
De in 1894 geboren Middelburger Jos Croin zou volgens sommige bronnen in 1912 naar de Academie voor Beeldende Kunst in Den Haag zijn vertrokken om het diploma tekenleraar te halen. Het ontbreken van enige aanleg voor wiskunde maakte dat tot een onmogelijke opgave. Vervolgens kwam de Teeken Akademie in beeld, dat wil zeggen als subsidieverstrekker. Onduidelijk is wanneer precies en waar hij ging studeren met die financiële ondersteuning. Daar moeten de nu nog onvindbare bronnen opheldering verschaffen. Volgens Don en Schnitger ging hij van 1915 tot 1919 naar de academie in Den Haag en daarna naar Amsterdam. Andere informatie spreekt van een tweejarige studie aan de Academie voor Beeldende Kunst in Amsterdam, die in 1916 begon. Na het afscheid van de academie verbleef hij enige tijd in Laren en Den Haag, waarna hij in 1920 van de dirigerende leden van de Middelburgse Teeken Akademie een beurs voor een reis naar Rome en Parijs kreeg. Parijs zou de stad zijn waar hij nadien voornamelijk zou wonen en werken, alhoewel over jaartallen daar ook weer onduidelijkheid bestaat.
Regelmatig was hij in Nederland om er te schilderen en te exposeren. Ook zijn familieleven speelde zich vooral in Nederland af. In 1921 huwde hij in Bemmel Anna Bernardina Homan van der Heide (1899-?) met wie hij een zoon kreeg, de in 1922 in Oisterwijk geboren August Hijacinth, genoemd naar zijn grootvader. Het huwelijk liep in 1925 spaak. Een tweede maal huwde hij in Amsterdam in 1935 met de in Den Haag geboren Pauline Charlotte Elise Kölsch (1904-?). Volgens de acte woonde hij ook in de hoofdstad, terwijl in de Middelburgsche Provinciale Zeeuwsche Courant krant van 19 september 1935 stond dat hij zijn woonplaats Middelburg (Heerengracht M. 48, nu 124, het adres van zijn ouders, niet ver van nr. 96 waar de soms verwant schilderende Raymond Kimpe woonde) verruild had voor Parijs. In 1942 strandde ook zijn tweede huwelijk.
In de jaren ‘30 zal hij ook in Veere en Arnemuiden geschilderd hebben, waar hij vooral schepen in een somber kleurenpalet vastlegde. In november 1931 opende boekhandelaar Fey in de Lange Burg enkele panden verder dan zijn winkel een kleine kunstzaal. Uit de Vlissingsche Courant van 28 november wordt duidelijk dat het het huisnummer 106 is en het pand De Balance heet. Tot de eerste exposanten behoorden Jos Croïn, Lucie van Dam van Isselt, een verder niet nader aangeduide Franse schilder Pol (met ‘een merkwaardig doek’) en Raymond Kimpe, vertegenwoordigd met 6 werken. Een van de 2 werken van Croïn daar te zien (en vermoedelijk te koop), was Haven van Veere. Na zijn plotse overlijden schreef een recensent in een necrologie dat Croïn een ‘intuïtief en emotioneel schilder’ was en dat ‘het was alsof lente en zomer voor hem niet bestonden’. Zijn kleurigste schilderijen zijn de portretten, want naast landschapsschilder en graveur was hij een begaafd portrettist.
Enkele dagen nadat in november 1949 een tentoonstelling van zijn werk bij kunsthandel Huinck & Scherjon aan de Herengracht in Amsterdam geopend was, stierf hij in een Amsterdams ziekenhuis. In de Volkskrant van 24 november 1949 adverteerde Doris Croin, met adres Vijverberg te Wassenaar, dat haar ‘innig geliefde man’ onverwacht was overleden. Doris blijft vooralsnog een onbekende.
Arnold Wiggers


