Stadstekenklas 2024-2025 is groep 6 van De Aquamarijn

tekengymnastiek met de Stadstekenklas, groep 6 (klas 4) van De Aquamarijn

Het was voor ons de eerste keer ook even zoeken toen we met juffrouw Jacqueline net na de zomervakantie een eerste afspraak hadden. De Aquamarijn? We hadden toch voor de Vrije School gekozen, mede omdat die 50 jaar bestaat? Hoe zit dat? Dat legde juf Jacqueline zo uit: ‘Het bestuur heeft het idee dat ‘Vrije School’ heden ten dage de ouders op het verkeerde been zet, want het onderwijsprincipe van de school heeft niets met vrij zoals in vrijblijvend van doen, maar alles met de ideeën van Rudolf Steiner. Die blijven onverkort de leidraad van het onderwijs op De Aquamarijn.’ Duidelijk.

De Aquamarijn heeft een kleutergroep en dan vervolgens 6 klassen, zoals vroeger overal gebruikelijk. Klas 4 (Groep 6) van deze school is de Stadstekenklas 2024-2025. Op woensdagochtend 30 oktober gingen we opnieuw naar het schoolgebouw op de grens van St Laurens en Middelburg. Juf Jacqueline had de klas voorbereid op ons bezoek. Zo’n 25 gezichten zagen ons komen om bekend te maken dat zij dit jaar de Stadstekenklas zijn. Daar hoort vooraf natuurlijk een korte inleiding bij over de Teeken Akademie. Typisch een taak voor voorzitter Arnold. Hoe maak je 9- en 10-jarigen duidelijk dat de academie al bijna 250 jaar oud is? Weliswaar is de academie begonnen als school, doch inmiddels al langer een organisatie die probeert het tekenen en de belangstelling voor kunst te bevorderen. Hoe leg je dat nu weer uit? De vreugde was er niet minder om toen Liesbeth dat moeilijke gedeelte kon afsluiten met de mededeling dat de klas de Stadstekenklas 2024-2025 is.

Het tekenonderwijs rond 1800 aan de Middelburgse academie bestond uit een drietal fasen: tekenen naar prent, tekenen naar gipsmodellen en als afsluiting het tekenen naar levend model. Na de bekendmaking ging Liesbeth door met de eerste les naar prent. De kinderen kregen een Teeken Akademie-potlood en een blad papier en moesten toen uit het hoofd, zonder voorbeeld, het Stadhuis op de Markt tekenen. Grappig om te zien dat voor een aantal jongens het meest herkenbaar de trap en het bordes bleek te zijn. Die werd onderaan de rand van het vel getekend en helemaal aan de bovenkant de windvaan met de meermin, die ze ook bleken te kennen. Vervolgens werd een groot scherm binnengereden waarop het Stadhuis groot was afgebeeld. Arnold vertelde nog iets over de buitenkant van het gebouw (de graven en gravinnen-beelden). En na dit korte college gingen de stadstekenklas verder met tekengymnastiek. De handen strekken na het luisteren, en ondertussen oefenen met het stadhuis. Een tekening met links tekenen, en dan met rechts. In een halve minuut en met de ogen dicht. Van dichtbij en veraf. Het leverde veel hilariteit op. Na deze rek en strek tekenoefeningen heeft de klas een half uur lang over de laatste tekening gedaan. Het stadhuis tekenen naar prent. De Teeken Akademie had een geweldige ochtend op De Aquamarijn en feliciteert klas 4 (groep 6) nogmaals met de benoeming tot Stadtekenklas. Wordt vervolgd. 

Liesbeth Labeur

Arnold Wiggers

Een tekening van het Stadhuis van Middelburg van Lev van de Stadstekenklas, groep 6 (klas 4) van De Aquamarijn
Een tekening van het Stadhuis van Middelburg van Manue van de Stadstekenklas, groep 6 (klas 4) van De Aquamarijn

PERSBERICHT Groep 6 (klas 4) van De Aquamarijn is Stadstekenklas 2024-25

Groep 6 (klas 4) van De Aquamarijn is Stadstekenklas 2024-25 – foto: L. Labeur

Allemaal blijde gezichten vanmorgen in groep 6 (klas 4) van De Aquamarijn, de school op de grens van Middelburg en St. Laurens die tot voor kort de Vrije School heette. De leerlingen van de klas zijn de Stadstekenklas 2024-2025. De Teeken Akademie wil met het project Stadstekenklas het tekenonderwijs in het lager onderwijs een steuntje geven. Eerder waren klassen van de Archipelschool Het Talent en De Oleanderhof in Arnemuiden de uitverkorenen.

