Etsen met de Stadstekenklas

Een etsje van de toren uit het wapen van Middelburg – foto: Liesbeth Labeur

De Teeken Akademie was op 10 december jl. op bezoek bij de Stadstekenklas, groep 5 van Het Element uit Dauwendale, de klas van meester Yordi Wieland. Kunstenaar Liesbeth Labeur liet de klas dit keer een hele oude manier van printen zien: de etstechniek. De leerlingen hebben het etsen ook zelf uitgeprobeerd. Tekenen met een punt en daarna ininkten en een afdruk maken met de etspers.

De etsen die gemaakt zijn, zijn hier op deze foto’s lang niet allemaal te zien. Maar ze zijn wel te zien straks aan het einde van het schooljaar, als we een expositie gaan organiseren. Kunstwerkjes van het wapen van Middelburg en FC Dauwendale, van mooie gebouwen en huizen uit de wijk en natuurlijk 67. Later in het jaar meer over deze expositie van de Stadstekenklas.

De Teeken Akademie heeft weer met buitengewoon veel plezier gewerkt met de Stadstekenklas. We hebben in twee groepjes gewerkt. Als de ene groep aan het etsen was, maakte de andere groep een memoryspel. Ook te gek om te doen met de Stadstekenklas en een leuke manier van tekenen (en spelen). Tot ziens allemaal, tot het volgende avontuur. Klas en meester Yordi, heel veel dank.

Ininkten van het plaatje – foto: Liesbeth Labeur
Afdrukken met de etspers – foto: Liesbeth Labeur
Spannend – foto: Liesbeth Labeur
Voetbal en FC Dauwendale was een populair etsonderwerp – foto: Liesbeth Labeur
Tekenen van het memoryspel – foto: Liesbeth Labeur
– foto: Liesbeth Labeur
– foto: Liesbeth Labeur
67 en FC Dauwendaele – foto: Liesbeth Labeur

Orgelmaker Hooghuys

Orgel in de St. Bavo te Aardenburg voor 1944 – Foto uit Archief 1976. Maker onbekend.

Voor een Zeeuwse rijksdaalder kon van de eerste maandag in november tot de laatste vrijdag in maart vijfmaal in de week van half zes tot acht uur lessen gevolgd worden aan de Teeken Akademie. Een uitzondering werd gemaakt voor een aantal jongens van de Weesschool die gratis onderwijs ontvingen. Minimumleeftijd was 12 jaar. Plaats van handelen was de bovenverdieping van de Waag op de Balans. Zo stond het in het reglement dat eind 1778 aan alle intekenaars ter hand werd gesteld. Dat waren de honoraire leden, intekenaars die een zoon hadden aangemeld voor het onderwijs en ‘kunstoeffenaars, die voor zig zelven hebben ingeteekend’.

Onder die laatste groep komen nogal wat jonge ambachtslieden voor. Tekenen was een bezigheid die aanzien had en ongetwijfeld een mooie tijdsbesteding vormde. Wat is leuker om dat in gezelschap te doen en onderwijl contacten en kennis op te doen? 

Orgelmaker Gerrit Simonse Hooghuys (1753-1813) was een van hen. De genealogisch gegevens zijn nogal fragmentarisch. Katholiek gedoopt op de eerste dag van het nieuwe jaar 1754 in Wormer, moet hij op enig moment voor eind 1778 in Middelburg beland zijn. Daar tekende hij in voor de eerste cursus van de Teeken Akademie die liep van maandag 2 november 1778 tot vrijdag 26 maart 1779. Tot primus heeft hij het nooit gebracht.

Uit zijn huwelijk met Anna Theresia Heijlandt werd in Middelburg in februari 1780 een zoon geboren die Simon Gerard (1780-1853) werd genoemd. Zij zal niet lang daarna overleden zijn, want in april 1787 huwde hij de weduwe Anna Maria van Dongen (ca. 1749-1812). Zij bracht het pand De Roode Sage in de Langeviele in, waar de zaak werd gevestigd. Huis- en draaiorgels zullen de gewoonlijke handel hebben uitgemaakt, maar kerkorgels ging hij niet uit de weg.

In 1806 vertrok hij naar Brugge waar hij zich aanbood als orgelmaker, zowel voor nieuwe als te repareren instrumenten. Als reden wordt in de literatuur gewezen op het vertrek van een andere orgelbouwer daar. Hij bleef naar het noorden kijken, waarbij RK of NH niet zoveel lijkt uit te maken. Blijkbaar had hij weet dat de hervormde gemeente in Aardenburg een orgel wilde installeren, waarop hij in december 1808 een brief schreef dat te Brugge zowel een goed binnenwerk (uit 1764) als een fraaie orgelkas uit de Augustijnenkerk te koop waren. In Aardenburg had men hier wel oren naar en daarop werd met Hooghuijs een contract gesloten. In juni 1809 was het werk klaar en de St. Bavo van een goed klinkend orgel voorzien.  

Eind november 1810 vestigde hij zich opnieuw in het familiepand Langeviele (nu 47), waar zijn zoon -ook orgelmaker- zijn zaak zal hebben voortgezet. Hier stierf hij op 24 januari 1813 als weduwnaar en ‘facteur’ (= instrumentenmaker). Hij was de grondlegger van een dynastie Belgische orgelbouwers. Zoon Simon Gerard verkocht in 1813 het pand en vertrok definitief naar Brugge.

