Drie generaties Vroone

Groenmarkt met rechts (B27) het woonhuis van Adriaan Cornelis Vroone. Uiterst rechts het bedrijfspand van de N.V. Van der Harst. Fotograaf onbekend, ca. 1935-1940 - Zeeuws Archief, HTAM-A-131
Groenmarkt met rechts (B27) het woonhuis van Adriaan Cornelis Vroone. Uiterst rechts het bedrijfspand van de N.V. Van der Harst. Fotograaf onbekend, ca. 1935-1940 – Zeeuws Archief, HTAM-A-131

Timmermansknecht Matthijs Vroone (1767-1830) huwde in mei 1792 Elisabeth Gesina Gutteling (1766-1829). Zij werd gedoopt in Herwijnen in Gelderland, maar van vaderskant (Valentijn Hendrik Gutteling was tussen 1755 en 1760 VOC-matroos) lagen er zeker familiebanden op Walcheren. Zover na te gaan kregen ze vijf kinderen, die allen volwassen werden. De twee jongste kinderen, Gerrit en Adriaan Cornelis, zijn in elk geval te linken aan de Teeken Akademie. Gerrit Vroone (ca. 1800-1854) was tweemaal primus en Adriaan Cornelis (1802-1868) vader van een in 1849 uitverkoren tekenaar, Gerrit Willem Vroone (1833-1876). Een oudere broer Johannes Cornelis (ca. 1798-1832) was ook timmerman en het ligt voor de hand dat ook hij cursussen aan de Teeken Akademie gevolgd heeft. 

Gerrit Vroone werd in 1817 primus in de 2e klas bouwkunde en het jaar daarop primus in de 1e klas bouwkunde. In mei 1823 trad hij in het huwelijk met de 10 jaar oudere Francina Adriana Mortier (ca. 1790-1877) van wie de vader onbekend was. Bij de geboorteaangiftes van zijn 5 kinderen staat hij vermeld als timmerman. Vier dochters werden volwassen. Maria Pieternella (1827-1917) trouwde met Johan Engelbert van Andel (1825-1890). Deze Teeken Akademie-leerling werd bode bij de Godshuizen en later conciërge bij het Burgerweeshuis wat onder de Godshuizen viel. Hij was afkomstig uit een geslacht van timmerlieden en zijn vader David (1790-1837) had een eigen zaak (aannemerij) in de Nieuwstraat op nummer 19. Mogelijk was Gerrit Vroone timmerman bij deze Van Andel. Er is nog een verband tussen Van Andel en Vroone: vanaf 1831 was Adriaan Cornelis Vroone zo’n 15 jaar de buurman op nummer 17. Bij zijn huwelijk in juli 1829 met Leonora Willemina Somon (1799-1874) staat aangetekend dat Adriaan Cornelis klerk was, wat bij de aangifte van hun derde kind, Gerrit Willem, ‘ter secretarie’ blijkt te zijn. Later komt hij voor als zaakwaarnemer, wat ook een ambtelijke status inhield. In 1841 woonde het gezin op nummer 22 in de Bogaardstraat, waar Vroone ook kantoor hield.

Ook zoon Gerrit Willem zou in overheidsdienst treden. Bij zijn huwelijk in april 1864 -dat kinderloos bleef- met Anthoinetta Johanna Bakker (1826-1896) was hij sub-ontvanger. Mogelijk was dat op het kantoor van de plaatselijke belastingen op de Dam. Eind 1866 werd om bezuinigingsredenen besloten de werkzaamheden te verplaatsten naar de secretarie op het stadhuis. Voortaan werd het werk door 1 subontvanger gedaan en werd Gerrit Willem Vroone commies met een jaarsalaris van ƒ 350 die bij drukte moest bijspringen. Verder verving hij een te pensioneren ambtenaar waardoor op termijn (als de gepensioneerde kwam te overlijden) een betaalde kracht werd uitgespaard, zo wist de Middelburgsche Courant te melden. In 1870 volgde de aanstelling tot commies belast met de zaken betreffende de nationale militie. In 1873 werd tijdens het vaststellen van de begroting geconstateerd dat de gemeenteontvanger Vroone een toelage van ƒ150 gaf waarvoor hij ’s-ochtends enige uren op diens kantoor moest bijspringen. Dat werd als onwenselijk beschouwd en de gemeenteontvanger moest uitzien naar een andere kracht. Hoewel Vroones wedde inmiddels op ƒ 500 was gebracht, werd dat toch als weinig beoordeeld. Onduidelijk is of nu hij zijn toelage van ƒ 150 verloor een traktementsverhoging kreeg. Blijkbaar was het kantoor dus niet verplaatst en zou het tot ver in de 20e eeuw op de Dam blijven. 

