Stadstekenaars 2024, Arian van Dijk en Merel van Rens exposeren van 27 januari tot 3 maart in de Drvkkery aan de Markt in Middelburg. Zij laten werk zien dat zij afgelopen jaar als Stadstekenaars van Middelburg hebben gemaakt. Het is de finale van een jaar waarin zij op verschillende plekken in de stad en daarbuiten getekend hebben en met enige regelmaat samen.
Arian van Dijk, Stadstekenaar in de categorie Beroeps, heeft het oude en nieuwe Middelburg opgetekend met alles wat daarbij hoort: de bebouwing, mensen, dieren, transportmiddelen, bewegwijzering, straatmeubilair, bomen, reclames; alles wat de stad ademt, roert, beweegt en symboliseert in een realistisch/impressionistische stijl.
Merel van Rens, Stadstekenaar in de categorie Liefhebber, nam de gelegenheid te baat om met verschillende technieken de veelheid aan gezichten te laten zien: de klassiekers én de underdogs, de rauwheid én de natuur, het overduidelijk mooie maar ook de schoonheid van plekken die het lijstje normaal niet halen. Met een mix aan materialen, van potlood, pen, inkt tot aquarel en gouache.
Restanten van de Noordpoort te Middelburg, nadat de bebouwing eromheen afgebroken was. Foto: A. Roose, ca. 1972 – Beeldbank Zeeland, Recordnr. 71021
Op het Noord(poort)plein moet het in de 19de eeuw bedrijvig zijn toegegaan. Een komen en gaan van paarden met allerlei bespanningen. Logisch, want de Noordweg was een echte in- en uitvalsweg voor de stad, zeker op marktdag. Wel gemakkelijk dat er een hoefsmid zat die ‘paardevoeten’ weer mooi kon maken. Daarnaast kon de smid reparaties uitvoeren, legde hoepels rond wielen en verkocht ook graag nieuwe en gebruikte rijtuigen. Rijtuigen waren ‘aan de Noordpoort’ ook te koop bij rijtuigmaker Pieter Bouman en later zijn zoon Johannes. Vermoedelijk zat hun bedrijf op de hoek met het huidige Klein Vlaanderen. Wonen deed de rijtuigmaker namelijk op Herengracht 12 en het zou goed kunnen dat er een achterom was tussen woning en bedrijfsruimte. Met de concurrentie aan de overkant-zeker later in de 19de eeuw- stond hij als het ware oog in oog.
Eerst even wat rechtzetten: de Johannes Bouman die aan de Teeken Akademie in 1849 primus in de 5e klas bouwkunde werd, is dezelfde als Johannes Bouwman (met een foutieve w) die een jaar later primus in de 4e klas bouwkunde werd. Zijn vader Pieter Bouman (ca. 1802-1882) was wagenmaker in Zierikzee. Mocht er al gegoocheld zijn met de achternaam Bouman, die van zijn moeder, Johanna Catharina Haringx (ca. 1800-1887), komt in alle mogelijke vormen met en zonder H voor. Het eerste kind van het echtpaar Bouman-Haringx werd in Zierikzee geboren, terwijl de tweede in Middelburg in januari 1829 ter wereld kwam. Johannes was het vierde kind, geboren op 27 oktober 1832. Van de 6 kinderen uit het gezin bereikten er 3 de volwassen leeftijd, onder wie Christiaan die pastoor in Nieuwkoop zou worden. Het gezin was katholiek.
Op 26 februari 1862 trad Johannes Bouman in het huwelijk met de Aardenburgse Maria Johanna Larsen (1834-1864). Hij stond toen te boek als wagenmaker en zal bij zijn vader gewerkt hebben, die via het Geeregebied en de omgeving van de Nederstraat vanaf 1838 aan de Noordpoort als wagenmaker gevestigd was. Het huwelijk van Johannes en Maria Johanna bleef kinderloos. Ook het tweede huwelijk met de Axelse Sophia Quadekker (1849-?) met wie hij in 1891 huwde, bleef zonder nageslacht. Sophia vertrok na het overlijden van Johannes in 1894 als universele erfgename naar Ginneken en Bavel, waarna ze in 1914 naar Schaarbeek in België vertrok.
In de Middelburgsche Courant en ook in de Goessche Courant adverteerden vader en later zoon Bouman als rijtuigmaker aan de Noordpoort, zonder specifiek adres. Zo had In 1888 Johannes Bouman aldaar ‘eenige nieuwe lichte Breaks, met garantie’ te koop.
Op 31 december 1892 schreef de Middelburgsche Courant: ‘Naar men ons verzoekt te melden is de heer J. Bouman, rijtuigmaker te Middelburg wegens zijne inzending op de tentoonstelling te Scheveningen ook benoemd tot lid der Académie parisienne des inventeurs, industriels et exposants’. Een benoeming waar waarschijnlijk een goudkleurige medaille en een indrukwekkend diploma bij hoorde. De waarde was, ondanks dat Bouman er voor zal hebben moeten betalen, gering. Pronken kon men met dergelijke onderscheidingen des te meer, onder meer (gratis) in de plaatselijke krant.
