
Wie op Wikipedia naar de Teeken Akademie zoekt, vindt daar een lemma dat vanuit een ver buitenland door Rudolf Buitelaar bijgehouden wordt, waarvoor dank. Zo’n stuk tekst moet aan allerlei eisen voldoen, waardoor voor Wiki schrijven een soort specialisme geworden is. In het lemma wordt Josephus Judocus Zacharias Croin (1894-1949) genoemd als kunststudent die tussen 1915-1919 jaarlijks ƒ 500 kreeg om zich te laten scholen aan de kunstacademies van Den Haag en Amsterdam. Dat verbaasde me. Een in Middelburg geboren en getogen kunstschilder die een beurs heeft gehad en niet voorkomt in ‘Om prijs en plaats’? Waar komt die informatie vandaan? Uit het artikel ‘Vernuft en vlijt’ van Carin Schnitger en Peter Don in Zeeuws Tijdschrift (1986, nr.1). Aan het eind van hun artikel over de Teeken Akademie schrijven ze dat er weliswaar van voor 1940 nauwelijks of geen archief is door de stadsbrand van 1940, doch voor een deel van de financiële administratie vanaf 1889 geldt dat niet.
Het archief van de Teeken Akademie berustte in 1986 nog bij bestuursleden thuis. Inmiddels is het in het Zeeuws Archief en in bewerking, waardoor stukken niet zonder meer te raadplegen zijn. Bij eerder onderzoek trof ik niets van een financiële administratie van voor 1940 aan, dus ben ik nog eens op zoek gegaan. Helaas, de stukken zijn voorlopig nog niet boven water.
Wie was Josephus Judocus Zacharias Croin of zoals hij doorgaans heet: Jos Croïn? Geboren werd hij 15 maart 1894 als zoon van Augustinus Hijacinthus Croin (1867-1936), afkomstig uit Hoofdplaat, en Anna Opperman (1865-1934) die in Goes was geboren. Hun huwelijk vond op 7 september 1892 in Middelburg plaats, waar A.H. Croin een meubelmakerij op de Vlasmarkt had. Op 1 december 1896 kwam er een zusje Cornelia Victorine Paulina genaamd, die in 1970 in Oostburg overleed. Een derde kind, een jongetje, kwam op 8 april 1901 levenloos ter wereld.
Laten we Jos zijn lemma op Wikipedia eens bekijken. Na het bezoeken van een tentoonstelling van werk van Vincent van Gogh zou hij als elfjarige besloten hebben kunstschilder te worden. Volgens de Middelburgsche Courant was er van zondag 25 maart tot zondag 1 april 1906 in de bovenzaal van Sociëteit St. Joris aan de Balans een Van Gogh tentoonstelling te zien, georganiseerd door de vereniging ‘Voor de kunst’. Wellicht was het een uitje voor zijn verjaardag, want hij was toch echt net 12 jaar geworden. Uit de verzameling van mw. J. Cohen Gosschalk-Bonger waren een 50-tal schilderijen en tekeningen bijeengebracht, waaronder topstukken. Niet zo vreemd, want de eigenaresse was Jo Bonger (1862-1925), die nadat ze weduwe van Theo van Gogh (1857-1891), de broer van Vincent (1853-1890), was geworden, een tweede huwelijk met de kunstschilder Johan Cohen Gosschalk (1873-1912) was aangegaan. Vincent was net 16 jaar dood en de waardering was nog lang niet algemeen. Zowel Jo als haar tweede man hebben zich ingespannen om het werk van Van Gogh onder de aandacht te brengen. Op de jonge Croin maakte de rondgang in St. Joris een onuitwisbare indruk.
Het klopt dat hij in augustus 1910 in Vlissingen een medaille kreeg, maar niet op een tentoonstelling van Zeeuwse schilders. Hij zond tekeningen in voor de Huisvlijttentoonstelling. De onderscheiding was een van de vele te winnen medailles voor allerlei categorieën van door liefhebbers gemaakte kunst(nijverheid). De medaille die Jos Croin in ontvangst mocht nemen was door wethouder Kalbfleisch beschikbaar gesteld. Hoe dan ook, het was wel een opmaat naar een kunstopleiding die door de Teeken Akademie mede mogelijk gemaakt werd.
Arnold Wiggers


