Michiel Paalvast nieuwe Stadstekenaar Middelburg 2025

Michiel Paalvast is de nieuwe Stadstekenaar Middelburg 2025 – Foto Liesbeth Labeur

Michiel Paalvast is vanmiddag, 20 maart 2025, door het bestuur van de Teeken Akademie aangesteld als Stadstekenaar 2025. Wie is Michiel Paalvast? Bekend als schilder heeft hij zich in de afgelopen jaren ook toegelegd op tekenen. Daarin heeft hij een eigen handschrift ontwikkeld. Hij werkt graag en veel in de open lucht (en plein air) bij voorkeur met natuurlijke materialen.

Voor 2025 wil de Teeken Akademie een serie tekeningen laten maken waarin de natuur in de stad centraal staat. Michiel heeft met zijn indrukwekkende tekeningen laten zien dat hij bij uitstek degene is die dit onderwerp op een originele manier vorm kan geven. Na de reeksen van tekeningen van (minder) bekende hoeken van Middelburg, wordt daar in 2025 een serie stadsgroen aan toegevoegd. De werken zijn te zien op de website van de Teeken Akademie en worden in het Zeeuws Archief bewaard.

De band tussen de Stadstekenaar en Middelburgers (inwoners en passanten) wordt versterkt door het organiseren van publieksevenementen waarin het publiek onder leiding van de Stadstekenaar tot tekenen van de natuur wordt aangemoedigd.

Voorzitter van de Teeken Akademie, Arnold Wiggers (links), en Michiel Paalvast (rechts) ondertekenen het contract voor Stadstekenaar Middelburg 2025 – Foto Teeken Akademie
De vleugelnoot – Michiel Paalvast 2025
Zicht op het Damplein vanaf de Korte Delft – Michiel Paalvast 2025
Park Torenvliet – Michiel Paalvast 2025
Illustratie bij workshopprogramma ‘groen in grijs, rondje Bolwerk met schetsboek’ – Michiel Paalvast 2025

Boomkweker in de stad

Steendruk naar een tekening van J.F. Schütz, Nieuwe aanleg bij de Koepoort, 1850 – Zeeuws Archief, Collectie KZGW ZI-IV-110
Steendruk naar een tekening van J.F. Schütz, De Noordpoort en Buiten Cingel te Middelburg, [1850] – Zeeuws Archief, Collectie KZGW ZI-IV-0111

Van bloemperken en bomen in de straat tot parken en soms zelfs stadsbossen; het openbaar groen in een stad neemt vele vormen aan. En dat is helemaal geen nieuwe uitvinding. Voor stadsbestuurders was al snel duidelijk dat voor een leefbare stad groen onontbeerlijk was. Uit de 18e eeuw zijn Middelburgse verordeningen voorhanden waarin de ijverig schrobbende dames aan de kaaien opgedragen wordt geen (brak) water uit de haven te gebruiken, omdat dat de door de stad aangeplante boompjes ter ziele hielp. Een grote klapper werd gemaakt met het vervallen van de militaire functie van de bolwerken in 1842. Ze werden door Karel George Zocher (1797-1863) omgetoverd tot het langste stadspark van Nederland. 

Particulieren bezaten natuurlijk ook tuinen en die bij de Walcherse buitens namen parkachtige vormen aan. Voor al dat menselijk ingrijpen in de natuur was plantgoed nodig. Daarin voorzagen bloemisten en boomkwekers. Een zo’n boomkweker was Isaac le Clercq (1759-1830). In de Middelburgsche Courant van 16 oktober 1800 plaatste hij de volgende advertentie: ‘By J le Clercq, op den Burgt, en aan deszelfs Boomkweekery op de Noordweg, even buiten de Stad Middelburg, zyn voor het aanstaande plantsaisoen te bekomen, alle zoorten van Olme, Esse, Linde, Else en Populiere Plantsoenen, differente Fruitboomen in zoorten, en voorts het geen in een compleete Boomkweekery behoort.’ Zijn eerste vrouw Cornelia Sanders (ca. 1762-1804) schonk hem maar liefst 15 kinderen, waaronder 7 zonen van wie Cornelis (ca. 1799-1876) de jongste was. In 1818 vroeg Isaac voor hem vrijstelling van militaire dienst aan, vermoedelijk omdat Cornelis hem hielp in de boomkwekerij en hem ook zou opvolgen. Deze Cornelis was in dat jaar aan de Teeken Akademie primus in de 2e klas naar prent. Zonder dat het in de advertenties van vader Isaac of zoon Cornelis werd genoemd, is het aannemelijk dat zij ook tuinontwerpen maakten. Hun concurrenten vader en zoon Van de Putte met een kwekerij ‘vooraan op de Seisweg’ adverteerden er wel mee.  

In november 1829 nam Cornelis de boomkwekerij van zijn vader over. Op 1 juli 1830 huwde hij Suzanna Maria de Waal (ca. 1808-1832) die na de geboorte van haar tweede zoon stierf. Zijn tweede vrouw Pieternella Maria Mortier (1803-1835) stierf na de geboorte van haar levenloze dochter. Zijn derde vrouw Gerarda Wilmina Kleijn (ca. 1811-1900) werd tussen 1838 en 1847 7 maal moeder. Hij huwde haar in Boskoop, waar haar vader ook boomkweker was. Wonen deed het gezin in de Bogardstraat, daarna op het Hofplein. 