Arnold Wiggers
Diploma van de Académie Parisienne des Inventeurs Industriels & Exposants. Ondanks het jaartal 1899 zal de wereldtentoonstelling in Parijs van 1889 bedoeld zijn. De inzet linksboven verbeeldt het tentoonstellingsterrein met de Eifeltoren. De Académie was in Nederland actief tussen 1890-1894. Johannes Bouman werd in 1892 ‘tot lid benoemd’ – Foto veilinghuis Rouillac. Veiling 29-03-2022, lot 60.
Affiche van de verkoping van ‘Een Huis en Erve, met annexe Hoef- en Slotenmakers-Smederij en Pakhuis’, wijk M nr. 125 bij de Noordpoort (Noordpoortplein), 1840 (Detail) – ZB Bibliotheek van Zeeland. Afbeelding in: Beeldbank Zeeland record. Nr. 8591.
‘Die genegen mogt wezen, om een Paarde-Smitse, zynde teffens een Slootmakers-Winkel en een stal dat 7 Koppel Paarden op kunnen en Hof en Erve, waarin die Affaires veele Jaaren met succes is gefrequenteerd, van stonden aan te Koopen, addresseere zich by Maria Catharina Brunel, Weduwe Leendert Johannisse, woonende in dezelve Smitse aan de Noordpoort binnen deze stad’. Wie op deze advertentie in de Middelburgsche Courant van 23 maart 1799 gereageerd heeft, is onbekend. Het zou goed smid Gerrit Johannissen geweest kunnen zijn die in 1818 een knecht vraagt. Waarschijnlijk familie, maar geen broer van de jonggestorven Leendert, wel leeftijdsgenoot: Leendert werd in 1763 in Colijnsplaat geboren en Gerrit zag het levenslicht in ca. 1766 in Vlissingen. Twee zonen van Gerrit hebben aan het Noordpoortplein als smid gewerkt, doch stierven respectievelijk in 1831 en 1840 nog voor hun vader die in februari 1840 begraven werd.
De volgende smid in het pand M 125 bij de Noordpoort of aan het Noordplein zoals het Noordpoortplein destijds genoemd werd, was Leonardus de Keijzer (ca. 1808-1857). Geboren in Kortgene huwde hij (Cea) Sia Cornelia Zwigtman (ca. 1809-1850), de in Wissenkerke geboren dochter van Cornelis Zwigtman (1782-1866), oud-Teeken Akademie leerling, schilder, dichter en wagenmaker. Werden de eerste kinderen De Keijzer nog in Kortgene geboren, in 1842 werd het zesde kind aangegeven in Middelburg. De oudste zoon Cornelis, de tweede in de rij, werd op 27 juli 1834 geboren. Hij volgde net als zijn grootvader Zwigtman lessen aan de Teeken Akademie. In 1850 werd hij primus in de 1e klas tekenen naar prent. Vervolgens trad hij in de voetsporen van zijn vader net als zijn jongere broer Pieter die smid in Kortgene werd. Cornelis huwde Johanna de Groot (1839-1884) in juni 1859. In november volgde hun eerste kind, Leonardus geheten, dat ook hun enig kind zou blijven. Het huwelijk liep in 1878 uit op een scheiding. Cornelis overleed in 1883. Zoon Leonardus, ook smid, ging 26 jaar oud failliet, verloor datzelfde jaar zijn 22-jarige vrouw en in de zomer daarop zijn enig kind. Hij tekende voor het KNIL, kwam terug en overleed als gepensioneerd sergeant en magazijnmeester in 1920 in Souburg.
Terug naar de smidse aan de Noordpoort. Leonardus de Keijzer sr. was in november 1851 in Kortgene een tweede huwelijk aangegaan met de Middelburgse Sara Jacoba Vermeulen (ca. 1810-1888). In de Memorie van Successie van Leonardus uit 1857 geeft zij te kennen de zaak aan het Noordplein te willen voortzetten. Het lijkt erop dat zij, mogelijk met Cornelis als meestersmid, de zaak bleef bestieren.
De ‘Grof- en hoefsmederij annex Pakhuis, Woonhuis en Tuin’ aan de Noordpoort werden in maart 1875 geveild. De nieuwe eigenaar Hugo Bliek (1850-1930) adverteerde regelmatig met oude en nieuwe rijtuigen en vanaf de eeuwwende kwamen er ook rijwielen en later ook auto’s in de verkoop en reparatie. Daarvoor zal zoon Cornelis Janis (1883-1952) verantwoordelijk geweest zijn, die de zaak in 1920 overnam.
In 1950 adverteerde garage A.J. Dijkwel voor het eerst in zowel de ProvincialeZeeuwsche Courant als het Zeeuwsch Dagblad, nog met achter de naam ‘v.h. Bliek’. De ontwikkelingen rond het Noordpoortplein hebben er voor gezorgd dat het rijtje woningen en bedrijven aan die kant van het plein afgebroken is. Dijkwel sloeg zijn vleugels uit in Middelburg en Vlissingen. Toch leuk dat Alexander Johans nazaten Richard Dijkwel en zijn dochter Luna in 2023 de Stadstekenaars in de categorie Liefhebbers waren en zo de Teeken Akademie weer met die plek aan het Noordpoortplein verbonden.