Arnold Wiggers

MICRO – NATUUR XXL Tekenworkshop Stadstekenaar

Stadstekenaar Michiel Paalvast

Een wandeling waarin je niet alleen loopt, maar écht kijkt. Waarin je oog valt op de fragiele structuren van mos, het subtiele schaduwspel op boomschors en het verborgen leven tussen de bladeren.

Tijdens deze inspirerende excursie ontdek je de micro-natuur – die vaak onopgemerkt blijft, maar vol verhalen zit.

Na de wandeling werk je onder leiding van stadstekenaar Michiel Paalvast in het atelier, waar je de kleine details groot schaal uitwerkt.

Zondag 20 juli, 12u00 uur: verzamelen bij Cultuurhuis Kuiperspoort

Atelierwerk: 13:30 – 15:30 uur

Kosten: 30 euro, aanmelden kan door een mail te sturen naar de Teeken Akademie, info@teekenakademiemiddelburg.nl.

De kosten, 30 euro, kunt u storten op rekeningnummer NL28 RABO 0339 1334 73 t. n. v. Stichting Teeken Akademie o. v. v. Tekenworkshop.

Kamerbehangers Beunke 

F.M. Beunke, Gezicht op Middelburg vanuit het noordwesten (tussen 1859 en 1874) – Zeeuws Archief, Collectie KZGW, ZI-II-2349-35

Frederik Martin Beunke (1814-1874) was een gelauwerde Teeken Akademie-leerling. In 1831 werd hij primus in de 1e klas naar prent en in 1833 primus in 1e klas naar pleister. Zijn jongere broer Johannes Cornelis (1816-1868) was al in 1830 onderscheiden als primus in de 4e klas naar prent. Hij zal vlug promotie gemaakt hebben, want een jaar later was hij de beste in de 2e klas naar prent. Van Johannes Cornelis is niet meer bekend dan dat hij kamerbehanger geweest is, wat ook het beroep van zijn vader en zijn broer Frederik Martin was. Vermoedelijk zal dat betekend hebben dat hij eerst bij zijn vader heeft gewerkt en mogelijk later bij zijn broer in dienst is getreden. Hij stierf ongehuwd.

Over Frederik Martin Beunke is het nodige geschreven: Ineke Vogel-Wessel Boer bijvoorbeeld in de eerste aflevering van jaargang 1992 van Zeeland. Aanleiding gaf de schenking van 2 schetsboeken aan het Zeeuws Genootschap door de weduwe van een achterkleinzoon. In het overgrote deel van de 73 tekeningen legde Beunke zo tussen 1850 en 1870 Walcheren op papier vast. 

