De gemeente Middelburg vermeldt op haar site dat de voorbereidingen voor de restauratie van het stadhuis van Middelburg in volle gang zijn. Vanaf 1 april 2026 zijn er werkzaamheden in de aanloop naar de restauratie. Tijd om met de Stadstekenklas het stadhuis van Middelburg vast te leggen voor het in doeken gehuld is.
De Teeken Akademie tekent een schooljaar lang Middelburg met de Stadstekenklas van Middelburg. Dat is dit jaar groep 5 van het Element uit Dauwendaele, de klas van meester Yordi Wieland. Eerst tekenen we naar prent, dan naar pleister en tot slot naar model. Een methode zoals de Teeken Akademie die vroeger ook hanteerde.
Tekenen naar prent deden we vandaag met een prent uit 2022, van onze allereerste Stadstekenaar Boris Peeters. Met de kinderen hebben we aan de hand van deze prent ook het echte stadhuis bestudeerd. Alle kinderen van het Element kennen het stadhuis goed dankzij bezoeken aan Vleeshal. We bestudeerden de luiken (zonder glas). De deuren met daarop het wapen van Middelburg. De zeearend. Trouwen in het stadhuis. En natuurlijk alle graven en gravinnen (die ooit kleur hadden).
Daarna deden we, om los te komen van de geschiedenisles, een rondje tekengymnastiek. Oefenen met tekenen in een paar seconden, of met het potlood in je verkeerde hand of met de ogen dicht. Het leverde veel hilariteit op. Daarna heeft de Stadstekenklas een begin gemaakt met het tekenen van het stadhuis van Middelburg.
Het was een waar genoegen om deze morgen te tekenen met de Stadstekenklas. De Teeken Akademie is onder de indruk van het grote enthousiasme van deze klas voor historie en tekenen. We zien uit naar de volgende keer.
Liesbeth Labeur, kunstenaar
Juud tekent een stadhuis dat nodig gerestaureerd moet worden – Foto L. LabeurTekengymnastiek – Foto L. LabeurTekengymnastiek – Foto L. LabeurTekenen naar prent – Foto’s L. LabeurEr is goed naar de klok gekeken. – Foto’s L. LabeurTekenen naar prent – Foto’s L. LabeurTekenen naar prent – Foto’s L. Labeureven punten slijpen – Foto’s L. LabeurTekenen naar prent – Foto’s L. Labeur
Op zondag 12 oktober organiseerde onze Stadstekenaar Michiel Paalvast de workshop ‘Groen in Grijs. ’ Er is gewerkt met houtskool – steeds toevoegen en weer weghalen, laag over laag. Het spel van licht en donker leverde prachtige resultaten op. Creativiteit en concentratie en vooral: veel plezier samen. Foto’s: Stadstekenaar Michiel Paalvast
Oostkerkplein met zicht op de Oostkerk. Links daarvan het huis Wijk O nr. 3, tot zeker 1908 azijnfabriek. Foto I. Lamain, ca. 1955 – ZB, Beeldbank Zeeland, recordnr. 68623
Azijn. Wie heeft het niet in huis? Vermoedelijk zal het gebruik ervan niet in de buurt komen van wat er zo in een gemiddeld huishouden in de 19de eeuw doorheen ging. Een product met een brede toepassing: als middel om voedsel te conserveren, als smaakmaker van eten en drinken, als (onderdeel van) een medische kuur en niet te vergeten als schoonmaakmiddel. De plek aan tafel werd met het toenemen van de populariteit van de aardappel alleen maar groter, vooral bij de werkende stand. In de loop van 19de eeuw werden uit pure noodzaak door de duurte van granen steeds vaker aardappelen gegeten, tot wel 3 x per dag. Aardappelen met azijn en reuzel, gekookt (’s middags), gebakken (’s avonds) en opgewarmd (’s ochtends).