Op 27 december 1847 werd aan de Noordstraatweg de hofstede Onrust met ruim 15 bunder grond, boomkwekerij, bouw- en weiland verkocht. De advertentie in november waarin Le Clercq bomen aanbood tegen verminderde prijzen wordt hierdoor verklaarbaar. Bij de aangifte van zijn jongste kind geboren op 16 december 1847, staat Cornelis le Clercq te boek als ‘particulier’. Toch bleef Cornelis le Clercq bomen verkopen, eerst nog vanaf het Hofplein en vanaf mei 1849 vanuit de Brakstraat. Na 1850 adverteerde hij niet meer. Vanaf 1857 was hij als houtteller en koolweger in dienst van de stad.

Zijn zoon Dirk Leendert (1844-1891) volgde ook lessen aan de Teeken Akademie en kreeg in 1857 een getuigschrift. Hij zou huisschilder in Aardenburg worden. Hij huwde daar Catharina Pieters (1845-1910), weduwe van Bernard Johannes Cornelis Haaksman de Koster (1836-1888), eveneens huisschilder.

Arnold Wiggers

Vooral verhuur

Het Misverstand, Koepoortstraat 20, 2025 – Foto Teeken Akademie

Het Misverstand, zo heet tegenwoordig het pand op de hoek van de Koepoortstraat en de Verwerijstraat. Een huisnaam gekozen door een vertwijfelde eigenaar? 50 jaar geleden werd de lijstgevel met een plank over dwars op zijn plaats gehouden. Foto’s daarvan zijn te vinden op Beeldbank Zeeland, die helaas niet vrij te gebruiken zijn. Rond 1900 was aan de zijkant een grote geverfde reclame voor margarine aangebracht, die vervolgens langzaam afgebladderd is. 

Zou Adriaan Hemert van Breda (1784-1835) al die keren dat hij bij de ‘Middelburgse strafinrichting’ (de gevangenis op de Kousteensedijk op de plek van de huidige Rechtbank) werd binnengebracht, dat ook een ‘misverstand’ hebben genoemd? In 1816 zat hij 5 weken voor belediging en in 1818 werd hij gegijzeld, mogelijk vanwege betrokkenheid bij diefstal, wat in 1819 op detentie uitdraaide. In 1823 bleef het bij een boete vanwege een overtreding ‘op het stuk der nieuwe maten en gewichten’. In dat jaar was er meer ellende. Op 3 april onstond een korte brand in zijn pand, wijk N 36, waaronder destijds Koepoortstraat 20 en de panden Verwerijstraat 2 en 4 werden begrepen. Het liep relatief goed af door het ingrijpen van de spuitgasten en hun brandspuiten. 

Adriaan Hemert van Breda huwde in februari 1813 Johanna Christina Meijer (1790-1845). Op 4 december van dat jaar werd Lambert Cornelis geboren in de Koepoortstraat 20. In 1818 volgde een vrouwelijke tweeling en op 11 juli 1819 zag Johannes Frederik Adriaan het levenslicht. Van Breda had een stal in de Verwerijstraat en was bekend als (huur)koetsier. Daarnaast stond hij ook te boek als winkelier. In de Middelburgsche Courant zijn verschillende advertenties te vinden waarin hij gedroogd hout en bakkersmusters (takkenbossen voor ovenstook) aanbood, naast tarwebloem, varkensmesting (voer) en een stel paarden. Eind mei 1827 werd een openbare verkoping in zijn stal aangekondigd. Liefst 11 verschillende rijtuigen en een slede moesten aan de man worden gebracht. Aan trekkracht waren er 2 bruine werkpaarden (een ruin en een merrie), twee zwarte Gelderse merries en een gedresseerde bok met tuig en wagen. Verdere levende have bestond uit 2 vaarzen en 2 varkens. 

Na zijn dood toen het bezit werd geïnventariseerd voor de successierechten, was er relatief veel onroerend goed, vooral in dezelfde buurt, dat verhuurd werd. Dat exploiteren van veelal kleinere woningen en werkplaatsen hebben zijn beide zonen voortgezet, mogelijk gezamenlijk. Beiden staan te boek als timmerman. Lambert Cornelis (1813-1889) kreeg aan de Teeken Akademie in 1840 een aanmoedigingsprijs in de 2e klas bouwkunde. Zijn jongere broer Johannes Frederik Adriaan (1819-1898) was duidelijk de meer getalenteerde. Jaarlijks won hij in de jaren 1837-1840 in de klassen bouwkunde prijzen en in 1843 zelfs de medaille als primus bouwkunde. Van een aannemerij van de een, de ander of samen is geen sprake. 

Lambert Cornelis trad in het huwelijk met Antoinette Jeanne Plankeel (1810-1875) met wie hij 5 kinderen had. Hij woonde in het pand wijk N 36 (Koepoortstraat 20). Zijn jongere broer verloor maar liefst drie vrouwen in het kraambed: Elisabeth de Pla (1816-1851), Hendrina Francina Cornelia Johannissen (1835-1857) en Cornelia Wilhelmina van Ooijen (1826-1869). Twee dochters uit dit laatste huwelijk overleefden hun vader. Die vond in augustus 1880 in de 41-jarige Anthonetta Johanna Kruijsse zijn vierde vrouw. Ook haar moest hij in juli 1893 ten grave begeleiden.

Arnold Wiggers

Verwerijstraat met rechts de buitengevel van Koepoortstraat 20, 2025 – Foto Teeken Akademie
Verwerijstraat met rechts de buitengevel van Koepoortstraat 20, ca 1935. Fotograaf onbekend – Zeeuws Archief, HTA Middelburg P-1020
Verwerijstraat met rechts de buitengevel van Koepoortstraat 20, ca 1910. Fotograaf onbekend – Zeeuws Archief, Collectie KZGW ZI-II-2534