De Middelburgse familie Beunke lijkt in muntmeestersknecht Frederik Hendrik de stamvader gehad te hebben. Behorend tot de Lutherse gemeente zal de oorsprong van de familie wel Duits zijn. Zijn zoon Johannes Jacobus Beunke (ca. 1787- Utrecht 1864) en Jacomina Lucretia van Beaumont (Vlissingen ca.1789-1854) kregen 10 kinderen van wie er 3 in de wieg stierven. Op 4 mei 1822 adverteerde hij dat hij zijn ledikant- en kamerbehangersaffaire van de Wal naar de Korte Delft F 14 (nu 41) had verplaatst. Tot in de 20 eeuw zou de firma Beunke op dit adres blijven. In maart 1841 adverteerde behanger Frederik Martin voor het eerst met Franse- en Zwitserse meubelpapieren, verkrijgbaar in zijn zaak in de Korte Delft. Zijn vader opende in juni een winkel voor de verkoop van ‘bedden, dekens, paardeharen-, gezondheids- en ressort-matrassen en wasdoeken’ in de Korte Noordstraat L 105. Daarmee maakte hij ruimte in de Korte Delft voor zijn oudste zoon Frederik Martin die in dezelfde maand Elisabeth Justina Zip (1811-1892) huwde met wie hij 5 kinderen kreeg waarvan er 3 volwassen werden. De oudste, ook Johannes Jacobus (1844-1907) geheten en behanger van beroep, ging per 11 september 1867 een vennootschap aan met zijn vader onder de naam firma F.M. Beunke & Zoon. Onder die naam zou de firma ook na de dood van Frederik Martin voortgezet worden. Na de dood van Johannes Jacobus werd de zaak, die inmiddels een compleet woninginrichtingsbedrijf met eigen meubelfabriek (7 werknemers rond 1900) was geworden, bij gebrek aan een opvolger geliquideerd. De Beunkes behoorden inmiddels tot de betere middenstand van Middelburg met zitting in diverse comités en voor Frederik Martin een lidmaatschap van de Maatschappij V.W., waar vele kunstenaars lid van waren. Gedacht wordt dan ook dat hij door de omgang met hen zijn teken- en schilderkunst verder heeft geperfectioneerd. 

De jongste zoon van Frederik Martin was Henri Eduard (1851-1925) die niet zozeer als hoofdingenieur van de Nederlandse spoorwegen wordt herinnerd, dan wel als auteur van Walcherse vertellingen. Daar heeft P.J. Meertens weer het nodige over geschreven in het Zeeuws Tijdschrift (1956). Het was de weduwe van zijn kleinzoon die in 1991 de schenking van de schetsboeken deed.

Arnold Wiggers

F.M. Beunke, Gezicht op Domburg (tussen 1859 en 1874) – Zeeuws Archief, Collectie KZGW, ZI-II-2349-22

Expositie Stadstekenklas

Opening Expositie Stadstekenklas 2024/2025 – foto Teeken Akademie

Vanmiddag opende in de ZB Bibliotheek Middelburg de expositie van de Stadstekenklas 2024/205 . Veel kinderen, ouders en grootouders kwamen samen voor dit feestelijke moment.

De kinderen van de Stadstekenklas, klas 4, groep 6 van de Aquamarijn, de klas van juf Jacqueline, laten in de expositie een weerslag zien van hun tekenavonturen van het afgelopen schooljaar, zoals tekengymnastiek, etsen, het tekenen in een museum en het tekenen van(af) de Lange Jan.

Voorzitter van de Teeken Akademie, Arnold Wiggers. opent de expositie van de Stadstekenklas 2024/2025 – foto Teeken Akademie

Tijdens de opening verzorgden de kinderen zelf een tekenworkshop voor alle volwassenen, voor de ouders en opa’s en oma’s die de opening bezochten.

Workshop tekenen kinderen aan volwassenen tijdens de opening van de Expositie van de Stadstekenklas 2024/2025 – foto Teeken Akademie
Workshop tekenen kinderen aan volwassenen tijdens de opening van de Expositie van de Stadstekenklas 2024/2025 – foto Teeken Akademie

De Teeken Akademie kiest jaarlijks een klas uit om te tekenen. Doelstelling van de Teeken Akademie (1778) is de tekengeschiedenis levend houden en tekenen vandaag bevorderen.

