
Op het Noord(poort)plein moet het in de 19de eeuw bedrijvig zijn toegegaan. Een komen en gaan van paarden met allerlei bespanningen. Logisch, want de Noordweg was een echte in- en uitvalsweg voor de stad, zeker op marktdag. Wel gemakkelijk dat er een hoefsmid zat die ‘paardevoeten’ weer mooi kon maken. Daarnaast kon de smid reparaties uitvoeren, legde hoepels rond wielen en verkocht ook graag nieuwe en gebruikte rijtuigen. Rijtuigen waren ‘aan de Noordpoort’ ook te koop bij rijtuigmaker Pieter Bouman en later zijn zoon Johannes. Vermoedelijk zat hun bedrijf op de hoek met het huidige Klein Vlaanderen. Wonen deed de rijtuigmaker namelijk op Herengracht 12 en het zou goed kunnen dat er een achterom was tussen woning en bedrijfsruimte. Met de concurrentie aan de overkant-zeker later in de 19de eeuw- stond hij als het ware oog in oog.
Eerst even wat rechtzetten: de Johannes Bouman die aan de Teeken Akademie in 1849 primus in de 5e klas bouwkunde werd, is dezelfde als Johannes Bouwman (met een foutieve w) die een jaar later primus in de 4e klas bouwkunde werd. Zijn vader Pieter Bouman (ca. 1802-1882) was wagenmaker in Zierikzee. Mocht er al gegoocheld zijn met de achternaam Bouman, die van zijn moeder, Johanna Catharina Haringx (ca. 1800-1887), komt in alle mogelijke vormen met en zonder H voor. Het eerste kind van het echtpaar Bouman-Haringx werd in Zierikzee geboren, terwijl de tweede in Middelburg in januari 1829 ter wereld kwam. Johannes was het vierde kind, geboren op 27 oktober 1832. Van de 6 kinderen uit het gezin bereikten er 3 de volwassen leeftijd, onder wie Christiaan die pastoor in Nieuwkoop zou worden. Het gezin was katholiek.
Op 26 februari 1862 trad Johannes Bouman in het huwelijk met de Aardenburgse Maria Johanna Larsen (1834-1864). Hij stond toen te boek als wagenmaker en zal bij zijn vader gewerkt hebben, die via het Geeregebied en de omgeving van de Nederstraat vanaf 1838 aan de Noordpoort als wagenmaker gevestigd was. Het huwelijk van Johannes en Maria Johanna bleef kinderloos. Ook het tweede huwelijk met de Axelse Sophia Quadekker (1849-?) met wie hij in 1891 huwde, bleef zonder nageslacht. Sophia vertrok na het overlijden van Johannes in 1894 als universele erfgename naar Ginneken en Bavel, waarna ze in 1914 naar Schaarbeek in België vertrok.
In de Middelburgsche Courant en ook in de Goessche Courant adverteerden vader en later zoon Bouman als rijtuigmaker aan de Noordpoort, zonder specifiek adres. Zo had In 1888 Johannes Bouman aldaar ‘eenige nieuwe lichte Breaks, met garantie’ te koop.
Op 31 december 1892 schreef de Middelburgsche Courant: ‘Naar men ons verzoekt te melden is de heer J. Bouman, rijtuigmaker te Middelburg wegens zijne inzending op de tentoonstelling te Scheveningen ook benoemd tot lid der Académie parisienne des inventeurs, industriels et exposants’. Een benoeming waar waarschijnlijk een goudkleurige medaille en een indrukwekkend diploma bij hoorde. De waarde was, ondanks dat Bouman er voor zal hebben moeten betalen, gering. Pronken kon men met dergelijke onderscheidingen des te meer, onder meer (gratis) in de plaatselijke krant.
Arnold Wiggers



