Alle vloeistof met suikers kan fermenteren tot azijn, zonder dat het resultaat nu altijd smakelijk zal zijn. Met het beter begrijpen van de processen, steeg de kwaliteit. Grofweg werden in een vat tussenschotten gemaakt waarop beukenkrullen lagen, die van nature de juiste bacteriën bevatten die suiker uit een vloeistof via alcohol tot azijnzuur omzetten. Vruchtensappen, wijn, bier en andere vloeistoffen op basis van graan, ook in combinatie, alles verzuurt, wanneer de vloeistof bij constante temperatuur en voldoende zuurstof over de krullen wordt gesproeid. Na het onderin opgevangen te hebben, kan het proces opnieuw gevolgd worden tot een percentage van zo’n 11,5 % na een dag of 10. Het resultaat werd in vaatjes verkocht en door de detaillist (niet af fabriek, want dat verhoogde de transportkosten!) desgewenst verdund tot (tegenwoordig minimaal) 4%.
De advertentie in de Middelburgsche Courant van 6 januari 1801 van Hendrika Pieternella Holle, net weduwe van Hendrik Soeremans, is de eerste vermelding in de krant van een azijnfabriek in Middelburg. Zij meldde met de fabriek door te gaan, na de dood van haar man op 36-jarige leeftijd op 19 december 1800. Uit latere berichten (1889) moet de azijnfabriek voor 1789 in bedrijf zijn geweest. Soeremans is ingeschreven geweest aan de Latijnse school, wat duidt op een zekere status. Dat had ook Pieter de Maret Tak als procureur en later rechter-plaatsvervanger bij de rechtbank van koophandel, die eind mei 1830 een huis en erf met pakhuizen bij de Oostkerk (Oosterse Wagenplein) koopt. Dat blijkt de azijnfabriek en een woning voor de bedrijfsleider te zijn, gelegen in wijk O, de nrs. 3, 14 en 15. De azijnfabriek stond op de plek waar nu het pannenkoekenhuis is, inclusief het rechter gedeelte, wat voorheen een pakhuis was. Bij de koopakte is sprake van De Bogt van Guinee, een naam die nu op de gevel van een statig pand in het verlengde van de Schuitvlotstraat staat, dus aan het andere uiteinde van die rij ten noordoosten van de Oostkerk.
Per 1 januari 1849 deed De Maret Tak de zaak over aan Martinus Absalon ’t Gilde (1822-1898). En hier is de link met de Teeken Akademie. M.A. ’t Gilde was in 1836 primus naar ornament. In 1851 huwde hij Dina Sara de Jager (1823-1898). Zowel in 1852 als 1853 moest Martinus Absalon naar de ambtenaar van de burgerlijke stand om daar hun levenloze kinderen aan te geven. Hun eigen verscheiden is met 1 dag verschil (12 en 13 februari 1898) ook behoorlijk treurig. Wanneer ’t Gilde de zaak overgedaan heeft aan Jozias Snoep jr. is niet uit de krant te halen. Snoep woonde in elk geval in 1862 op het adres Wijk O nr. 3. Het zou goed kunnen dat hij van medewerker eigenaar is geworden. In 1889 heeft Snoep fors geïnvesteerd in de fabriek, wat hem een bezoek van de journalist van de Middelburgsche Courant opleverde. Nog in 1905 is de firma Snoep samen met de firma Mes in de Pijpstraat (ook bij de Oostkerk!) een van de twee azijnfabrieken in Middelburg.
Arnold Wiggers
Pannenkoekenhuis aan de noordzijde van het Oostkerkplein. Het pand van de azijnfabriek en pakhuis van o.a. M.A. ’t Gilde (1822-1898).
Kees de Plaa, tekening in kleur, 1999 – Zeeuws Archief, Collectie KZGW, ZI Aanwinsten nr. 964-1619
De nieuwe Stadstekenklas van Middelburg, groep 5 van Het Element in Middelburg – foto Liesbeth Labeur
De Teeken Akademie heeft vanochtend de nieuwe Stadstekenklas van Middelburg bekend gemaakt. In de afgelopen tijd werd groep 5 van Het Element in Middelburg genomineerd, de klas van meester Yordi Wieland. Vandaag brachten voorzitter Arnold Wiggers en kunstenaar Liesbeth Labeur een bezoek aan de klas en werd de uitslag bekend gemaakt.
De klas gaat het komende jaar Middelburg tekenen. Dat doen we op een manier zoals Teeken Akademie Middelburg dat vroeger ook deed. Tekenen naar prent, tekenen naar pleister en tekenen naar model. Het komende schooljaar tekenen we Dauwendaele. En meer gebouwen in Middelburg. We gaan ook oude pleisterbeelden van de Teeken Akademie bezoeken in het Zeeuws Museum. En we hopen ook ‘iets’ in het centrum van Middelburg te beklimmen en te tekenen. Wat, dat blijft nog even een verassing.