Opening Expositie Stadstekenklas 2024/2025 – foto Teeken Akademie

Zie ook:

Persbericht Stadstekenklas

Op 1 juli 2025 om 13 uur opent de Stadstekenklas van Middelburg, klas 4, groep 6 van de Aquamarijn in Middelburg, haar expositie in de ZB Bibliotheek van Zeeland te Middelburg. De Teeken Akademie nodigt iedereen van harte uit en er is tevens een speciale tekenworkshop. 

De kinderen van de Stadstekenklas laten in de expositie een weerslag zien van hun tekenavonturen van het afgelopen schooljaar, zoals tekengymnastiek, etsen, het tekenen in een museum en het tekenen van(af) de Lange Jan. Tijdens opening zullen de kinderen zelf een tekenworkshop geven aan alle volwassenen die de opening bezoeken. Van harte welkom. 

De Teeken Akademie kiest jaarlijks een klas uit om te tekenen. Doelstelling van de Teeken Akademie (1778) is de tekengeschiedenis levend houden en tekenen vandaag bevorderen.

Zoektocht naar Marinus Emond

Pagina uit de Leendert Bomme, Redenvoering ter inwying van het Teeken-collegie …, Middelburg [1778]. Een van de kunstoefenaars die ingetekend hebben is Marienis Emont.

Van de overgrote meerderheid van de Teeken Akademie leerlingen is weinig bekend. Sterker nog, we kennen ze niet eens bij naam. De bij naam gekenden zijn vooral leerlingen die een prijs gewonnen hebben. Daarnaast zijn er de leerlingen die bij de oprichting in 1778 door hun vader (of in een enkel geval hun moeder, wanneer deze weduwe was) werden opgegeven en de ‘Kunstoefenaars’ die zich ook voor de eerste cursus in 1778 opgaven. Deze laatste groep moet op zijn minst wettelijk volwassen zijn geweest, wat destijds betekend zal hebben 25 jaar of ouder. 

Een Kunstoefenaar die zich inschreef was Marienis Emont. In het jubileumboek ‘Om prijs en plaats’ staat achter zijn naam ‘postbesteller’. Een prijs werd hem nooit uitgereikt. Omdat ook een Marinus Emond leerling was, die in 1826 de aanmoedigingsprijs in de 3e klas naar prent en in 1828 opnieuw een aanmoedigingsprijs in de 1e klasse naar prent ontving, die apotheker geweest zou zijn, ben ik eens in de genealogische bronnen gedoken. 

Marinus Emond de postbesteller werd op 2 februari 1766 geboren, zo staat in de volkstelling van 1812. Dat betekent dat hij in 1778 12 jaar oud was en zich nooit aangemeld kan hebben als Kunstoefenaar. De Marinus Emond (de meest gebruikelijke spelling was Emond) die zich in 1778 aanmeldde is mogelijk diegene die in 1757 onroerend goed kocht. Meer weten we van hem niet. Wel over de postbesteller. Is er een relatie met de winnaar uit 1826 en 1828? De postbesteller huwde in mei 1791 Maria Frederica Cruque (ca. 1768-1829) met wie hij 5 kinderen kreeg. Toen hij in 1818 overleed, was hij inmiddels lijkdienaar van professie.

De jongste uit het gezin heette Marinus. Deze Marinus trouwde op zijn beurt in Goes op 24 september 1835 Christina Braam (1811-1848). Hij was bij die gelegenheid 30 jaar en schilder van beroep. Zijn geboortejaar is dan eind 1804 of 1805 wat hem redelijk oud maakt voor een leerling in 1826 en 1828, onmogelijk is het evenwel niet. Als hij de Teeken Akademieleerling was,- betere kandidaten met die naam zijn er niet – klopt de aantekening ‘apotheker’ achter zijn naam niet. Een apotheker met de naam Emond heb ik niet gevonden. 

