De timmerlieden Van Velthoven en de Teeken Akademie

Middelburgsche Courant, 7 november 1843 – krantenbankzeeland.nl

Per januari 1826 begon Johannes Jacobus van Velthoven (1797-1841) zijn eigen ‘Timmermans-affaire’ ‘op het Molenwater, bij de Bree’. Tegenwoordig is dat de Zuidsingel met uitzicht op de school, destijds lag het aan het water. Bij zijn vader zal hij het vak niet geleerd hebben, want die was schoenmaker. De Teeken Akademie ligt voor de hand als opleidingsinstituut, doch prijzen won hij er niet, waardoor een gang naar dat instituut niet (meer) te bewijzen is. Wel moest hij al vroeg een gezin onderhouden: op 18-jarige leeftijd huwde hij in december 1815 de 4 jaar oudere Anna Maria Cornelia Stemme (1793-1854) die in april 1816 het leven schonk aan een dochter genaamd Maria Adriana (1816-1900). Zij en 3 van haar broers zouden van de negen kinderen de volwassen leeftijd bereiken. 

Zijn zuster Klazina van Velthoven (1800-1836) was getrouwd met timmerman Wilhelm Abraham Born (1798-1851) die om de hoek in de Bree woonde. De verhoudingen moeten goed geweest zijn, anders zou Van Velthoven zich ‘vanwege voortdurende ongesteldheid’ eind december 1832 niet verbonden hebben met zijn zwager tot de firma J.J. Velthoven & W.A. Born. De laatste beval zich in de advertentie nog aan voor beeldhouwwerk. Deze zakelijke liaison in de familie werd geen succes. Al in de Middelburgsche Courant van 21 mei 1833 liet J.J. van Velthoven weten dat per 18 mei jl. het compagnieschap ‘vernietigd’ was. 

Dat het in deze jaren (en daarna) geen vetpot was bij timmerman Van Velthoven kan ook afgelezen worden aan het verzoek aan de Maatschappij tot het Nut van ’t Algemeen in 1831 om de oudste zoon Jacobus van Velthoven (1818-1875) voor hun rekening lessen op Teeken Akademie te laten volgen. Hij was in oktober van dat jaar 14 en had bij meester Johannes Cornelis Reijers (1791-1850) op de Wal lager onderwijs gevolgd, wat ook al betaald was door het Nut. Inmiddels was hij bij zijn vader in de leer. Werd hij in 1831 geplaats, voor 1832 en 1833 besliste de Teeken Akademie op het verzoek van het Nut anders. Toch volgde hij de avondlessen in deze jaren, maar dan voor eigen rekening. Zonder nog een beroep op het Nut te doen, deed hij dat de volgende jaren ook. Met succes: in 1834 bracht hij het tot primus naar ornament en in 1838 ontving hij een aanmoedigingsprijs in de 2e klas bouwkunde. Mocht hij aansluitend in het winterseizoen 1838-1839 ook de cursus in de 1e klas bouwkunde gevolgd hebben, zou dat betekenen dat hij 8 winters op een rij naar de lokalen van de Teeken Akademie toog. 

Uit het archief van het Nut is duidelijk dat de tweede zoon Anthonie (1821-1900) zeker 8 opeenvolgende jaren cursussen aan de Teeken Akademie heeft gevolgd, waarvan 5 voor rekening van het Nut. Hij begon in 1833 toen hij als 12-jarige nog lager onderwijs bij meester Reijers volgde, wat toen door Van Velthoven sr. zelf betaald werd. Vermoedelijk heeft hij ook de bouwkunde lessen gevolgd, waarin hij het al die jaren -net zoals de meeste leerlingen- niet tot primus bracht. 

Voor de derde zoon Philippus (1823-1890) werd zover bekend geen beroep op het Nut gedaan om lessen aan de Teeken Akademie te volgen. Onderscheiden werd hij daar wel. In 1840 was dat als primus in de 3e klas naar prent. Vijf jaar later was hij primus in de 1e klas naar prent. Hoewel timmerman van beroep, moet hij echt tekentalent gehad hebben, gezien zijn advertenties in 1843 en 1847 voor lessen in het ‘Oostersch Bloem- en Vruchtschilderen’ in het pand aan het Molenwater (Zuidsingel). Maar hij bleek van meer markten thuis.

Arnold Wiggers

Zuidsingel in Middelburg. Het timmerbedrijf J.J. van Velthoven& Zonen zat op E 41, wat nu nr. 58 (deel appartementengebouw in het midden) zou zijn – Foto: Arnold Wiggers 08-10-2024