Leerlingen uit de familie Van der Harst: Johannes Hendrik

Johannes Hendrik van der Harst (1853-1929), ‘Molen van het Seisbolwerk te Middelburg’. Olieverf op doek, 19 x 30 cm – Zeeuws Museum, Collectie ZM (M64-128)

Een andere kleinzoon van Abraham van der Harst die een onderscheiding op de Teeken Akademie kreeg, was Johannes Hendrik (1853-1929). In 1865 was er voor hem een getuigschrift. Waarvoor is niet bekend, maar het tekentalent van de dan twaalfjarige, zoals dat later overtuigend tot uiting kwam in zijn schilderijenproductie, is toen al door de curatoren onderkend. 

Hij was de zoon van winkelier Jan Jacobus (1823-1899) die samen met zijn broer Johannes Gerardus een pakhuis op de hoek Groenmarkt – Lange Burg had. Zijn moeder was Wilhelmina Pieternella Dikkenberg (1823-1883), telg uit de in Middelburg rijk vertegenwoordigde koekebakkersfamilie met die naam. Het echtpaar kreeg 12 kinderen waarvan er 7 volwassen werden. Bij het overlijden van Jan Jacobus bleek de zuivere nalatenschap ruim ƒ 140.000. Afgezien van wat schenkingen aan kleinkinderen ging 5/7 naar 4 dochters en Johan Hendrik. Een 5e dochter, Pieternella Maria werd nadrukkelijk uitgesloten. Haar 1/7 deel ging naar de jongste, net als zijn vader Jan Jacobus (1867-1948) geheten en huisarts in Koudekerke die zo 2/7 deel van de erfenis kreeg. Ongetwijfeld een opzetje om het erfdeel niet in het net uitgesproken faillissement van haar man, de grote Vlissingse aannemer H.J. Ganderheijden, te laten verdwijnen …

Johannes Hendrik werd eind 1882 benoemd als 2e klerk ter griffie van de Polder Walcheren. Per 1 januari 1886 promoveerde hij tot ontvanger van de Polder, wat hij bleef tot zijn pensionering per 1 januari 1925. Een rimpelloze carrière. Intrigerend is de periode tussen zijn huwelijk gesloten in Goes in 1877 met de Thoolse Marina Leena Bathelina van Daalen (1854-1936) en zijn intrede bij de Polder. Bij zijn huwelijk -hij is dan 24 jaar- heeft hij geen beroep, doch bij de aangifte van zijn eerste, levenloze zoon in Wissenkerke in november 1878 is hij landbouwer. Uit de kranten valt het volgende te reconstrueren: hoogzomer 1877 liet P. Roetert Tak op de hofstede Steenhove bij Geersdijk alle levende have, vruchten te velde, gereedschappen en rijtuigen veilen. In het najaar blijken Johannes Hendrik en zijn zwager Pieter Kornelis van Daalen het landbouwbedrijf te exploiteren en in de bijbehorende villa te wonen. Tot de zomer van 1882, toen opnieuw alles onder de hamer kwam. Johannes Hendrik, zijn vrouw en 2 kinderen moeten naar Rotterdam zijn getrokken. De baan bij de Polder moet vervolgens zijn redding geweest zijn. In juni 1883 werd in Middelburg de tweede zoon geboren. Beide jongens werden arts. 

Zeker gedurende zijn ambtelijke loopbaan heeft Johannes Hendrik geschilderd, met een voorliefde voor landschappen. Hij exposeerde (Rotterdam 1891) en verkocht ook, wat de opsteller van zijn necrologie in de Middelburgsche Courant van 27 mei 1929 tot de conclusie bracht dat van zijn werken ‘nog zeer velen thans de vertrekken van liefhebbers van goede schilderijen sieren.’ Nog bekender als kunstschilder is zijn zuster Maria Abrahamina (1862- 1938). Beiden zullen hun talent verder hebben kunnen ontplooien door lessen te volgen of contacten te leggen met schilders op Walcheren, die tijdens hun leven in steeds grotere getalen het Zeeuwse licht kwamen vastleggen.