De Teeken Akademie en de Stadstekenklas sluiten het jaar af met een expositie. Van harte gefeliciteerd Stadstekenklas, groep 5 van Het Element. We gaan er een mooi tekenjaar van maken.
Meester Yordi Wielang, de meester van de nieuwe Stadstekenklas van Middelburg – foto: Liesbeth Labeur Nogmaals de nieuwe Stadstekenklas van Middelburg, groep 5 van Het Element in Middelburg – foto Liesbeth Labeur
Jacques-Louis David, Belisarius bedelt om aalmoezen (Frans: Bélisaire demandant l’aumône,1781.
Olieverf 288 x 312 cm – Palais des Beaux Arts, Lille
Tussen de laureaten van de Teeken Akademie valt Bonaventura la Fort op vanwege zijn uiteindelijke beroep: schoenmaker. Waar de opleiding zeker vanaf 1840 steeds meer een technische beroepsopleiding werd, is de stof voor een schoenmaker niet erg voor de hand liggend. In elk geval viel de appel niet ver van de boom. Ook zijn vader Joannis (1777-1829) was schoenmaker. Eind augustus 1803 was deze in ondertrouw gegaan met Isabella Catharina Verhart (Verhaard) (ca. 1776-1844) en Bonaventura, geboren op 12 maart 1804, zou hun enig kind blijven.
Waarschijnlijk was Bonaventura een tekentalent en ging hij om dat talent verder te ontwikkelen naar de Teeken Akademie. Dat spreekt ook wel uit de jaren waarin hij onderscheiden werd. Hij werd primus in de 3e klas naar prent in 1823, toen hij al 19 jaar was, waarmee hij beslist tot de ouderen in die klas behoorde. Het schoenmaken zal hij al onder de knie hebben gehad. In de jaren daarop werd hij primus in de 2e en 1e klas naar prent en in 1826 primus in de 2e klas naar pleister. Bij het 50-jarig bestaan van de Teeken Akademie in 1828 waren 2 tekeningen van hem geselecteerd om in de jubileumtentoonstelling te worden geëxposeerd. De tekenmeesters waren overtuigd van zijn kunde, zoveel is duidelijk, anders had hij daar niet tussen de ‘grote namen’ van de academie gehangen.
Wat was er van hem te zien? Onder nummer 68 in de catalogus staat: ‘Andromaché bij den stervenden Hector, in zwart en rood krijt (naar [Mattheus Ignatius] van Bree [1773-1839])’ en onder 69: Belisarius met zijn’ Geleider, in craion, (naar [Jacques-Louis] David [1748-1825])’. Mogelijk dat bewerkingen van de originele werken als tekenvoorbeelden op de academie gebruikt werden. Helaas zijn de tekeningen noch ander werk van La Fort in openbare collecties aanwezig. Ook het oorspronkelijke werk van Van Bree is niet eenvoudig te vinden.
Het jaar erop -in 1829- overleed vader Joannis la Fort. Als enig kind kwam Bonaventura de hele erfenis toe die bestond uit een huis aan de Dam Zuidzijde en een pand in de Nederstraat. Dat laatste pand was tot 1822 het woon- en werkadres geweest en blijkbaar in eigendom gebleven. Met de memorie van successie is iets vreemds aan de hand. Pontificaal staat Bonaventura daar te boek als mr. schilder. Het huis aan de Dam zou het woonhuis van Bonaventura blijven, ook nadat hij in 1834 een huwelijk aanging met Margaretha van Stay, op 21 december 1809 in Bergen op Zoom geboren. De familie La Fort en de echtgenotes waren allen van katholieken huize.
Bij de aangifte van de 5 kinderen die op de Dam werden geboren staat als beroep van vader Bonaventura telkens schoenmaker. Nergens is sprake van schilder. Het oudste en het jongste kind stierven kort na de geboorte. Wat er verder met de familie gebeurd is, is uit de Nederlandse burgerlijke stand niet te destilleren. Na de aangifte op 20 juli 1846 van het overlijden van het jongste zoontje van 2 maanden, ontbreekt elk spoor. Emigratie naar de VS lijkt uitgesloten, want dat werd geregistreerd. Wellicht is het gezin naar België vertrokken, wat door het ontbreken van Middelburgse registers niet valt te verifiëren.