Marinus en Christina werden op 24 januari 1836 in Goes ouders van een tweeling: Marinus Willem en Willem Marinus. Twee weken later op 7 februari stierf vader Marinus, 4 dagen later gevolgd door de oudste van de tweeling. De jongste zoon redde het ook niet en stierf 13 maart. De weduwe Emond, Christina Braam, hertrouwde 18 april 1839 Pieter Lankester (1799-?), bakker aan de Kaai in Veere die al 2 maal weduwnaar was. Met hem kreeg ze 6 kinderen van wie er 3 jong stierven. Vanaf 1846 woonde de familie in Middelburg waar Christina op 4 augustus 1848 stierf. Pieter Lankester hertrouwde ruim 2 maanden later zijn vierde vrouw, Francina Goossen (Fort Bath ca.1800-?), met wie hij en zijn 4 kinderen (1 kind uit zijn tweede huwelijk) het jaar daarop naar Noord-Amerika emigreerde. Hij behoorde tot de Afgescheidenen en gaf als reden voor vertrek ‘zucht naar verandering’ op.

Arnold Wiggers

Advertentie in de Middelburgsche Courant 05-03-1818 waarin Maria Frederika Cruque het overlijden van haar man Marinus Emond op 03-03-1818 bekend maakte – krantenbankzeeland.nl

Van den Eeckhout

Eerste deel lijst van intekenaren voor hun zonen in: L. Bomme, Redevoering ter inwying van het Teeken-Collegie …, Middelburg [1778]

Tot de eerste lichting leerlingen in 1778 van de Teeken Akademie behoorde Pieter Lambertus Eekhout, ingeschreven door zijn vader Pieter Eekhout. Waarom de naam in die lijst van 1778 zo ingekort terechtgekomen is, is niet meer na te gaan. Pieter van den Eeckhout (overleden 1784) was een horlogemaker die destijds op de Wal woonde met zijn vrouw Sophia Francisca Uldrica Marmet (ca. 1730-1800). Het was een katholiek gezin waarin het oudste kind Anna Maria ca. 1755 het levenslicht zag. In het gezin werden nadien zeker 4, mogelijk 5 zonen geboren die hun sporen nagelaten hebben. Huib Zuidervaart heeft over Joseph die vermoedelijk in 1757 werd geboren en in 1808 ten huize van zijn jongere broer de heelmeester Franciscus Johannes aan de Nieuwendijk in Vlissingen stierf het nodige geschreven. Hij is de instrumentenmaker die het planetarium van Johan Adriaan van de Perre heeft gebouwd. Lang was dat te zien in het Zeeuws Museum en tegenwoordig staat het opgesteld in de hal van het Van de Perrehuis (Zeeuws Archief) aan het Hofplein. Naast Franciscus Johannes (1764-1813) was ook Jacobus Johannes (1768-1831) heelmeester in Vlissingen. Over hen is ook gepubliceerd in het digitale werk over Walcherse medici door dokter Pel (te vinden op de site van het Zeeuws Genootschap). Echte dokters waren het niet. Beide broers beriepen zich op een diploma van de universiteit van Giessen, maar medicijnen hadden ze er niet gestudeerd. Pel opperde nog dat ze zoons van de instrumentenmaker Joseph zouden kunnen zijn, die dus hun broer was. 

Terug naar Teeken Akademieleerling Pieter Lambertus van den Eeckhout (1761-1836). Van geen van zijn broers is een inschrijving op de Teeken Akademie bekend. Trouwens, hij was ook de enige die op de Latijnse school werd toegelaten (1772). Door het ontbreken van een einddatum in de bron, kan aangenomen worden dat hij daar hooguit enkele jaren onderbouw heeft gevolgd. Op de Teeken Akademie op de zolder van de Waag op de Balans zal hij wel een volledige schoolgang hebben gevolgd, althans hij werd in 1781 verkoren tot primus in de 1e klas naar prent en het jaar erop tot primus naar pleister. Ondertussen zal hij bij zijn vader in de leer zijn geweest. Mogelijk ook bij andere zilversmeden en horlogemakers, gezien genealogische dwarsverbanden. Het huis en het pakhuis op de Wal bleef ook voor Petrus Lambertus het adres waar hij zijn beroep van horlogemaker uitoefende. Hier stichtte hij met Elisabeth Nuyten uit Hoogerheide (ca. 1769-1844) een gezin. Na hun huwelijk in mei 1796 werd eerst zoon Pieter Franciscus geboren en rond 1801 een dochter genaamd Johanna Maria. De laatste zou in Middelburg met Petrus Franciscus Lantain huwen, een veearts afkomstig uit Zandvliet bij Antwerpen. 