Arnold Wiggers

Maria Abrahamina van der Harst (1864-1938), Dode vogeltjes’. Aquarel.
Zeeuws Museum, Collectie ZM (M64-129-01/07)


Steenhove bij Geersdijk, woonhuis (ca. 1840) links en schuur – Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

Leerlingen uit de familie Van der Harst: Johannes Jacobus

De Pottenmarkt richting Grote Markt met rechts de luifel van apotheek Van der Harst (Pottenmarkt 3). Stereofoto, ca. 1920. Fotograaf onbekend – Beeldbank Zeeland recordnr. 11046

Met Johannes Jacobus van der Harst zitten we midden in de apothekerstak van de familie Van der Harst. Het stukje over zijn wel en wee kan kort blijven: Hij werd nog geen 23 jaar oud. 

Waar zat hij in de sterk uitgedijde familie in de negentiende eeuw? Viskoopman Leendert van der Harst (1756-1829) en zijn oudste zoon Leendert junior (dat wordt ook diverse malen officieel aan zijn naam toegevoegd) (1787-1835) waren winkeliers. Leendert jr. was getrouwd met Catharina Geertruy van den Bosch (ca. 1787-1854). Vier van hun kinderen (allen zonen) werden volwassen en de jongste Johannes Jacobus (1823-1887) zou de eerste apotheekhouder in de familie worden. Hij nam de apotheek van A.G. de Wolf gevestigd in 2 panden op de Pottenmarkt (nr 3 en 5) per 1 mei 1847 over en wist er de best beklante van Middelburg van te maken. J.C. de Man wees er in zijn biografie van Van der Harst nog eens op dat dat bepaald geen peulenschil was, gezien het getal van 24 apotheken in 1868. 

Eenmaal zelfstandig huwde Johannes Jacobus in 1848 met de smidsknechtendochter Hendrika Pieternella Geldof (1830-1887). Tussen 1849 en 1853 werden drie kinderen geboren. De oudste, Leendert Karel (1849-1925), zag op Pottenmarkt 5 het levenslicht en zou de apotheek tot nog grotere bloei brengen. Hij liet de gevels van de historische panden restaureren die in mei 1940 verloren gingen. De tweede zoon was de jonggestorven Johannes Jacobus (1851-1874) waarover straks meer. Een derde kind Suzanna Maria stierf in augustus 1853 veertien dagen na haar geboorte. Dan duurde het tot 1861 voordat het wiegje, nu op nr. 3, weer gevuld zou worden. Opnieuw een Suzanna Maria die jong stierf (22 jaar) net als de in 1868 geboren Anna Wilhelmina (17 jaar). Jan Cornelis (1866-1928) werd ook apotheker in Middelburg. Hij kocht de apotheek De Blaecke De Ligny & Zoon aan de Kortedelft en zette de zaak onder die naam voort. 

Johannes Jacobus junior was 15 jaar oud toen hij in 1866 primus in de tweede klas naar prent werd. Een opleiding aan de toen nog bestaande Latijnse school (voorloper van het gymnasium) heeft hij niet gevolgd. J.C. de Man weet te melden dat hij zeer getalenteerd was en medicijnen had zullen studeren. Toch noemt hij geen inschrijving aan de Middelburgse Geneeskundige School. Wel zal hij bij een apotheker in de leer zijn geweest. In elk geval werd hij in zijn overlijdensacte hulpapotheker genoemd. De oorzaak van zijn vroege verscheiden was volgens De Man de tering. 

Arnold Wiggers

Pottenmarkt 3 en 5. Links de apotheek Van der Harst, rechts het woonhuis na de restauratie. Prentbriefkaart Gebr. Van Straten ca. 1910. Fotograaf onbekend – Beeldbank Zeeland recordnr. 14366

Leerlingen uit de familie Van der Harst: Leendert Johannes

Hoek Groenmarkt-Lange Burg (rechts) met het bedrijfspand van de firma Van der Harst, ca. 1910. Fotograaf onbekend – Beeldbank Zeeland, record nr. 69435