Arnold Wiggers
Middelburg, Nederstraat met centraal Wijk O nr. 201 (met trapgevel) = nu 14. Tot 1822 schoenmakerij La Fort. Prentbriefkaart ca. 1925 – Beeldbank Zeeland, record nr. 13959
Komt u ons bestuur versterken? Wij zoeken twee vrijwilligers met een hart voor beeldende kunst.
De Teeken Akademie in Middelburg bestaat in 2028 op de kop af 250 jaar. Het is een stichting die als missie heeft om de tekengeschiedenis van Zeeland levend te houden en de tekenkunst vandaag te bevorderen.
Het is – anders dan de naam doet vermoeden – geen Middelburgse tekenonderwijsinstelling meer, maar al vele decennia een stichting die wedstrijden, tekendemonstraties en tentoonstellingen van Zeeuwse tekenaars en schilders organiseert. Nu we op weg zijn naar het jubileum (250 jaar!) hebben we behoefte aan extra inbreng.
Activiteiten Tot de jaarlijks terugkerende activiteiten behoren ● het aanstellen van een Stadstekenaar Middelburg ● het begeleiden van een Stadstekenklas (lager onderwijs) ● het exposeren van de gemaakte werken in het openbaar ● het uitreiken van geldprijs en een erepenning aan een Jong Zeeuws Tekentalent (in samenwerking met de Ridderschap van Zeeland)
De stichting probeert door onderzoek en publicatie via de sociale media haar verleden onder de aandacht te brengen. Kijk op deze website voor meer details.
Organisatie Het bestuur van de Teeken Akademie is een kleine organisatie bestaande uit vrijwilligers. We werken met een bescheiden jaarbudget, maar streven naar het vergroten van de zichtbaarheid en de actieradius van de stichting.
Wij zoeken versterking met twee nieuwe leden die een praktisch-actieve rol op zich willen nemen. Van hen verwachten we de helpende hand bij de organisatie van evenementen en bij het aanspreken van beeldende kunstenaars (professioneel en amateur), sponsors en subsidiegevers en onderwijsinstellingen.
Profielschets ● hart voor beeldende kunst en erfgoed ● pragmatisch-actieve instelling ● een bescheiden tijdsinvestering ● netwerk in onderwijs of beeldende-kunstwereld ● (een van de twee) affiniteit met het geven van tekenonderwijs ● (een van de twee) affiniteit met het beheren van financiën
Heeft u belangstelling? Neem dan contact op met de voorzitter van de Teeken Akademie, Arnold Wiggers via 06-588 194 91 of info(at)teekenakademiemiddelburg.nl.
Stadstekenklas 2024/2025, groep 6 (klas 4) van De Aquamarijn, tekent de Lange Jan – foto’s: Liesbeth Labeur
Johannes Hendrik van der Harst (1853-1929), ‘Molen van het Seisbolwerk te Middelburg’. Olieverf op doek, 19 x 30 cm – Zeeuws Museum, Collectie ZM (M64-128)
Een andere kleinzoon van Abraham van der Harst die een onderscheiding op de Teeken Akademie kreeg, was Johannes Hendrik (1853-1929). In 1865 was er voor hem een getuigschrift. Waarvoor is niet bekend, maar het tekentalent van de dan twaalfjarige, zoals dat later overtuigend tot uiting kwam in zijn schilderijenproductie, is toen al door de curatoren onderkend.