Pieter Franciscus volgde net als zijn vader lessen op de Teeken Akademie en had blijkbaar diens aanleg voor tekenen. In 1816 werd hij onderscheiden als primus in de 1e klas naar pleister. Of hij naast de schilderskwast ook het penseel heeft gehanteerd? Als hij op 1 november 1825 op 28-jarige leeftijd komt te overlijden, heet hij schilder van beroep. In zijn memorie van successie worden zijn bezittingen opgesomd: ‘[een] zilveren horlogie, eenige kleederen en eenige schilderijen en prenten te samen in gemoede getauseerd [getaxeerd] op vijfennegentig guldens’. 

Arnold Wiggers

Planetarium in opdracht van Johan Adriaan van de Perre door Joseph van den Eeckhout tussen 1782-1787 vervaardigd in het Zeeuws Museum. Foto: J.H. Kluiver, 1982.
Zeeuws Genootschap G2135A. In 1790 door Jacoba van de Perre-van den Brande geschonken.


Planetarium in opdracht van Johan Adriaan van de Perre door Joseph van den Eeckhout tussen 1782-1787 vervaardigd in de hal van het Van de Perre huis aan het Hofplein (Zeeuws Archief) – Zeeuws Genootschap G2135A. In 1790 door Jacoba van de Perre-van den Brande geschonken.

Cassandra van de Weg (2006) wint de Prijs voor Jong Zeeuws Tekentalent 2025

Cassandra van de Weg (2006) wint de Prijs voor Jong Zeeuws Tekentalent 2025 – Foto’s : L. Labeur

Op zaterdagmiddag 7 juni 2025 – dat was vanmiddag – is de door de Teeken Akademie en de Ridderschap van Zeeland ingestelde Prijs voor Jong Zeeuws Tekentalent uitgereikt aan Cassandra van de Weg.

Namens de Ridderschap maakte jhr. Harm de Jonge op het Slot Ter Hooge de winnaar bekend en overhandigde Cassandra een geldprijs van € 500

Namens de Ridderschap maakte jhr. Harm de Jonge op het Slot Ter Hooge de winnaar bekend en overhandigde Cassandra een geldprijs van € 500. 

Gerard Herebout, bestuurslid van de Teeken Akademie heeft aan de winnaar een prijspenning uitgereikt – Foto: L. Labeur

De Teeken Akademie heeft aan de winnaar een prijspenning uitgereikt. Een replica van de penning zoals die voor het eerst in 1791 aan de beste Teeken Akademie-leerling werd geschonken. 

De jury bestaande uit Lucy de Graaf, Giel Louws en Jos Pielage was unaniem van mening dat Cassandra’s talent het verdient om een steuntje in de rug te krijgen met deze prijs. Het ingezonden werk betreft geen traditioneel potlood op papier werk, maar met sjablonen en verfspray vervaardigde werkstukken. “Cassandra toont lef in de uitvoering van haar onderwerpen, zoals een zelfportret dat zonder angst voor het contrast van zwart vlot is neergezet. Aan de basis ervan ligt een stevige tekenhand en ruimtelijk inzicht. Bij het werken met sjablonen moet je vooruit kunnen denken en krachtige vormen neerzetten. De gelaagdheid verdiept Cassandra ’s onderwerpen.”