Juffrouw Jacqueline had haar leerlingen al een beetje voorbereid, zodat de komst van voorzitter Arnold Wiggers en bestuurslid Liesbeth Labeur niet helemaal onverwacht was. De vreugde om de uitverkiezing was er niet minder om. De Teeken Akademie is mede op De Aquamarijn gekomen omdat de school (als Vrije School) 50 jaar bestaat.

De Stadstekenklas doorloopt in een aantal lessen het tekenonderwijs zoals dat rond 1800 aan de Teeken Akademie werd onderwezen. Liesbeth Labeur begon meteen na de bekendmaking met de eerste les, het tekenen naar een tekenvoorbeeld. Vandaag was dat een afbeelding op een groot tv-scherm van het Stadhuis op de Markt. Later volgt dan nog het teken naar een driedimensionaal voorbeeld in het Zeeuws Museum en dan nog het tekenen naar een model. Als ‘model’ wordt dan een monument uitgekozen, waardoor de kinderen buiten gaan tekenen.

Afsluitend vindt voor de zomervakantie 2025 een tentoonstelling van dit jaar gemaakte tekeningen in de ZB Bibliotheek van Zeeland plaats.

Stadstekenaars op pad

Stralend. Het weer, de Stadstekenaars en hun onderwerpen. Merel van Rens vroeg via het Instagramaccount Stadstekenaars aan de volgers wat zij en Arian van Dijk deze zaterdag de 26e oktober eens zouden vastleggen. Slot Ter Hooge en Café ’t Hof op de Vlasmarkt rolden daar uit. 

11.30. Op de fiets de Stadstekenaars opzoeken. De mist trok op en Ter Hooge lag te midden van het omringende parklandschap in herfstkleuren te schitteren. Waar zouden ze zitten? Bij de ingang van het wandelgebied stond een fiets. Een kinderpartijtje verliet het bos: vlaggetjes, ballonnen, kinderen en ouders. Getweeën op een bankje met aquarelleerverf de Stadstekenaars. 

14.30. Vlasmarkt. Het Café ’t Hof was dicht. Geen interieurtekeningen dus, maar ook de gevel is de moeite waard om nog eens op papier gebracht te worden. Best opvallend zo’n grijze, cementen(?) buitenkant. Het café maakt door een uithangbord reclame voor een bijzonder biermerk. Ineens een passant met exact dat bord op zijn T-shirt. Volgens mij ziet hij het niet. O ja, de beide panden van het café hebben een apart toegankelijk bovenhuis waardoor het complex maar liefst 4 huisnummers beslaat: 16 tot en met 22. Weer wat geleerd. 

En dan heb je tijd om eens goed naar de straat te kijken. Afwisseling genoeg in de bebouwing. Het lijkt erop dat langzamerhand de straat weer wat opkrabbelt, al ziet in vergelijking met het pand van de Weduwe Abrahams elke gevel er al vlug een keer verzorgd uit. 

Passanten werpen een blik over de schouders van de Stadstekenaars en vinden het werk mooi. Wie ook wil zien wat Merel en Arian op deze mooie zaterdag gedaan hebben, bezoek de accounts van de Stadstekenaars op de sociale media. Ook dit jaar komt er weer een afsluitende tentoonstelling van een jaar Stadstekenaar in De Drvkkerij. Die staat in januari gepland. Tot dan tekenen Merel en Arian lekker door aan hun portfolio ‘Middelburg’. 

Arnold Wiggers

Stadstekenaars 2024, kasteel Ter Hooge – foto: Arnold Wiggers
Stadstekenaars 2024, kasteel Ter Hooge – foto: Arnold Wiggers
Stadstekenaars 2024 – foto: Arnold Wiggers
Stadstekenaars 2024, Café ’t Hof – foto: Arnold Wiggers
Stadstekenaars 2024 – foto: Arnold Wiggers
Stadstekenaars 2024 – foto: Arnold Wiggers

De timmerlieden Van Velthoven en de Teeken Akademie

Middelburgsche Courant, 7 november 1843 – krantenbankzeeland.nl

Per januari 1826 begon Johannes Jacobus van Velthoven (1797-1841) zijn eigen ‘Timmermans-affaire’ ‘op het Molenwater, bij de Bree’. Tegenwoordig is dat de Zuidsingel met uitzicht op de school, destijds lag het aan het water. Bij zijn vader zal hij het vak niet geleerd hebben, want die was schoenmaker. De Teeken Akademie ligt voor de hand als opleidingsinstituut, doch prijzen won hij er niet, waardoor een gang naar dat instituut niet (meer) te bewijzen is. Wel moest hij al vroeg een gezin onderhouden: op 18-jarige leeftijd huwde hij in december 1815 de 4 jaar oudere Anna Maria Cornelia Stemme (1793-1854) die in april 1816 het leven schonk aan een dochter genaamd Maria Adriana (1816-1900). Zij en 3 van haar broers zouden van de negen kinderen de volwassen leeftijd bereiken. 

