Stadstekenklas tekent Bolwerk in Dauwendaele

Een kaart van Dauwendaele getekend door de Stadstekenklas

De Stadstekenklas, groep 5 van Basisschool het Element uit Dauwendaele, de klas van meester Yordi Wieland, had vandaag de voorzitter van de Teeken Akademie op bezoek, Arnold Wiggers. En kunstenaar Liesbeth Labeur. Met de klas hebben we het vandaag gehad over topografie. Op de kaart van Middelburg hebben we opgezocht waar de school ligt. En waar het stadhuis ligt, dat we de vorige keer tekenden. En Dauwendaele.

We hebben ook nog een stukje geschiedenis besproken. Over het bolwerk, dat vroeger rond Middelburg liep, en dat er nu nog steeds een stukje bolwerk in Dauwendaele ligt. We bekeken een oude kaart van Middelburg, gemaakt door Cornelis Goliath. Het kanaal was er toen nog niet. Soms was het een beetje abstract om over de kaarten te praten, maar er zijn desondanks prachtige plattegronden van Middelburg gemaakt. Heerlijk om te zien wat er allemaal getekend wordt door onze Stadstekenklas. Met plezier was de Teeken Akademie op bezoek en tot de volgende keer.

De Stadstekenklas bekijkt de kaart van Goliath – foto: L. Labeur
de kaart van Goliath uit 1657. Gravure, ca 1690 – Zeeuws Archief, Zelandia Illustrata I-294
Tijdens de tekenles over kaarten – Foto: L. Labeur
Een kaart van Dauwendaele getekend door de Stadstekenklas
Een kaart van Dauwendaele getekend door de Stadstekenklas
Tijdens de tekenles over kaarten – Foto: L. Labeur
Een kaart van Dauwendaele getekend door de Stadstekenklas
Een kaart van Dauwendaele getekend door de Stadstekenklas
Een kaart van Dauwendaele getekend door de Stadstekenklas

Sloover

Kijkje door de Wal op de Lange Jan. De straat links is de Kapoenstraat. Het pand links vooraan (Inboedels S.B. Suurmond) zou B 99 geweest kunnen zijn, waar Pieter Sloover en later zijn zoon Karel hun schilderszaak hadden. Fotograaf onbekend, ca. 1920 – Zeeuws Archief, Verzameling Beeld en Geluid, nr. 400

Om de prijswinnaars uit de familie Sloover en Seijbel goed in beeld te krijgen moeten we naar Goes. Engel Sloover (1776-1853) was daar bij zijn huwelijk met Anna Seijbel (ca. 1789-1811) in april 1797 een timmermansknecht. Nog in het zelfde jaar stond hij te boek als slager. Op zich niet zo gek, omdat zijn vader ook slachter (slager) was. Engel had nog meer in zijn mars: in 1811 komt hij in de administratie voor als (varkens)slager en bakker. Na de dood van Anna huwde hij Dorothea Verdonk (1789-1851) en groeide het gezin verder. Het lijkt erop dat de oudste zoon Hendrik (1800-1832) naar zijn oom Pieter Seijbel, meester timmerman in de Lange Noordstraat in Middelburg is gegaan en daar een opleiding heeft gekregen, die op de Teeken Akademie verder werd verfijnd. In 1821 ontving hij een aanmoedigingsprijs in de 2e klasse bouwkunde. Behalve dat hij als loteling vanaf 1820 met regelmaat voor zijn nummer moest opkomen weten we niet veel van hem. In 1831 werd hij ‘finaal ontslagen’ uit de militie vanwege bloedspuwing. Hij overleed ongehuwd in september 1832.

Zijn ietwat jongere broer Pieter (1801-1858) treffen we ook in Middelburg aan. Niet als timmerman, maar als schilder. Hij moet beslist talentvol zijn geweest en heeft voor zijn vestiging in Middelburg zijn opleiding aan de Tekenschool in Goes gehad waar hij verschillende keren (1820 en 1821) onderscheiden is. In 1824 huwde hij te Middelburg Pieternella Duivenee (1802-1879). Alleen hun zoon Karel (1826-1879) bereikte de volwassen leeftijd. 

In augustus 1834 begon Pieter Sloover een ‘schildersaffaire’ in de St. Pieterstraat. Hij hanteerde ook het penseel. Zo schilderde hij in 1845 vermoedelijk een schoorsteenstuk met enkele zeilschepen en een roeibootje (De Wete 1992). In 1840 was zijn zaak verplaatst naar de Wal, waar hij niet alleen als schilder, lijstenmaker en vergulder zijn geld verdiende, maar ook als depothouder voor middelen tegen wandluizen. Al snel blijkt uit de advertenties dat Sloover zelf de middelen aanbracht, wat wel een gifspuit zal zijn geweest. Vermoedelijk was dat middel verre van onschuldig waardoor zijn sterfbed (1858) tot ‘een langdurig en smartvol lijden’ maakte. Zijn weduwe zette de firma voort onder de naam Wed. P. Sloover & Zoon. 

Zoon Karel werd in 1841, 1843 en 1845 aan de Teeken Akademie onderscheiden voor zijn tekenwerk. Gehuwd was hij in 1852 met Cornelia Johanna Prince (1825-1913). Al snel volgden 2 kinderen (1853 en 1854) en dan lijkt er iets aan de hand te zijn geweest. Kort nadat de zaak door Karel en zijn moeder werd overgenomen in juni 1858, verscheen een advertentie van de firmanten in de Middelburgsche Courant waarin gewaarschuwd werd niets te borgen aan Cornelia Prince, ‘also zij voor geene betaling instaan’. Het zal goed gekomen zijn, want vanaf juli 1859 werden tot 1868 nog 7 kinderen geboren. 

