
Het verzekeren tegen onheilen kreeg in de negentiende eeuw met onderlinge brandwaarborgmaatschappijen een fikse impuls. In 1824 begon in Zierikzee de Zeeuwsche Brandwaarborg Maatschappij en in 1829 volgde in Middelburg de Onderlinge Brand-Waarborgmaatschappij voor Zeeland (OBWM). Deelnemers betaalden een intreegeld, taxatiekosten en een jaarlijks bedrag afhankelijk van de waarde van hun aangemeld bezit voor organisatiekosten, waar dan in het slechtste geval nog een omslag voor uitgekeerde bedragen bijkwam. Bedragen die te overzien waren, wat bij het verbranden van huis en goed niet meer het geval zou zijn. Geen wonder dat bij de grote brand op 28 juni 1857 op de hoek Lange Delft – Lange Burg, waarbij volgens de Middelburgsche Courant 5 huizen verloren gingen en 13 zwaar beschadigd werden, alle getroffenen verzekerd bleken.
Wat dat met de Teeken Akademie van doen heeft? Prijswinnaar tussen 1850 – 1854 Marinus Jillis la Brand (1838-1858) maakte tekeningen van de verwoestingen, die in druk werden gebracht en gretig werden gekocht. Daarover is eerder al geschreven. Ook Teeken Akademie leerling Adriaan Pieter de Wijs (1818-1900) was beroepshalve betrokken. Hij was zoon van de geboren Vlissingers Pieter de Wijs (1787-1878) en Jacoba Johanna Groenemeijer (1788-1868). Zeker vanaf 1811 woonde het echtpaar (gehuwd in 1805!) in Middelburg (Breestraat) waar hij winkelier was. Met de opkomst van de brandverzekeringen vond Pieter een nieuw emplooi als agent (correspondent) voor een Amsterdamse brandwaarborgmaatschappij. Zeeuwse klanten hadden het idee dat de verzekering lokaal goedkoper kon en haalden Pieter over een Zeeuwse onderlinge maatschappij te beginnen, ‘onder toezicht van commissariën uit de meest aanzienlijke ingezetenen’, die in maart 1829 koninklijke goedkeuring kreeg. Van begin af aan werden deelnemers verplicht het schildje met het wapen van Zeeland en daaronder de letters OBWM op de straat- of wegzijde van hun verzekerde pand aan te brengen. De directeur woonde inmiddels op de Dam.
Pieter Adriaan volgde lessen aan de Teeken Akademie en werd in 1834 primus naar ornament en 1835 primus in de 4e klas bouwkunde. Voorbestemd was hij echter voor kantoorwerk bij zijn vader. Al in 1840 benoemde deze zijn zoon tot mededirecteur, hoewel Pieter Adriaan zelf het op adjunct-directeur hield bij zijn huwelijk in 1842 met Anna Francisca Hartman (1818-1874). Uit dit huwelijk werden twee zonen geboren, van wie alleen de oudste Pieter Adriaan Fransiscus (1843-1918) volwassen werd. Na een opleiding aan de Geneeskundige School in Middelburg, werd hij in zijn geboortestad heelmeester en verloskundige.
Met de jaarwisseling 1867-1868 trad Pieter de Wijs als directeur terug en werd opgevolgd door zijn zoon Pieter Adriaan. In 1888 werd diens plaats wegens gezondheidsklachten ingenomen door boekhouder Petrus Bartholomeus de Kreke (1829-1900). Na zijn dood nam Johannes Fransiscus de Wijs (1867-?), de kleinzoon van Pieter Adriaan het stokje over tot in 1935.
Duidelijk is dat de familie De Wijs de geschiedenis van de OBWM heeft gedomineerd, zozeer zelfs dat deelnemers spraken van ‘bij De Wijs verzekerd te zijn’, terwijl het personeel zei ‘op het kantoor van De Wijs’ te werken.
Arnold Wiggers
Zie: P.R.M. Kroes, Geen risico! Geschiedenis van de Algemene Zeeuwse Verzekering Maatschappij N.V. 1939-1989 (Middelburg 1989).



