
Na Jan Bosdijk zou het ambt van stadsfabriek (stadsarchitect) nog 2 generaties in de familie Bosdijk blijven. In december 1792 huwde zijn oudste zoon Jacobus Bosdijk (1764-1831) met Pieternella van den Boer (ca 1763-1838). Bij dat huwelijk staat aangetekend dat ze uit Veere afkomstig is, hoewel ze een geboren Axelse was. Hun zoon Pieter Cornelis (ca. 1803-1843) volgde zijn vader als stadsarchitect op na hem jaren geassisteerd te hebben. Hun dochter Neeltje (ca. 1799-1834) trouwde de Vlissinger Barcatie (Baratie) Willem Dietz (1798-1864), die als graveur, lithograaf en tekenmeester in Arnhem nog landelijke bekendheid wist te verwerven.
Pieter Cornelis was een succesvolle leerling aan de Teeken Akademie: in 1820 primus in de 3e klas bouwkunde, 1821 primus in de 2e, 1822 primus in de 1e en in 1823 benoemd tot de primus in bouwkunde. In 1826 trouwde hij Elisabeth Pieternella Gondlach (ca. 1808-1888) met wie hij 9 kinderen kreeg van wie er maar 4 volwassen werden.
In de verzameling historisch-topografische prenten van het Zeeuws Genootschap, de Zelandia Illustrata, zit een tekening van de nieuwe kerk te Westkapelle uit 1834 van de hand van Pieter Cornelis Bosdijk. Door een blikseminslag en de daaropvolgende brand in 1831 was het schip van de middeleeuwse kerk totaal verwoest. Van herstel werd afgezien en de restanten werden afgebroken. Gezien de tekening en ook de maten die er genoemd zijn, lijkt het op een ontwerptekening. Het kwam vaker voor dat de Middelburgse stadsarchitect ook voor andere plaatsen kerken tekende. Hij kende de kneepjes van het vak, waardoor het ministerie van Eredienst dat als grootste betaler toestemming tot bouw moest geven eerder akkoord ging. In dit geval toch niet zonder meer, want het uiteindelijke gebouw werd ten opzichte van de tekening enigszins versimpeld. In oktober 1944 werd de kerk door oorlogshandelingen verwoest en niet herbouwd.
Mogelijk omdat de functie ‘stadsfabriek’ werd opgeheven, stond Pieter Cornelis vanaf 1838 te boek als ‘particulier’, wat hij tot zijn dood in 1843 zou blijven. Wonen deed hij in de Gravenstraat waar de familie een eigen huis had. Zijn enige zoon Jacobus Pieter (1827-?) huwde eind augustus 1850 de hoogzwangere Sara Anna de Munck (1826-1894). In november 1850 werd een dochter geboren en in 1852 een zoon, die in 1854 stierf. In 1869 werd het huwelijk ontbonden. Van Jacobus Pieter ontbreekt dan elk spoor.
Een neef van Pieter Cornelis, Jan Adrianus Bosdijk (1801-1860), werd in 1816 primus in de 4e klas bouwkunde. Hij was de zoon van Johannes Bosdijk en Hermina de Rover (1775-1823). Toen het echtpaar trouwde in 1797 kwam de bruid uit het Burgerweeshuis aan het Molenwater. Het is onduidelijk of ze daar als wees of als personeelslid was gehuisvest. Johannes werd winkelier in de Hoogstraat, wat een ongelukkig verloop had. In oktober 1817 werd hij failliet verklaard waardoor hij, net als zijn zoon Jan Adrianus, de kost verdiende als timmermansknecht. Jan Adrianus huwde in 1830 Sara Pieternella de Perre (ca. 1803-1841) en na haar overlijden met Johanna Willemsen (1816-1892) in 1842. Zijn gezondheid was matig, waardoor hij op latere leeftijd (o.m. in 1855) in het Gasthuis terecht kwam, waar met enige bezorgdheid werd geconstateerd dat hij naast zijn slechte benen ook nog 10 kinderen te onderhouden had.
Arnold Wiggers