Zijn zuster Klazina van Velthoven (1800-1836) was getrouwd met timmerman Wilhelm Abraham Born (1798-1851) die om de hoek in de Bree woonde. De verhoudingen moeten goed geweest zijn, anders zou Van Velthoven zich ‘vanwege voortdurende ongesteldheid’ eind december 1832 niet verbonden hebben met zijn zwager tot de firma J.J. Velthoven & W.A. Born. De laatste beval zich in de advertentie nog aan voor beeldhouwwerk. Deze zakelijke liaison in de familie werd geen succes. Al in de Middelburgsche Courant van 21 mei 1833 liet J.J. van Velthoven weten dat per 18 mei jl. het compagnieschap ‘vernietigd’ was. 

Dat het in deze jaren (en daarna) geen vetpot was bij timmerman Van Velthoven kan ook afgelezen worden aan het verzoek aan de Maatschappij tot het Nut van ’t Algemeen in 1831 om de oudste zoon Jacobus van Velthoven (1818-1875) voor hun rekening lessen op Teeken Akademie te laten volgen. Hij was in oktober van dat jaar 14 en had bij meester Johannes Cornelis Reijers (1791-1850) op de Wal lager onderwijs gevolgd, wat ook al betaald was door het Nut. Inmiddels was hij bij zijn vader in de leer. Werd hij in 1831 geplaats, voor 1832 en 1833 besliste de Teeken Akademie op het verzoek van het Nut anders. Toch volgde hij de avondlessen in deze jaren, maar dan voor eigen rekening. Zonder nog een beroep op het Nut te doen, deed hij dat de volgende jaren ook. Met succes: in 1834 bracht hij het tot primus naar ornament en in 1838 ontving hij een aanmoedigingsprijs in de 2e klas bouwkunde. Mocht hij aansluitend in het winterseizoen 1838-1839 ook de cursus in de 1e klas bouwkunde gevolgd hebben, zou dat betekenen dat hij 8 winters op een rij naar de lokalen van de Teeken Akademie toog. 

Uit het archief van het Nut is duidelijk dat de tweede zoon Anthonie (1821-1900) zeker 8 opeenvolgende jaren cursussen aan de Teeken Akademie heeft gevolgd, waarvan 5 voor rekening van het Nut. Hij begon in 1833 toen hij als 12-jarige nog lager onderwijs bij meester Reijers volgde, wat toen door Van Velthoven sr. zelf betaald werd. Vermoedelijk heeft hij ook de bouwkunde lessen gevolgd, waarin hij het al die jaren -net zoals de meeste leerlingen- niet tot primus bracht. 

Voor de derde zoon Philippus (1823-1890) werd zover bekend geen beroep op het Nut gedaan om lessen aan de Teeken Akademie te volgen. Onderscheiden werd hij daar wel. In 1840 was dat als primus in de 3e klas naar prent. Vijf jaar later was hij primus in de 1e klas naar prent. Hoewel timmerman van beroep, moet hij echt tekentalent gehad hebben, gezien zijn advertenties in 1843 en 1847 voor lessen in het ‘Oostersch Bloem- en Vruchtschilderen’ in het pand aan het Molenwater (Zuidsingel). Maar hij bleek van meer markten thuis.

Arnold Wiggers

Zuidsingel in Middelburg. Het timmerbedrijf J.J. van Velthoven& Zonen zat op E 41, wat nu nr. 58 (deel appartementengebouw in het midden) zou zijn – Foto: Arnold Wiggers 08-10-2024

De prijswinnaars Born

De panden achter de Lutherse kerk aan de Bree werden bewoond door leden van de evangelisch lutherse gemeente, zoals Wilhelm Abraham Born en Klazina van Velthoven in het begin van de 19e eeuw op deze hoogte (nr. 30/32) – Foto: Arnold Wiggers 08-10-2024

Soms blijf je aan een naam in de lijst van leerlingen aan de Teeken Akademie hangen en hoop je mooi nagelaten werk te kunnen vinden. Dat is bij de prijswinnaars Born en Van Velthoven niet gelukt. Wel een opeenstapeling van bijzondere levenswendingen, die kleur geven aan het Middelburg van de 19de eeuw. Eerst wat rechtzetten: Wilhelm Abraham Borm zoals hij in de oorspronkelijke lijst (2004) voorkomt, is een leesfout. Hij heette Born. Niet de enige leesfout: wie de familie wil volgen in digitale genealogische bestanden moet vooral ook op Bom zoeken. 

