De firma Ws. van Uije & Zonen op weg naar het einde 

Gezicht op de Turfkaai met badhuis (verbrand in 1944). Prentbriefkaart – Beeldbank Zeeland recordnr. 14874

In 1859 stapte Jacobus Cornelis uit de firma Ws. van Uije en Zonen en startte met zijn zoon Wilhelmus JCz (1837-?) de firma Van Uije & Cie, oorspronkelijk voor handel in en fabricage van natuurlijke oliën en zaden, later vooral petroleum. Tot hun wapenfeiten behoorde de afbraak van de windmolen De Nijverheid oftewel Branderijmolen achter de Schouwburg in 1870. Vermoedelijk door financiële problemen werd de firma in 1875 geliquideerd. Dat vermoeden wordt versterkt door het vertrek van beide vennoten uit Middelburg. 

Ondertussen werd de firma Ws. van Uije voortgezet door Jacobus Johannes met zijn zoon Wilhelmus (1828-1905). Tot de bijzondere werken in deze jaren behoorde de gedenksteen op het woonhuis van Jacob Cats in de Lange Noordstraat die op zaterdag 2 juni 1860 werd geplaatst. De kosten van het stuk, ‘gevat in een sierlijken lijst van Bentheimer steen’ werden bestreden zoals dat heette door vrijwillige bijdragen van enkele ingezetenen. 

Afbraak en nieuwbouw bleven hand in hand gaan. In 1865 ging het oude gemeentehuis van Arnemuiden tegen de vlakte en verrees een nieuw voor ƒ 5.975. Het huis Hazewind (Langedelft H nr. 6) moest in september van hetzelfde jaar wijken voor een jongensschool met onderwijzerswoning. Voor ƒ 13.300 klaarde Ws. van Uije en Zonen de klus. De Langevielebinnenbrug werd in 1869 voor ƒ 8.908 vervangen door een basculebrug.

Jacobus Johannes trad eind 1868 uit de firma terug waardoor Wilhelmus JJz de enige vennoot werd. Voor hardstenen monumenten bleef Van Uije en Zonen het adres: in augustus 1870 kreeg de firma de opdracht om een zeskantige gedenknaald te maken voor het graf in Vlissingen van vijf aan pokken overleden bemanningsleden van het Amerikaanse oorlogsschip Guinietta. Het geld daarvoor was door de overige bemanningsleden vrijwillig bijgedragen, zo schreven de kranten. 

In dezelfde categorie vallen twee gedenktekens. Op 16 september 1875 kreeg vice-admiraal A.J. de Smit van den Broecke (1801-1875) er een op zijn laatste rustplaats op het kerkhof van Oost-Souburg naar ontwerp van Alexander Neugebauer, gelauwerd leerling van de Teeken Akademie. Eind augustus 1877 werd het graf van mr. R.W. graaf Van Lynden, (1808-1876) wijlen Commissaris des Konings in Zeeland, van een gedenkteken voorzien. 

Wilhelmus JJz. had ondertussen (per 1 januari 1875) in Teeken Akademie laureaat (1866) Jan Adriaan Frederiks (1849-1931) een medevennoot gevonden. Dit moet louter zakelijk geweest zijn, want van een directe familierelatie is geen sprake. Jan Antiek zoals zijn bijnaam zou worden ging in 1890 weer uit Ws. van Uije en Zonen. Inmiddels had hij als bouwkundige naam gemaakt onder meer bij de restauratie van de Abdij, waar Van Uije en Zonen trouwens niet bij betrokken was. 

Tot de laatste grote werken van Ws. van Uije en Zonen behoorden de bouw van de Badinrichting aan de Nieuwe Haven in opdracht van de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen, het verpleeghuis in de Langeviele (beide in 1898) en een villa voor de bankier J.A. Zip aan de Noordsingel (1899).

Het huwelijk van Wilhelmus en Johanna Pieternella Jansen bleef kinderloos. Bij het overlijden van Wilhelmus in 1905 hield de firma Ws. van Uije & Zonen op te bestaan. A. Loois jr. liet per advertentie weten de ‘timmer-, metsel- en aanemerszaak’ van Van Uije overgenomen te hebben. De steenhouwerij werd voortgezet door de firma Louis Renguet & Co en D.M. Boone adverteerde nog in 1911 met: ‘D.M. Boone voorheen W. van Uije & Zonen in bouwmaterialen.’

Arnold Wiggers

angeviele K 378 in 1897, destijds in eigendom van de weduwe Ermerins-Tak. In 1898 verbouwd tot verpleeghuis (tot 1918) – Beeldbank Zeeland recordnr. 69548