Cassandra licht haar werk toe
Ferenc Hannewijk verzorgde een muzikaal intermezzo

De Teeken Akademie heeft aan de winnaar een prijspenning uitgereikt. Een replica van de penning zoals die voor het eerst in 1791 aan de beste Teeken Akademie-leerling werd geschonken. Met dank aan het Familiefonds Hurgronje

Toelichting bij de prijs

De Ridderschap van Zeeland stelt zich onder meer ten doel het culturele leven in Zeeland te ondersteunen. Samen met de Teeken Akademie, opgericht in Middelburg in 1778, is een project gestart ter bevordering van de tekenkunst in Zeeland: Prijs voor Jong Zeeuws Tekentalent. Beide instellingen willen hiermee een bijdrage leveren aan het bevorderen van het kunstleven in Zeeland.

De prijs beoogt jonge Zeeuwse tekentalenten tussen de 15 en 25 jaar te enthousiasmeren om hun aanleg verder te ontplooien. Met het naar buiten treden met werk wordt een extra trede genomen in een mogelijke carrière als professioneel kunstenaar. 


De prijs bestaat uit een bedrag van € 500 en een penning met inscriptie. De mal voor de replica naar de penning van de Teeken Akademie uit 1791 kon worden gemaakt met steun van het Familiefonds Hurgronje. 

Eerdere winnaars Prijs Jong Zeeuws Tekentalent:

2023: Kian Wisse (2009)

2024: Lena van Beest (2009)

Graveurs Den Doop

Plattegrond van Middelburg, 1887. Uitgave Steendrukkerij A.W. den Doop – Zeeuws Archief, KZGW ZI-I-0324

Van de twee prijswinnende Teeken Akademie leerlingen Den Doop valt weinig te achterhalen, voornamelijk omdat hun werkzame leven zich niet in Zeeland afspeelde. We hebben Hubertus Adrianus Theodorus (1842-?) die in 1855 een getuigschrift kreeg in de 2e afdeling van de 3e klas naar prent (beginners) en in het in 1861 tot primus in de 2e klas naar prent schopte. Daarnaast zijn jongere broer Theodorus Wilhelmus (1847-1880) die primus naar ornament in 1862 was en het jaar daarop primus in de 2e klas naar prent. Uit de voornamen valt al te lezen dat de familie Den Doop katholiek was. De vader, ook Theodorus Wilhelmus geheten, was jaren secretaris van het R.C.-Armbestuur. Geboren in 1819 in Den Bosch zou hij in Middelburg 1876 sterven. Uit het in 1840 in Middelburg gesloten huwelijk met Johanna (Jans) van Kampen (1819-1894) kwamen 7 volwassen kinderen voort. Over de vader is wat meer bekend.

Van beroep was hij graveur van wiens hand ook nog enkele penningen bewaard gebleven zijn. Hij moet een goede reputatie gehad hebben, althans eind 1852 beval hij zich bij de heren burgemeesters aan als graveur voor de in 1853 verplicht geworden ambtsketting. Op 25 december 1852 berichtte de Middelburgsche Courant twee van dergelijke zilveren medailles gemaakt door graveur T.W. den Doop gezien te hebben (zonder te melden van welke gemeente) die zich door een ‘bijzonder accurate gravure’ [van het gemeentewapen en wellicht het Rijkswapen] onderscheidden. 

Regelmatig adverteerde Den Doop in de plaatselijke krant met het kunnen leveren van alles wat met het ‘Kunstvak’ graveren van doen had, zoals wapencachetten, stempels en naam- en wapenstempels. Later ook koperen en zinken adresplaten (1857) en brievenstempeltjes à ƒ 2,50 of ƒ 3,- en gemeentestempels voor ƒ 6 à f 7,– (1861).

Toch lijkt het erop dat hij naast het graveren op de Balans (na adressen in de Walensingel, Vlasmarkt en Nieuwe Haven) daar ook een koffiehuis met sociëteitsfunctie exploiteerde, waar hij in elk geval in 1863 en 1865 reclame voor maakte. 

