen sprake.
Lambert Cornelis trad in het huwelijk met Antoinette Jeanne Plankeel (1810-1875) met wie hij 5 kinderen had. Hij woonde in het pand wijk N 36 (Koepoortstraat 20). Zijn jongere broer verloor maar liefst drie vrouwen in het kraambed: Elisabeth de Pla (1816-1851), Hendrina Francina Cornelia Johannissen (1835-1857) en Cornelia Wilhelmina van Ooijen (1826-1869). Twee dochters uit dit laatste huwelijk overleefden hun vader. Die vond in augustus 1880 in de 41-jarige Anthonetta Johanna Kruijsse zijn vierde vrouw. Ook haar moest hij in juli 1893 ten grave begeleiden.
Arnold Wiggers