De kas van het orgel in de St. Bavo werd in 1852 nog gemoderniseerd in neo-gotische stijl door de Middelburgse stadsarchitect H.H. Grauss. Bij de bevrijding kwam het orgel redelijk ongeschonden door de strijd, in elk geval werd door de Klokken- en Orgelraad de aanbeveling gedaan het te restaureren. Vanuit de orgelcommissie van de Hervormde kerk kwam een ander geluid en kwam het tot sloop.

Arnold Wiggers
Zie: J.H. Kluiver, Historische orgels in Zeeland. Archief 1974 en 1976

Seijbel en Seijbel of toch niet?

Korte Noordstraat (richting Lange Noordstraat) met de kazerne rond 1950. Ongeveer bij het eerste balkon was wijk I nr. 17 waar Pieter Hendrik Seijbel en zijn gezin woonde. Foto D.P. Cornelisse – ZB, Beeldbank Zeeland recordnr. 13326

De aanmoedigingsprijs die Pieter Hendrik Seijbel in 1821 in de 2e klas bouwkunde ontving, bleef ook zijn enige onderscheiding die hij op de Teeken Akademie ooit in ontvangst mocht nemen. Hij zag op 13 oktober 1799 in Kapelle het levenslicht als zoon van Pieter Seijbel (1776-1822) en Pieternella Seijbel (ca. 1780-1848). Bij hun huwelijk te Kapelle in oktober 1797 stonden beide echtelieden te boek als Pieter Hendrik Seijbel dienstknecht en Pieternella Pieterse Seijbel renteniersdochter. De namen komen zo verder nergens meer voor. In 1810 zal nog een tweede zoon geboren zijn die de namen Jacobus Johannes meekreeg, mogelijk in Middelburg. In elk geval gaf vader Pieter Seijbel als timmerman in 1811 een dochtertje in Middelburg aan. Noch dit kind, noch de 4 hierna geboren kinderen zouden de peuterleeftijd overleven. Bij het overlijden van Pieter in 1822 waren Pieter Hendrik en Jacobus Johannes de enige nog in leven zijnde kinderen. De jongste zoon zou in 1827 op 17-jarige leeftijd overlijden. 

Een bloedband tussen Pieter en Pieternella Seijbel heb ik niet kunnen vinden. Wel tussen Hendrik Sloover en Pieter Hendrik Seijbel, beiden in 1821 prijswinnaars in dezelfde klas. Het waren neven. Vader Pieter Seijbel was een broer van Anna Seijbel, de moeder van Hendrik Sloover. 

Wonen deed de familie in de Lange Noordstraat, wijk L nummer 127. Dit is niet maar zo een pand, maar het immense Het Groote Huis, heden ten dage nr. 39 en Rijksmonument. Vanaf 1795 had sociëteit De Vergenoeging een aantal jaren een gedeelte in gebruik. Mogelijk dat de familie ook een gedeelte gebruikte sinds de koop in 1812. Erfgenaam Pieter Hendrik stootte het in 1826 af. Hem vinden we met zijn gezin in de Korte Noordstraat terug.

Na het overlijden van Pieter Seijbel plaatste ‘Wed. P. Seybel geb. Seybel’ een advertentie in de Middelburgsche Courant van 27 juni 1822 waarin ze aankondigde dat de ‘Affaire’ door haar en haar zoon gecontinueerd zou worden. 

Op 11 mei 1826 gaven Pieter Hendrik Seijbel en Johanna Kievits elkaar het ja-woord. Johanna was in Waspik katholiek gedoopt op 17 mei 1798 terwijl haar moeder dat niet was. Als geboorteplaats komt ook het aangrenzende Capelle in de Langstraat voor, waarmee Sprang-Capelle is bedoeld. Het echtpaar kreeg 5 kinderen van wie er 3 volwassen werden. Die kinderen werden geboren in de Korte Noordstraat. Daar zou op 6 juni 1848 ook de moeder van Pieter Hendrik Seijbel overlijden. De aangifte werd gedaan door de zoon en Pieter Sloover (broer van Hendrik), schilder en neef. En dan komt het: de weduwe Pieter Seijbel heet ineens Pieternella van Hemert. Onder deze naam is ze eerder nooit in de administratie verschenen. Bij de akte is geen enkele verklaring of verwijzing naar ouders.

Toen Pieter Hendrik op 14 april 1861 betrapt werd bij het ‘werpen van vuilnis in een binnen haven’, volgde op 15 mei de veroordeling tot het betalen van een boete van ƒ 3. Hij verkoos een dag te zitten, wat plaatsvond van 16 op 17 november. Bij die inschrijving in het Huis van Bewaring werd hij zoon van Pieter Seijbel en Petronella van Hemert genoemd.

In februari 1862 overleed Johanna Kievits. Pieter Hendrik zou haar op bijna 75-jarige leeftijd op 6 mei 1874 volgen. De ambtenaar noteerde als naam van zijn moeder … Pieternella Seijbel.

Arnold Wiggers

Het Groote Huis, Lange Noordstraat 39 omstreeks 1930. In 1795 gedeeltelijk in gebruik genomen als sociëteit door De Vergenoeging. In 1812 gekocht door Pieter Seijbel. Dit bezit werd in 1826 door zoon Pieter Hendrik verkocht – Zeeuws Archief, Beeldbank. Foto W.A. J. Mes