Zijn bovengenoemde zoons en ook een derde, Adriaan Wouter (1855-1912), staan eveneens te boek als graveur. Hubertus Adrianus Theodorus vertrok naar Batavia. Daar zal hij spoedig overleden zijn, waarna zijn weduwe en een dochter naar Nederland kwamen. Later woonden de vrouwen in Vught waar de dan 20-jarige dochter in 1898 alleenstaande moeder werd. Twee jaar later schonk ze opnieuw het leven aan een zoon, van wie ook de vader onbekend was. Theodorus Wilhelmus jr. woonde en werkte in 1876 in Zwolle en zal eind 1879 naar Middelburg teruggekomen zijn. Samen met zijn broer Adriaan Wouter liet hij een ‘Voorloopig Bericht’ in de krant verschijnen waarin sprake is van de vennootschap Gebroeders Den Doop, Lithographen en Graveurs. Ze kondigden de komst van nieuwe machines en drukstenen aan in hun bedrijf in de Gortstraat, tot wel 105 x 75 cm, speciaal voor kaarten. De dood van de ongehuwde Theodorus Wilhelmus op 27 juni 1880 maakte een eind aan de gezamenlijke onderneming. 

Adriaan Wouter den Doop zou er alleen mee doorgaan. Hij was immers voorheen ook al actief geweest in een eigen steendrukkerij in de Langeviele. Vanaf 1884 was hij met de drukkerij gevestigd in de Korte Burg. Tot een van zijn hoogtepunten van geproduceerd drukwerk behoorde de uitgave van de plattegrond van Middelburg uit 1887. In mei 1892 kondigde hij zijn vertrek naar Breda aan. De Middelburgse zaak werd voortgezet door de uit Berlijn afkomstige Carl Hopf, totdat deze in 1896 failliet ging.

Arnold Wiggers

Draagpenning van de Middelburgse kraanwerkers, 1867. Vervaardigd door T.W. den Doop. Er wordt van uit gegaan dat het hier T.W. den Doop sr. (1819-1876) betreft en niet jr. (1847-1880), de Teeken Akademie leerling – Zeeuws Museum, Collectie KZGW G1736

Overdracht tekeningen Stadstekenaars

Bijzonder aan de tekeningen van de Stadstekenaars van Middelburg is dat het gemaakte werk na een jaar overgedragen wordt aan het Zeeuws Archief waar het bewaard gaat worden. Het is de wens van de Teeken Akademie dat de gemaakte tekeningen een aanvulling vormen op bestaande historisch geografische collecties.

Een welkome ontvangst door Anya Luscombe, directeur van het Zeeuws Archief – foto Teeken Akademie
Arnold Wiggers, voorzitter van de Teeken Akademie vertelt over de geschiedenis – foto Teeken Akademie

Vanmiddag werd het werk van Merel van Rens en Arian van Dijk, de Stadstekenaars van het jaar 2024, overgedragen aan het Zeeuws Archief. De Stadstekenaars en het bestuur van de Teeken Akademie werden feestelijk ontvangen door directeur Anya Luscombe en archivaris Kees de Ridder van het Zeeuws Archief.

Merel van Rens, Arian van Dijk, Anya Luscombe en Arnold Wiggers – foto Teeken Akademie
Kees de Ridder, Arnold Wiggers, Merel van Rens en Anya Luscombe – foto Teeken Akademie

Anya Luscombe gaf een kleine inleiding en verwees naar de beginzinnen van de oudst bewaarde notulen van de Teeken Akademie (1778), die van na 1940, waarin beschreven wordt dat de administratie van de Akademie verloren is gegaan in de stadsbrand. Arnold Wiggers vertelde over de werkwijze van de Stadstekenaars en hoe waardevol en uiteenlopend elke bijdrage is, waarna een officieel overhandigingsmoment plaatsvond.

Het Zeeuws Archief te Middelburg, waar de Teeken Akademie een inwonende instelling is – Foto Teeken Akademie
Het Zeeuws Archief te Middelburg, waar de Teeken Akademie een inwonende instelling is – Foto Teeken Akademie

Zie ook: