
Helaas is het mij niet overkomen: benaderd worden met de vraag of je belangstelling hebt voor een prijsband van de Teeken Akademie. De gelukkige die duidelijk betere connecties in het circuit heeft dan ik, wilde zijn verworven schat best laten zien en daar doe ik graag verslag van.
De oudste prijsband van de Teeken Akademie die bekend is, stamt uit het tweede jaar waarin een uitreiking plaatsvond. Dat was op 10 mei 1780. Een bijzonder rijk uitgevoerde boekband die sinds de vroege jaren 60 van de vorige eeuw deel uitmaakt van de collectie van wat nu ZB Bibliotheek van Zeeland heet. Hij is aan Jan Roelof Worrell geschonken als primus in de 1e klas tekenen. Op die woensdag kregen nog 4 leerlingen van het Teeken-Collegie een prijs. Een van die prijzen bevindt zich nu weer in Middelburg, nadat hij ooit in een Franse privébibliotheek terecht gekomen was. Om die band gaat het hier
Een gave, kalfsleren band die de typische bestempeling met het medaillon ‘Vernuft en vlijt’ op het voorplat heeft en de datum van uitreiking op het achterplat. Ook de overige stempels zijn oude bekenden: ze komen overduidelijk uit het Middelburgse atelier van de binder Jan Dane die in 1783 overleed. Op de staart van de rug staat zelfs een klein stukje van de in mijn ogen meest kenmerkende rol van deze binder. Een forse rol die een doorsnee van ruim 5 cm gehad moet hebben, want eenmaal geheel uitgerold ontstaat een lijnversiering over een lengte van zo’n 20 cm. Daarin springen, lopen en liggen tussen allerlei rococomotieven minstens 5 verschillende dieren. In deze boekband ontbreekt het rode lakzegel aan de binnenkant van het voorplat, zoals dat wel in andere bekende banden voorkomt. Bij nadere beschouwing blijkt dat er wel geweest te zijn. Het gat is gecamoufleerd met een marmeren schutblad dat duidelijk afwijkt van het schutblad achterin. Dat is onmiskenbaar een stuk uit een groter vel marmerpapier waaruit Jan Dane vaker schutbladen heeft gesneden.
Wat beide banden uit 1780 gemeen hebben is dat de maand op het achterplat een 4 is, waar het een 5 moet zijn. Het is niet meer na te gaan of de oorspronkelijke uitreiking op 10 april gepland stond of dat iemand in het bindatelier consequent dezelfde fout heeft gemaakt. Dat laatste lijkt aannemelijker. Er bestaan meer voorbeelden van binders die met cijfers en letters wel eens moeite hadden.
Wie mocht op 10 mei 1780 het boek mee naar huis nemen? Helaas ontbreekt in de band een opdracht en kunnen we van geluk spreken dat de datum op de buitenkant staat. Daarmee blijven nog 4 kandidaten over. Gezien de inhoud, Gerard de Lairesse, Grondlegginge der Teeken-konst (Amsterdam 1766), lijkt het niet te ver gezocht om de oorspronkelijke eigenaar te zoeken onder de twee andere primussen binnen de tekenkunde: Joris Mattheus Kersse (2e klas) en Jacob Visser (3e klas). Lourens van de Woude (1e klas bouwkunde) en Jacobus van Baere (2e klas bouwkunde) waren de andere prijswinnaars. Kersse won vaker prijzen, van Visser weten we dat niet. Over Joris Mattheus Kersse is verder geen informatie te vinden en ook Jacob Visser blijft een onbekende door het niet goed kunnen linken van gegevens aan zijn persoon.
Dankzij deze band is weer een stapje gezet in de kennis over de prijsbanden van de Teeken Akademie. Niet eerder zag ik een kalfsleren band van de Teeken Akademie uit de 18e eeuw, wel meerdere marokijnen, altijd prijzen voor de besten in tekenen. We weten nu dat er in de relatief vette jaren voor de Franse tijd waarin kostbare boekbanden werden geschonken, de mindere prijzen weliswaar fraai waren, maar soberder en van minder kostbaar leer, wat de het uitvoeringsniveau van alle banden na 1813 werd.
Arnold Wiggers