Ook Karel Sloover bleef zich aanbevelen voor het ‘zuiveren van wandluizen’, wat ook hem parten gespeeld zal hebben. Net als zijn vader stierf hij relatief jong en volgens zijn weduwe ook ‘na een langdurig lijden’. Een zoon (Pieter) werd ook schilder en diens zoon (Karel) was leraar schilderen aan de Middelburgse Ambachtschool, een voortzetting van de Teeken Akademie. In Goes bleef tot december 1970 een Sloover een slagerij exploiteren 

Arnold Wiggers

De metselaars Jan Jacobus en Willem Cornelis van Heulen

Hans Hermann (J.E.R. Herrmann)(1858-1942), De Middelburgse vleeshal, 1887. Olieverf op doek. Vers vlees werd in de vleeshal verkocht, het slachten gebeurde elders. Het naambordje links vermeldt R[obertus] Meertens. Vader en zoon (beiden Robertus) waren vleeshouwers. Vader ging in 1889 failliet.

Van de 4 kinderen van Willem van Heulen die in 1821 de erfenis mochten verdelen, was Jan Jacobus de enige zoon. Zijn geboortedatum kennen we uit de huwelijkse bijlagen die hij en zijn bruid Johanna Zegers (Bergen op Zoom 1798-1871) bij hun huwelijk in 1818 moesten overleggen. Dat wil zeggen, voor de Nationale Militie was hij op 4 april 1793 geboren en volgens het geboorteregister van de Nederduits-gereformeerde (hervormde) kerk op 20 september. Dat laatste zal eerder kloppen, omdat daar ook bij staat dat hij op 29 september gedoopt is. Uit het Certificaat van de Nationale Militie komen we in elk geval te weten dat hij 5 voet en 3 duim groot was wat neerkomt op nog geen 1 meter 60, bruin haar en bruine ogen had en geen bijzondere kenmerken. Al met al goedgekeurd en niet opgeroepen. 

Ondertussen had hij aan de Teeken Akademie lessen in de bouwkunde gevolgd, wat hem goed afging, getuige de uitverkiezing tot primus in de 4e klas in 1810. Het verwondert dan wel om in de Middelburgsche Courant van 10 november 1818 te lezen dat hij een ‘Affaire als Vleeschhouwer’ is begonnen. Geen slagerij zoals tegenwoordig. Vleeshouwer, slachter of slager waren beschermde beroepen. Verkoop van (vers) vlees gebeurde tot 1900 alleen in de vleeshal naast het stadhuis. Geslacht werd op andere plaatsen, die alle onder controle van ambtenaren stonden. Geconserveerd vlees (gedroogde en gerookte worsten, hammen en dergelijke) was wel in winkels te koop.  

Ruim een week later is de trouwerij van Jan Jacobus (vleeshouwer) en Johanna (particuliere). De eerste van hun 5 zonen, Willem Cornelis, werd op 13 november 1819 in de Korte Noordstraat geboren, in 1822 zoon nummer 2 op de Lange Burg wijk B 11 en nummer 3 in 1829 iets verderop in de straat. Bij die aangifte gaf Jan Jacobus op dat hij winkelier was en bij zoon nummer 4 in 1835 en 5 in 1838 noteerde de ambtenaar ‘metselaar’. In zijn overlijdensakte in oktober 1860 werd hij timmerman genoemd, wat beter aansluit bij zijn Teeken Akademie-opleiding dan slachter.

De oudste zoon Willem Cornelis van Heulen (1819-1871) bezocht net als vader en grootvader de Teeken Akademie. Ook hij werd onderscheiden en wel in 1839 toen hij primus in de 3e klasse bouwkunde werd. Toen hij op gevorderde leeftijd op 17 juni 1857 de weduwe Engeltje Huisman (1827-1911) trouw beloofde, was er van dit paar een dossier ‘huwelijkse bijlagen’. Daaruit valt op te maken dat Willem Cornelis kleiner dan zijn vader was (nog geen 1 m 50) en blauwe ogen had. Van beroep was hij metselaar, wat zijn vader destijds ook was. 

Engeltje was weduwe van de winkelier Gillis Haccou (1821-1855) met wie ze twee kinderen had. Samen kregen Willem Cornelis en Engeltje 5 dochters van wie er 3 volwassen werden. In 1858 stond het gezin ingeschreven in Vlissingen, waarschijnlijk voor een grotere, tijdelijke metselklus. In september 1859 waren ze terug in Middelburg. Toen werd Jannetje van Heulen geboren, in de Latijnseschoolstraat waar halfbroer en -zus Haccou en haar oudere zusje Johanna Engeltje ook het levenslicht zagen. Het laatste adres in Middelburg was op de Molenberg, waar in 1865 de jongste dochter geboren werd en kort daarop stierf. Vervolgens ging het gezin naar Den Haag, waar metselaar Willem Cornelis op 24 januari 1871 overleed. Zijn weduwe volgde hem op de laatste dag van maart 1911 als Scheveningse. 

Arnold Wiggers

Latijnse Schoolstraat 8. Een van de adressen waar Willem Cornelis van Heulen heeft gewoond. Foto: Arnold Wiggers 18-09-2025