Arnold Wiggers
Hoefsmedenexamen bij de smederij van Hugo Bliek op het Noord(poort)plein, ca. 1905 – Fotograaf onbekendCitroën-garage Dijkwel aan het Noordpoortplein, ca. 1970. In november 1972 verdween het hele complex – Foto: D.P. Cornelisse, Beeldbank Zeeland Record nr. 14905
J.E. van Andel, Voorzijde van het Burgerweeshuis te Middelburg van ’t Molenwater te zien, 1846. Gewassen tekening in o.i. inkt, 32 x 52 cm – Zeeuws Archief, Collectie KZGW ZI-II-0675a
In hetzelfde jaar 1825 waarin zijn grootvader Teunis en zijn oom Anthony het leven lieten, zag Johan Engelbert van Andel het levenslicht. Op 9 augustus in dat jaar werd hij geboren als tweede zoon van David van Andel (1790-1837) (de oudere broer van Anthony) en Johanna Catharina Schmidt (1796-1828). Dat was al zijn derde echtgenote. In 1813 had hij Johanna Jacoba van der Sluis (1793-1819) gehuwd met wie hij 2 dochters kreeg. Zijn tweede echtgenote Maria Elisabeth Schmidt (1792-1821) overleed na een huwelijk van ruim een half jaar, waarna hij haar zuster Johanna Catharina huwde. Met haar kreeg hij 3 zonen, die hun moeder niet of nauwelijks gekend zullen hebben. In 1830 volgde het vierde huwelijk met Francina Cornelia van Oest (ca. 1788-1837) die timmerman en aannemer Daniel van Andel ook naar haar graf moest brengen. Zelf maakte hij die gang vier maanden later in augustus 1837, 47 jaar oud. Zijn zoontjes waren toen tussen de 10 en 13 jaar oud.
De jongens werden door het Hervormde Armbestuur vanaf 5 oktober 1837 in het Burgerweeshuis op het Molenwater geplaatst, waar ze tot hun meerderjarigheid (25 jaar) zouden blijven. Formeel dan, want de oudste (Teunis) stierf als soldaat in Rotterdam, 24 jaar, 11 maanden en 15 dagen oud. Hun halfzusjes uit 1814 en 1817 waren blijkbaar oud genoeg om het zelfstandig te rooien.
Johan Engelbert was genoemd naar zijn grootvader van moederszijde. In het register van wezen staat aangetekend dat hij als schrijver op het kantoor van procureur (jurist) Pieter Rekker werd geplaatst met ƒ 1 per week als loon. In 1846 volgde een aanstelling als opzichter waarmee het Burgerweeshuis bedoeld zal zijn. In datzelfde jaar maakte hij er tekeningen van: de straatwand, de achterzijde van het complex en het binnenplein in beide richtingen. Het hek dat de jongens van de meisjes moest scheiden, is prominent aanwezig, alsmede de strak gesnoeide bomen die kortgeleden weer erg in de mode waren.
Vermoedelijk volgde hij ook lessen op de Teeken Akademie. In het seizoen 1847-1848 zeker, want aan het eind ervan werd hij primus in de 3e klas naar prent. In zowel 1851 als 1852 was er voor hem lof in de 1e klas naar pleister. Toen hij in 1854 met Maria (Frederika) Pieternella Vroone (1827-1917) huwde, stond hij te boek als bode bij de Godshuizen. In deze sfeer lag ook zijn volgende werkkring bij de Polder Walcheren, waar hij in 1872 werd benoemd als bode en kamerbewaarder (conciërge) op een jaarwedde van ƒ 500. Dat bleek in de praktijk een tegenvaller. In 1873 beklaagde hij zich dat hij van zijn traktement ƒ 100 kwijt was aan het schoonhouden van de burelen. Gezien de kosten van de scholing van zijn 7 kinderen, was dat niet te doen, vond hij. Het polderbestuur kwam hem met een extra ƒ 100 tegemoet.
Johan Engelbert overleed in 1890. Zijn weduwe trok met de minderjarige jongste kinderen naar Den Haag, waar een dochter woonde. Ook de andere volwassen kinderen hadden Middelburg inmiddels verlaten. De tekeningen werden in 1912 door mej. M.C. Berdenis van Berlekom (1860-1922) aan het Zeeuws Genootschap geschonken.
Arnold Wiggers
J.E. van Andel, Middenplaats van het Burgerweeshuis te Middelb[urg]: naar de voorzijde te zien, 1846. Gewassen tekening in o.i. inkt, 32 x 52 cm – Zeeuws Archief, Collectie KZGW ZI-II-0675cJ.E. van Andel, Middenplaats van het Burgerweeshuis te Middelb[urg]: naar achterzijde te zien, 1846. Gewassen tekening in o.i. inkt, 32 x 52 cm – Zeeuws Archief, Collectie KZGW ZI-II-0675d