Hij was de zoon van winkelier Jan Jacobus (1823-1899) die samen met zijn broer Johannes Gerardus een pakhuis op de hoek Groenmarkt – Lange Burg had. Zijn moeder was Wilhelmina Pieternella Dikkenberg (1823-1883), telg uit de in Middelburg rijk vertegenwoordigde koekebakkersfamilie met die naam. Het echtpaar kreeg 12 kinderen waarvan er 7 volwassen werden. Bij het overlijden van Jan Jacobus bleek de zuivere nalatenschap ruim ƒ 140.000. Afgezien van wat schenkingen aan kleinkinderen ging 5/7 naar 4 dochters en Johan Hendrik. Een 5e dochter, Pieternella Maria werd nadrukkelijk uitgesloten. Haar 1/7 deel ging naar de jongste, net als zijn vader Jan Jacobus (1867-1948) geheten en huisarts in Koudekerke die zo 2/7 deel van de erfenis kreeg. Ongetwijfeld een opzetje om het erfdeel niet in het net uitgesproken faillissement van haar man, de grote Vlissingse aannemer H.J. Ganderheijden, te laten verdwijnen …
Johannes Hendrik werd eind 1882 benoemd als 2e klerk ter griffie van de Polder Walcheren. Per 1 januari 1886 promoveerde hij tot ontvanger van de Polder, wat hij bleef tot zijn pensionering per 1 januari 1925. Een rimpelloze carrière. Intrigerend is de periode tussen zijn huwelijk gesloten in Goes in 1877 met de Thoolse Marina Leena Bathelina van Daalen (1854-1936) en zijn intrede bij de Polder. Bij zijn huwelijk -hij is dan 24 jaar- heeft hij geen beroep, doch bij de aangifte van zijn eerste, levenloze zoon in Wissenkerke in november 1878 is hij landbouwer. Uit de kranten valt het volgende te reconstrueren: hoogzomer 1877 liet P. Roetert Tak op de hofstede Steenhove bij Geersdijk alle levende have, vruchten te velde, gereedschappen en rijtuigen veilen. In het najaar blijken Johannes Hendrik en zijn zwager Pieter Kornelis van Daalen het landbouwbedrijf te exploiteren en in de bijbehorende villa te wonen. Tot de zomer van 1882, toen opnieuw alles onder de hamer kwam. Johannes Hendrik, zijn vrouw en 2 kinderen moeten naar Rotterdam zijn getrokken. De baan bij de Polder moet vervolgens zijn redding geweest zijn. In juni 1883 werd in Middelburg de tweede zoon geboren. Beide jongens werden arts.
Zeker gedurende zijn ambtelijke loopbaan heeft Johannes Hendrik geschilderd, met een voorliefde voor landschappen. Hij exposeerde (Rotterdam 1891) en verkocht ook, wat de opsteller van zijn necrologie in de Middelburgsche Courant van 27 mei 1929 tot de conclusie bracht dat van zijn werken ‘nog zeer velen thans de vertrekken van liefhebbers van goede schilderijen sieren.’ Nog bekender als kunstschilder is zijn zuster Maria Abrahamina (1862- 1938). Beiden zullen hun talent verder hebben kunnen ontplooien door lessen te volgen of contacten te leggen met schilders op Walcheren, die tijdens hun leven in steeds grotere getalen het Zeeuwse licht kwamen vastleggen.
Arnold Wiggers
Maria Abrahamina van der Harst (1864-1938), Dode vogeltjes’. Aquarel. Zeeuws Museum, Collectie ZM (M64-129-01/07)
Steenhove bij Geersdijk, woonhuis (ca. 1840) links en schuur – Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
De Pottenmarkt richting Grote Markt met rechts de luifel van apotheek Van der Harst (Pottenmarkt 3). Stereofoto, ca. 1920. Fotograaf onbekend – Beeldbank Zeeland recordnr. 11046
Met Johannes Jacobus van der Harst zitten we midden in de apothekerstak van de familie Van der Harst. Het stukje over zijn wel en wee kan kort blijven: Hij werd nog geen 23 jaar oud.
Waar zat hij in de sterk uitgedijde familie in de negentiende eeuw? Viskoopman Leendert van der Harst (1756-1829) en zijn oudste zoon Leendert junior (dat wordt ook diverse malen officieel aan zijn naam toegevoegd) (1787-1835) waren winkeliers. Leendert jr. was getrouwd met Catharina Geertruy van den Bosch (ca. 1787-1854). Vier van hun kinderen (allen zonen) werden volwassen en de jongste Johannes Jacobus (1823-1887) zou de eerste apotheekhouder in de familie worden. Hij nam de apotheek van A.G. de Wolf gevestigd in 2 panden op de Pottenmarkt (nr 3 en 5) per 1 mei 1847 over en wist er de best beklante van Middelburg van te maken. J.C. de Man wees er in zijn biografie van Van der Harst nog eens op dat dat bepaald geen peulenschil was, gezien het getal van 24 apotheken in 1868.