Eerst de familie Born. Wilhelm Abraham Born (1798-1851) was de oudste zoon van Wilhelm Leopold Born (1762-1828), een Luthers soldaat die oorspronkelijk uit Nassau-Dietz kwam en via Nijmegen en Utrecht in Middelburg als koopman was neergestreken. Toen Wilhelm Leopold in 1797 Willemina van Kas (Cats) (ca. 1769-1837) trouwde, kwam zij uit Veere. Wilhelm Abraham won in 1819 een aanmoedigingsprijs in de 2e klas bouwkunde en in 1820 was hij primus in dezelfde klas. Zijn jongere broer Everhard Karel (1810-1876) kreeg in 1825 een aanmoedigingsprijs in de 3e klas naar prent en in 1828 was hij primus in de 4e klas bouwkunde. Het timmervak liet hij echter links liggen. Hij bleef zijn hele leven onder de wapenen en was in verschillende plaatsen als militair gestationeerd. Zijn echtgenote Maria Voeten (1809-1879) vond hij in Bergen op zoom in 1836. Daar werd ook hun oudste kind geboren, daarna een zoon in Terneuzen en dan nog 2 kinderen in Gorinchem. Hij stierf in Breda, zijn vrouw in Boxtel.

Wilhelm Abraham werd wel timmerman. In november 1820 trad hij in het huwelijk met Klazina van Velthoven (1800-1836) met wie hij 9 kinderen had, van wie er 5 volwassen werden. Met zoveel jonge kinderen wekt het geen verwondering dat hij nog in het jaar van overlijden van Klazina van Velthoven opnieuw in het huwelijksbootje stapte. Nu met Elisabeth van der Maat (1796-1872), wat om de een of andere reden geen succes werd. Of het er mee te maken had of niet: het was haar eerste huwelijk en eigen kinderen waren er niet en zouden ook niet volgen. In 1848 werd Wilhelm Abraham met zijn dochters Clasina (1824) en Maria Carolina (1833) in Vlissingen ingeschreven, komend van Amsterdam. In 1849 vertrok hij naar Gorinchem, waar toen zijn broer Everhard Karel woonde. Elisabeth was het zicht op haar man kwijt en begon in 1850 een echtscheidingsprocedure, die op de laatste dag van dat jaar zijn beslag kreeg. En toen kwam aan het rondtrekken een eind. Op 6 september 1851 plaatste Clasina namens broers en zusters een korte advertentie in de Middelburgsche Courant: ‘Den 1 September is te Rotterdam overleden onze Vader, Wilhelm Abraham Born, in de ouderdom van 52 jaren’. 

Clasina en Maria Carolina woonden in deze en volgende jaren (soms) in Middelburg. Halverwege de eeuw was Middelburg een stad met veel armoede en verval. In elk geval Maria Carolina moest tot het uiterste gaan om het hoofd boven water te houden. In 1852 en in 1853 werd ze in het Gasthuis opgenomen met de aantekening dat ze ‘een publieke vrouw’ was met een venerische ziekte. Haar opname werd bekostigd door het armbestuur van de Evangelisch Lutherse gemeente.

Zowel Clasina als Maria Carolina zijn op latere leeftijd getrouwd en in Rotterdam overleden: Clasina in 1912 toen ze 87 was en Maria Carolina 92 jaar oud in 1926. 

Arnold Wiggers

Drie generaties Bosdijk (2)

Kerkgebouw te Westkapelle. (Ontwerp)Tekening van Pieter Cornelis Bosdijk, 1834 – Zeeuws Archief, Collectie KZGW ZI-II-1333

Na Jan Bosdijk zou het ambt van stadsfabriek (stadsarchitect) nog 2 generaties in de familie Bosdijk blijven. In december 1792 huwde zijn oudste zoon Jacobus Bosdijk (1764-1831) met Pieternella van den Boer (ca 1763-1838). Bij dat huwelijk staat aangetekend dat ze uit Veere afkomstig is, hoewel ze een geboren Axelse was. Hun zoon Pieter Cornelis (ca. 1803-1843) volgde zijn vader als stadsarchitect op na hem jaren geassisteerd te hebben. Hun dochter Neeltje (ca. 1799-1834) trouwde de Vlissinger Barcatie (Baratie) Willem Dietz (1798-1864), die als graveur, lithograaf en tekenmeester in Arnhem nog landelijke bekendheid wist te verwerven.

