
Soms blijf je aan een naam in de lijst van leerlingen aan de Teeken Akademie hangen en hoop je mooi nagelaten werk te kunnen vinden. Dat is bij de prijswinnaars Born en Van Velthoven niet gelukt. Wel een opeenstapeling van bijzondere levenswendingen, die kleur geven aan het Middelburg van de 19de eeuw. Eerst wat rechtzetten: Wilhelm Abraham Borm zoals hij in de oorspronkelijke lijst (2004) voorkomt, is een leesfout. Hij heette Born. Niet de enige leesfout: wie de familie wil volgen in digitale genealogische bestanden moet vooral ook op Bom zoeken.
Eerst de familie Born. Wilhelm Abraham Born (1798-1851) was de oudste zoon van Wilhelm Leopold Born (1762-1828), een Luthers soldaat die oorspronkelijk uit Nassau-Dietz kwam en via Nijmegen en Utrecht in Middelburg als koopman was neergestreken. Toen Wilhelm Leopold in 1797 Willemina van Kas (Cats) (ca. 1769-1837) trouwde, kwam zij uit Veere. Wilhelm Abraham won in 1819 een aanmoedigingsprijs in de 2e klas bouwkunde en in 1820 was hij primus in dezelfde klas. Zijn jongere broer Everhard Karel (1810-1876) kreeg in 1825 een aanmoedigingsprijs in de 3e klas naar prent en in 1828 was hij primus in de 4e klas bouwkunde. Het timmervak liet hij echter links liggen. Hij bleef zijn hele leven onder de wapenen en was in verschillende plaatsen als militair gestationeerd. Zijn echtgenote Maria Voeten (1809-1879) vond hij in Bergen op zoom in 1836. Daar werd ook hun oudste kind geboren, daarna een zoon in Terneuzen en dan nog 2 kinderen in Gorinchem. Hij stierf in Breda, zijn vrouw in Boxtel.
Wilhelm Abraham werd wel timmerman. In november 1820 trad hij in het huwelijk met Klazina van Velthoven (1800-1836) met wie hij 9 kinderen had, van wie er 5 volwassen werden. Met zoveel jonge kinderen wekt het geen verwondering dat hij nog in het jaar van overlijden van Klazina van Velthoven opnieuw in het huwelijksbootje stapte. Nu met Elisabeth van der Maat (1796-1872), wat om de een of andere reden geen succes werd. Of het er mee te maken had of niet: het was haar eerste huwelijk en eigen kinderen waren er niet en zouden ook niet volgen. In 1848 werd Wilhelm Abraham met zijn dochters Clasina (1824) en Maria Carolina (1833) in Vlissingen ingeschreven, komend van Amsterdam. In 1849 vertrok hij naar Gorinchem, waar toen zijn broer Everhard Karel woonde. Elisabeth was het zicht op haar man kwijt en begon in 1850 een echtscheidingsprocedure, die op de laatste dag van dat jaar zijn beslag kreeg. En toen kwam aan het rondtrekken een eind. Op 6 september 1851 plaatste Clasina namens broers en zusters een korte advertentie in de Middelburgsche Courant: ‘Den 1 September is te Rotterdam overleden onze Vader, Wilhelm Abraham Born, in de ouderdom van 52 jaren’.
Clasina en Maria Carolina woonden in deze en volgende jaren (soms) in Middelburg. Halverwege de eeuw was Middelburg een stad met veel armoede en verval. In elk geval Maria Carolina moest tot het uiterste gaan om het hoofd boven water te houden. In 1852 en in 1853 werd ze in het Gasthuis opgenomen met de aantekening dat ze ‘een publieke vrouw’ was met een venerische ziekte. Haar opname werd bekostigd door het armbestuur van de Evangelisch Lutherse gemeente.
Zowel Clasina als Maria Carolina zijn op latere leeftijd getrouwd en in Rotterdam overleden: Clasina in 1912 toen ze 87 was en Maria Carolina 92 jaar oud in 1926.
Arnold Wiggers