Zeg Van der Harst en menigeen in Middelburg of op Walcheren zal een link leggen met geneeskundigen, apothekers of het notariaat. Toch stond de stamvader iets dichter bij de doorsnee Walchenaar. In 1784 vestigde Leendert van der Harst zich op de Middelburgse Groenmarkt als viskoopman. Gezien zijn afkomst -geboren in Scheveningen- was dat beroep niet zo vreemd. Z’n assortiment bestond al vrij snel naast vis uit ‘Chinaas-appelen’ en citroenen, kastanjes en andere seizoensproducten zoals de inmiddels vergeten aardakers of aardmuizen, knollen van een lathyrusvariant die in Zeeland destijds nog wel verbouwd werden. Ook hammen en worsten werden aangeboden. Uit zijn huwelijk met Johanna le Duc (ca. 1762-1825) werden 8 kinderen geboren: 2 meisjes en 6 jongens, van wie er 4 eveneens een winkel begonnen. Vader en de zonen trokken gezamenlijk op, wat resulteerde in advertenties in de Middelburgsche Courant waar de clientèle geattendeerd werd op verschillende adressen in de stad waar bij een Van der Harst dezelfde producten gekocht konden worden. 

De Teeken Akademie lag bij de tweede generatie niet zo op de route. Naast de 4 zonen die een winkel bestierden, volgden de andere 2 een opleiding tot kleermaker en schoenmaker. Onder de kleinzonen van Leendert (1756-1829) komen de eerste apothekers voor. Inmiddels was het aantal nazaten in de derde en vierde generatie fors opgelopen. Een drietal werd op de Teeken Akademie bekroond. In 1859 was dat Leendert Johannes van der Harst (1846-1897), zoon van Johannes Gerardus (1815-1897) en Johanna Hendrina Vlieger (1817-1879). Die was op zijn beurt een afstammeling uit de lijn van de tweede, zeer succesvolle zoon van Leendert en Johanna, Abraham (ca. 1788-1859), getrouwd met Maria Witte (ca. 1790-1871). Abraham was zeer succesvol in zaken en behoorde na 1850 tot de 100 hoogst aangeslagenen voor de belasting. Het vermogen van zoon Johannes Gerardus werd in 1897 op een kleine ƒ 190.000 bepaald, waarmee de sociale stijging van (een gedeelte) van de familie kleur krijgt.

Geboren werd Leendert Johannes op het adres C87 aan de Groenmarkt, waar ook zijn vader het levenslicht zag. Een oudere broer en zus werden geboren op C 88. Beide panden die later Lange Burg 59 en 61 genummerd zouden worden lagen schuin tegenover het grote pakhuis van de firmanten (broers) Johannes Gerardus en Jan Jacobus van der Harst (1823-1899) op de hoek van de Groenmarkt en Lange Burg, wijk B nr. 26.

Leendert Johannes ontving in 1859 een getuigschrift op de Teeken Akademie. Aan hem hebben zowel Nagtglas als De Man een lemma in hun Zeeuwse biografische geschriften gewijd. De meest uitgebreide en sympathieke levensschets is in het Nieuws Nederlandsch Biografisch Woordenboek uit 1911 te vinden. Ingeschreven in 1863 aan de Geneeskundige School in Middelburg (1822-1866) kon hij na de sluiting van de opleiding verder aan de net opgerichte Middelburgse HBS. Vervolgens ging hij naar de Farmaceutische School in Deventer, waarna hij in 1869 slaagde voor het staatsexamen apotheker. Onderwijl had hij een onderwijsbevoegdheid gehaald en werd hij aansluitend leraar aan de HBS in Utrecht. Vanaf 1873 tot zijn dood was hij aan de Veeartsenijschool aldaar verbonden. Een geboren docent die zijn gehoor wist te boeien met een ‘artistiek gemoed’ en zijn uitleg illustreerde met sierlijke tekeningen. Daar betaalde de Teeken Akademie zich dan uit! In 1884 promoveerde hij tot doctor in de farmacie. In het NNBW was Leendert Johannes opgeruimd, geestig, eenvoudig en altijd bereid tot hulp. De Man (die hem gekend heeft) typeerde hem toch wat anders: Een ‘eerzuchtige man’ op academisch niveau. ‘Zooals meer begaafde menschen, was ook hij prikkelbaar van natuur’. Zijn laatste levensjaren werden versomberd door suikerziekte, weet De Man nog te melden. Hij liet een weduwe en 2 zonen na.

Arnold Wiggers

Winkel Van der Harst in de Lange Burg ca. 1910. Fotograaf onbekend – Beeldbank Zeeland recordnr. 9938