Eenmaal zelfstandig huwde Johannes Jacobus in 1848 met de smidsknechtendochter Hendrika Pieternella Geldof (1830-1887). Tussen 1849 en 1853 werden drie kinderen geboren. De oudste, Leendert Karel (1849-1925), zag op Pottenmarkt 5 het levenslicht en zou de apotheek tot nog grotere bloei brengen. Hij liet de gevels van de historische panden restaureren die in mei 1940 verloren gingen. De tweede zoon was de jonggestorven Johannes Jacobus (1851-1874) waarover straks meer. Een derde kind Suzanna Maria stierf in augustus 1853 veertien dagen na haar geboorte. Dan duurde het tot 1861 voordat het wiegje, nu op nr. 3, weer gevuld zou worden. Opnieuw een Suzanna Maria die jong stierf (22 jaar) net als de in 1868 geboren Anna Wilhelmina (17 jaar). Jan Cornelis (1866-1928) werd ook apotheker in Middelburg. Hij kocht de apotheek De Blaecke De Ligny & Zoon aan de Kortedelft en zette de zaak onder die naam voort.
Johannes Jacobus junior was 15 jaar oud toen hij in 1866 primus in de tweede klas naar prent werd. Een opleiding aan de toen nog bestaande Latijnse school (voorloper van het gymnasium) heeft hij niet gevolgd. J.C. de Man weet te melden dat hij zeer getalenteerd was en medicijnen had zullen studeren. Toch noemt hij geen inschrijving aan de Middelburgse Geneeskundige School. Wel zal hij bij een apotheker in de leer zijn geweest. In elk geval werd hij in zijn overlijdensacte hulpapotheker genoemd. De oorzaak van zijn vroege verscheiden was volgens De Man de tering.
Arnold Wiggers
Pottenmarkt 3 en 5. Links de apotheek Van der Harst, rechts het woonhuis na de restauratie. Prentbriefkaart Gebr. Van Straten ca. 1910. Fotograaf onbekend – Beeldbank Zeeland recordnr. 14366
Hoek Groenmarkt-Lange Burg (rechts) met het bedrijfspand van de firma Van der Harst, ca. 1910. Fotograaf onbekend – Beeldbank Zeeland, record nr. 69435
Zeg Van der Harst en menigeen in Middelburg of op Walcheren zal een link leggen met geneeskundigen, apothekers of het notariaat. Toch stond de stamvader iets dichter bij de doorsnee Walchenaar. In 1784 vestigde Leendert van der Harst zich op de Middelburgse Groenmarkt als viskoopman. Gezien zijn afkomst -geboren in Scheveningen- was dat beroep niet zo vreemd. Z’n assortiment bestond al vrij snel naast vis uit ‘Chinaas-appelen’ en citroenen, kastanjes en andere seizoensproducten zoals de inmiddels vergeten aardakers of aardmuizen, knollen van een lathyrusvariant die in Zeeland destijds nog wel verbouwd werden. Ook hammen en worsten werden aangeboden. Uit zijn huwelijk met Johanna le Duc (ca. 1762-1825) werden 8 kinderen geboren: 2 meisjes en 6 jongens, van wie er 4 eveneens een winkel begonnen. Vader en de zonen trokken gezamenlijk op, wat resulteerde in advertenties in de Middelburgsche Courant waar de clientèle geattendeerd werd op verschillende adressen in de stad waar bij een Van der Harst dezelfde producten gekocht konden worden.
De Teeken Akademie lag bij de tweede generatie niet zo op de route. Naast de 4 zonen die een winkel bestierden, volgden de andere 2 een opleiding tot kleermaker en schoenmaker. Onder de kleinzonen van Leendert (1756-1829) komen de eerste apothekers voor. Inmiddels was het aantal nazaten in de derde en vierde generatie fors opgelopen. Een drietal werd op de Teeken Akademie bekroond. In 1859 was dat Leendert Johannes van der Harst (1846-1897), zoon van Johannes Gerardus (1815-1897) en Johanna Hendrina Vlieger (1817-1879). Die was op zijn beurt een afstammeling uit de lijn van de tweede, zeer succesvolle zoon van Leendert en Johanna, Abraham (ca. 1788-1859), getrouwd met Maria Witte (ca. 1790-1871). Abraham was zeer succesvol in zaken en behoorde na 1850 tot de 100 hoogst aangeslagenen voor de belasting. Het vermogen van zoon Johannes Gerardus werd in 1897 op een kleine ƒ 190.000 bepaald, waarmee de sociale stijging van (een gedeelte) van de familie kleur krijgt.