Pieter Cornelis was een succesvolle leerling aan de Teeken Akademie: in 1820 primus in de 3e klas bouwkunde, 1821 primus in de 2e, 1822 primus in de 1e en in 1823 benoemd tot de primus in bouwkunde. In 1826 trouwde hij Elisabeth Pieternella Gondlach (ca. 1808-1888) met wie hij 9 kinderen kreeg van wie er maar 4 volwassen werden. 

In de verzameling historisch-topografische prenten van het Zeeuws Genootschap, de Zelandia Illustrata, zit een tekening van de nieuwe kerk te Westkapelle uit 1834 van de hand van Pieter Cornelis Bosdijk. Door een blikseminslag en de daaropvolgende brand in 1831 was het schip van de middeleeuwse kerk totaal verwoest. Van herstel werd afgezien en de restanten werden afgebroken. Gezien de tekening en ook de maten die er genoemd zijn, lijkt het op een ontwerptekening. Het kwam vaker voor dat de Middelburgse stadsarchitect ook voor andere plaatsen kerken tekende. Hij kende de kneepjes van het vak, waardoor het ministerie van Eredienst dat als grootste betaler toestemming tot bouw moest geven eerder akkoord ging. In dit geval toch niet zonder meer, want het uiteindelijke gebouw werd ten opzichte van de tekening enigszins versimpeld. In oktober 1944 werd de kerk door oorlogshandelingen verwoest en niet herbouwd.

Mogelijk omdat de functie ‘stadsfabriek’ werd opgeheven, stond Pieter Cornelis vanaf 1838 te boek als ‘particulier’, wat hij tot zijn dood in 1843 zou blijven. Wonen deed hij in de Gravenstraat waar de familie een eigen huis had. Zijn enige zoon Jacobus Pieter (1827-?) huwde eind augustus 1850 de hoogzwangere Sara Anna de Munck (1826-1894). In november 1850 werd een dochter geboren en in 1852 een zoon, die in 1854 stierf. In 1869 werd het huwelijk ontbonden. Van Jacobus Pieter ontbreekt dan elk spoor. 

Een neef van Pieter Cornelis, Jan Adrianus Bosdijk (1801-1860), werd in 1816 primus in de 4e klas bouwkunde. Hij was de zoon van Johannes Bosdijk en Hermina de Rover (1775-1823). Toen het echtpaar trouwde in 1797 kwam de bruid uit het Burgerweeshuis aan het Molenwater. Het is onduidelijk of ze daar als wees of als personeelslid was gehuisvest. Johannes werd winkelier in de Hoogstraat, wat een ongelukkig verloop had. In oktober 1817 werd hij failliet verklaard waardoor hij, net als zijn zoon Jan Adrianus, de kost verdiende als timmermansknecht. Jan Adrianus huwde in 1830 Sara Pieternella de Perre (ca. 1803-1841) en na haar overlijden met Johanna Willemsen (1816-1892) in 1842. Zijn gezondheid was matig, waardoor hij op latere leeftijd (o.m. in 1855) in het Gasthuis terecht kwam, waar met enige bezorgdheid werd geconstateerd dat hij naast zijn slechte benen ook nog 10 kinderen te onderhouden had.

Arnold Wiggers

Zuidstraat Westkapelle met Hervormde Kerk, richting Dijk, ca 1935. Prentbriefkaart – Beeldbank Zeeland, record nr. 27347

Drie generaties Bosdijk (1)

Jacobus Bosdijk, ‘In de Walsche Kerk aan de noort zijde is dit graf keldertie bij de ontgraaving al zoo gevonden’. Tekening 1799 – Zeeuws Archief, Collectie KZGW, ZI-II-0634

Er gaat geen dag voorbij of ik zie gebouwen ontworpen door de Middelburgse stadsfabriek (stadsarchitect) Jan de Munck (1687-1768): Koepoort, IJkkantoor, Lutherse kerk (nu St. Augustinus) of zijn woonhuis aan de Zuidsingel. Ook bouwkundig werk van Teeken Akademie docent en landsarchitect van Zeeland Conrad Kayser (1750-1824) die voor 1786 geregeld voor Middelburg werkte, zie ik regelmatig: de orgelkas en de kerkbanken in de Oostkerk zijn door hem ontworpen, naast bijvoorbeeld het ‘Paleis op de Heerengracht’, het voormalige oude mannen- en vrouwenhuis. Des te vreemder dat van stadsfabriek Jan Bosdijk (1744-1808) niets spraakmakends aan te wijzen is. Sterker nog, ook van zijn zoon en kleinzoon, beiden ook in die functie aangesteld, zou ik zo geen gebouw weten te staan. Nu is tussen 1786 toen Jan in functie trad en 1838 toen zijn kleinzoon Pieter Cornelis er mee stopte in de stad meer gesloopt dan gebouwd. Beeldbepalende elementen als een aantal stadspoorten, de Waag op de Balans en de Noordmonsterkerk vielen onder de slopershamer, want de stad had geen geld voor onderhoud of herstel en zo brachten ze als tweedehands bouwmateriaal nog wat op. 

Jan Bosdijk werd op 11 november 1744 in Goes gedoopt als zoon van Jacobus Bosdijk en Wilhelmina de Graaf. Uit zijn in 1763 (hij was 18) gesloten huwelijk met Adriana Sophia de Graaf (1741-1804) kwamen twee zonen voort: Jacobus (1764-1831) en Johannes (1774-1845). Over zijn opleiding is niets bekend. De Teeken Akademie die in november 1778 van start ging zal het gezien zijn leeftijd niet geweest zijn. Op 1 oktober 1786 werd hij door de stad Middelburg aangesteld als ‘opper fabriyck’ (stadsarchitect) op een jaarsalaris van 600 gulden, waarnaast hij nog wat toelagen ontving voor onder meer toezicht op de stads zeewerken, waarmee het Havenkanaal en de havens bedoeld zullen zijn. Wonen deed hij in zijn ambtswoning in de Stadsschuur, waar hij op 13 augustus 1808 overleed. 

Voor de geschiedenis van de Oostkerk is Jan Bosdijk van grote waarde, omdat hij uit allerlei nu verloren gegane stedelijke rekeningen een overzicht gemaakt heeft van alle bouwkosten van het kerkgebouw. De ‘Beschrijving van de Oostkerk staande tot Middelburg in Zeeland’ droeg hij in 1800 op aan de toenmalige ‘Thezauriers’ (wethouders van Financiën). Gedrukt is het destijds nooit. We weten dat er zeker drie geschreven exemplaren zijn gemaakt, waarvan het exemplaar van de stad in 1940 in het stadhuis verbrandde. Een tweede bevindt zich in de ZB Bibliotheek van Zeeland en het meest uitgebreide is in het bezit van de Hervormde Gemeente (nu PKN). Die laatste is gebruikt voor de publicatie De Oostkerk (Goes 1997) waar het uitgetypte handschrift als bijlage is opgenomen. 

Noch Jacobus noch Johannes hebben een prijs op de Teeken Akademie gehaald, wat niet wil zeggen dat ze er geen lessen gevolgd hebben. Hier wreekt zich weer eens het ontbreken van bronnen uit die jaren dat ze mogelijk in de avonduren naar het gebouw in de Lombardstraat – Latijnse Schoolstraat togen om lessen te volgen. Voor Jacobus kunnen we het haast zeker stellen. Uit de periode dat hij zijn vader Jan assisteerde dateren een paar tekeningen die vakonderwijs doen vermoeden. Beide betreffen de Waalse Kerk in de Lange Sint Pieterstraat, ooit de kapel van het Begardenklooster (1492-1574). De tekening uit 1799 brengt een gevonden graf in beeld en die uit 1801 toont de plattegrond met de kerkbanken en de ligging van de geruimde graven. 

Arnold Wiggers

Jacobus Bosdijk, ‘Platte Gront Walsche Kerk met derzelver zitplaatzen en verlaate graf dompen volgens de roode lynen’. Tekening 1801 – Zeeuws Archief, Collectie KZGW, ZI-II-0630

Interieur Waalse Kerk, 1897. Richting St. Pieterstraat (westen). Fotograaf onbekend – Zeeuws Archief, Collectie KZGW ZI-II-0633b
Interieur Waalse Kerk, 1897. Richting oosten. Fotograaf onbekend – Zeeuws Archief, Collectie KZGW ZI-II-0633c