Geboren werd Leendert Johannes op het adres C87 aan de Groenmarkt, waar ook zijn vader het levenslicht zag. Een oudere broer en zus werden geboren op C 88. Beide panden die later Lange Burg 59 en 61 genummerd zouden worden lagen schuin tegenover het grote pakhuis van de firmanten (broers) Johannes Gerardus en Jan Jacobus van der Harst (1823-1899) op de hoek van de Groenmarkt en Lange Burg, wijk B nr. 26.
Leendert Johannes ontving in 1859 een getuigschrift op de Teeken Akademie. Aan hem hebben zowel Nagtglas als De Man een lemma in hun Zeeuwse biografische geschriften gewijd. De meest uitgebreide en sympathieke levensschets is in het Nieuws Nederlandsch Biografisch Woordenboek uit 1911 te vinden. Ingeschreven in 1863 aan de Geneeskundige School in Middelburg (1822-1866) kon hij na de sluiting van de opleiding verder aan de net opgerichte Middelburgse HBS. Vervolgens ging hij naar de Farmaceutische School in Deventer, waarna hij in 1869 slaagde voor het staatsexamen apotheker. Onderwijl had hij een onderwijsbevoegdheid gehaald en werd hij aansluitend leraar aan de HBS in Utrecht. Vanaf 1873 tot zijn dood was hij aan de Veeartsenijschool aldaar verbonden. Een geboren docent die zijn gehoor wist te boeien met een ‘artistiek gemoed’ en zijn uitleg illustreerde met sierlijke tekeningen. Daar betaalde de Teeken Akademie zich dan uit! In 1884 promoveerde hij tot doctor in de farmacie. In het NNBW was Leendert Johannes opgeruimd, geestig, eenvoudig en altijd bereid tot hulp. De Man (die hem gekend heeft) typeerde hem toch wat anders: Een ‘eerzuchtige man’ op academisch niveau. ‘Zooals meer begaafde menschen, was ook hij prikkelbaar van natuur’. Zijn laatste levensjaren werden versomberd door suikerziekte, weet De Man nog te melden. Hij liet een weduwe en 2 zonen na.
Arnold Wiggers
Winkel Van der Harst in de Lange Burg ca. 1910. Fotograaf onbekend – Beeldbank Zeeland recordnr. 9938
Christien Labruijère, gids bij de Natuurvereniging Walcheren – Foto: L. Labeur
Vandaag was er MICRO – NATUUR XXL, een tekenworkshop met een gids en met Stadstekenaar Michiel Paalvast. De groep ging eerst op pad met Christien Labruijère, gids bij de KNNV Natuurvereniging Walcheren. De tocht ging niet ver, we wandelden door de Kuiperspoort in Middelburg. Daar vertelde Christien alles over de planten in het steegje en op de muren. Michiel vertelde hoe hij natuur op straat tekent.
Stadstekenaar Michiel Paalvast en Christien Labruijère, gids bij de Natuurvereniging Walcheren op onderzoek in de Kuiperspoort – Foto: L. Labeur
Later ging de groep binnen in Cultuurhuis Kuiperspoort aan de slag met houtskool en kleine schetsjes in het groot. De resultaten zullen te zien zijn in een expo van de Stadstekenaar aan het einde van zijn tekenjaar in De Drvkkery, dat zal medio februari 2026 zijn.
Foto: L. Labeur
De Teeken Akademie bedankt alle deelnemers, we zien uit naar het werk in De Drvkkery. Ook veel dank aan Christien Labruijère voor het delen van haar kennis over natuur in onze stad Middelburg. En zeker ook dank aan Michiel Paalvast, onze Stadstekenaar die met een mooi jaar bezig is.
Foto: L. LabeurStadstekenaar Michiel Paalvast geeft instructies – Foto: L. LabeurStadstekenaar Michiel Paalvast geeft instructies Foto: L. LabeurDeelnemers – Foto: L. Labeur